DIT IS NEDERLAND.
Welke staatsvorm heeft Nederland?
Kenmerken van een staat:
- Grondgebied
- Volk
- Eigen overheidsgezag
1. Gecentraliseerde eenheidsstaat
2. Gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Gaat over hoe de macht is geregeld.
- Gecentraliseerd: de centrale overheid heeft alleen de wetgevende macht.
- Gedecentraliseerd: de centrale overheid heeft een deel van haar
wetgevende macht afgestaan aan lagere overheidsorganen. Zoals
provincie, gemeente en waterschap.
SCHEIDING DER MACHTEN: TRIAS POLITICA.
Franse filosoof Montesquieu.
- 3 machten
- Controleren elkaar en houden elkaar in balans.
- Voorkomen machtsmisbruik één orgaan.
- Nederlands staatsbestel gebaseerd op ideeën van Montesquieu geen
volledige machtenscheiding.
Trias politica:
Wetgevende macht: wetgeving wordt vastgesteld door de gekozen
volksvertegenwoordiging, regering en staten-generaal samen.
Uitvoerende macht: door volksvertegenwoordiging gekozen bestuur, bijv.
regering.
Rechtgevende macht: rechtspraak in handen van de rechters.
Wetten worden gemaakt door de staten-generaal en de regering samen.
De wetgevende macht maakt samen met de uitvoerende macht de wetten.
Verder controleert de volksvertegenwoordiging het bestuur en de
volksvertegenwoordiging beslist over de wetgeving.
Staten-generaal: 1e en 2e kamer. Ook wel parlement genoemd.
Regering: koning en ministers.
Taken staten-generaal:
- Volksvertegenwoordiging
- Controle op het regeringsbeleid
- Aandeel in de wetgeving.
VERKIEZINGEN:
- De leden van de 2e kamer worden gekozen door de Nederlanders van 18+.
- De leden van de 1e kamer worden gekozen door de leden van de
provinciale staten.
, - De leden van de provinciale staten worden gekozen door de Nederlanders
van 18+ die ingezetene zijn van die provincie.
KIESRECHT:
Passief kiesrecht: het recht zich verkiesbaar stellen.
Actief kiesrecht: het recht om te stellen.
Kabinet = ministers en staatssecretarissen.
Regeringsvorm van Nederland:
- De koning als staatshoofd deel uitmaakt van de regering.
- De macht van de koning wordt beperkt door de Grondwet.
- Het koningschap over gaat op erfopvolging.
- De regering verantwoordelijk aflegt aan het parlement.
TAKEN REGERING:
De regering is het hoogste bestuursorgaan van Nederland + vormt de
uitvoerende macht op rijksniveau.
De regering:
- Doet wetsvoorstellen en bereidt deze voor.
- Maakt plannen op allerlei terreinen.
- Ontwikkelt nieuw beleid.
- Bewaakt de staatsfinanciën.
- Onderhoudt internationale betrekkingen.
TAKEN KONING:
- Het vertegenwoordigen van de staat in internationale betrekkingen.
- Het afleggen van staatsbezoeken.
- Het ontvangen van buitenlandse staatshoofden.
Staatssecretaris is een soort onderminister.
RAAD VAN STATE:
- Zij zijn het hoog college van de Staat.
- Verplicht advies te geven bij wetgeving.
De regering legt verantwoording af aan de kamers (staten-generaal)
Regering en staten-generaal vormen gezamenlijk de wetgevende macht op
rijksniveau.
WETGEVING
Wetten worden onderscheiden in:
- Wetten in formele zin
- Wetten in materiële zin
WET IN FORMELE ZIN
Kan je herkennen aan het woordje WET erin.
Wordt vastgesteld door de regering en staten-generaal gezamenlijk.
,WET IN MATERIËLE ZIN
- Is wet in formele zin.
- Vanuit Den Haag, naar een lager overheidsvoorschrift bijv, gemeenteraad.
- Is voor iedereen geldig.
ATTRIBUTIE: bevoegdheid om wetten in formele en materiele zin (wetgeving)
vast te stellen.
DELEGATIE: overdragen van wetgevende bevoegdheid door een bestuursorgaan
aan een ander (lager) bestuursorgaan. Alleen als een wet in formele zin of
grondwet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt.
SUBDELEGATIE: door delegatie verkregen bevoegdheid overdagen aan een ander
orgaan. Alleen als de wet deze mogelijkheid biedt.
Wet in formele zin:
Wetsvoorstel van regering of tweede kamer tweede kamer. Wijziging? Ja/nee
eerste kamer. Ja/nee koning en ministers ondertekenen.
Wetsvoorstel: door de regering en staten-generaal.
Wet in formele zin: kijken naar wie hem heeft gemaakt en voor wie die geldig is.
Formeel: vastgesteld door regering en staten-generaal. Zegt iets over het tot
stand komen.
AMvB: besluit van de regering, kunnen feiten in staan die strafbaar zijn,
voorbeeld van attributie.
Lokale verordening formeel + materieel: provinciale en gemeentelijke
verordening.
JURISPRUDENTIE: het geheel van uitspraken van de rechters. Kan worden
gebruikt als voorbeeld voor andere rechters.
DE PROVINCIE.
Provinciale staten:
- Hoofd van de provincie.
- Zittingsduur 4 jaar.
- CvdK is voorzitter van de p.s
- Bevoegdheid vaststellen provinciale verordeningen.
- Wetgevende macht.
- Kiezen leden 1e kamer.
- Benoemen de gedeputeerden.
Gedeputeerde staten:
- CvdK en gedeputeerden.
- Dagelijks bestuur.
- Uitvoerende macht.
- CvdK is lid en voorzitter.
- Taak en bevoegdheden: besturen provincie.
, - Gedeputeerden worden benoemd door de p.s
Hoogste gezagsdrager:
- Commissaris van de koning.
- Benoemd bij koninklijk besluit.
- Duur van 6 jaar.
- Minister geeft doorslag.
Provinciale verordening is een voorstel. Soort wetsvoorstel.
GEMEENTE.
Het bestuur van gemeente wordt gevormd door:
- Gemeenteraad
- College burgemeester en wethouders.
- Burgemeester.
Gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente.
Zittingsduur is 4 jaar.
Burgemeester wordt aangewezen.
College B&W.
- Benoemde dagelijks bestuur. = uitvoerende macht van de gemeente.
- De wethouder is tevens niet lid van de gemeenteraad.
Gemeentelijke verordeningen:
- Voorstel lid gemeenteraad ontwerpverordening eventueel wijzigen
wensen en bedenkingen college B&W stemmen gemeenteraad wel of
niet.