OVEREENKOMSTEN
,H1 Bijzondere overeenkomsten: algemeen
1.1 Inleiding
Bijzondere overeenkomsten: overeenkomsten waarvoor de wetgevers in het BW speciale regels heeft
opgesteld. Voorbeelden: koopovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en huurovereenkomsten.
1.1.1 Benoemd of bijzonder
Bijzondere overeenkomsten hebben een bijzondere regeling in de wet, aanvullend op de algemene regels van
het overeenkomstenrecht. Worden ook benoemde overeenkomsten genoemd, omdat ze tot bijv.
arbeidsovereenkomst heeft benoemd.
1.1.2 Goed verloop rechtsverkeer
Reden aparte regels voor bepaalde overeenkomsten: wetgever wil goede verloop rechtsverkeer bevorderen.
Aan elke overeenkomst gaan onderhandelingen vooraf, waarin een aanbod en aanvaarding worden gedaan. Als
aanbod en aanvaarding overeenstemmen komt er een overeenkomst tot stand, art. 6:127 lid 1 BW.
1.1.3 Bescherming zwakkere partij
Andere belangrijke reden voor opname in de wet: wetgever wil zwakkere partijen beschermen tegen sterkere
partijen bij overeenkomsten.
1.1.4 Bijzonder gaat voor algemeen
Dit is altijd zo.
1
, H2 Algemeen overeenkomstenrecht
2.2 Aanvullend en dwingend recht
2.2.1 Aanvullend recht
Aanvullend recht is ook wel regelend recht. Aanvullende regels gelden als partijen over een bepaald aspect van
de overeenkomst niet hebben afgesproken. Aanvullend/regelend recht bevordert een goed verloop van het
rechtsverkeer.
2.2.2 Dwingend recht
Hiervan mag niet worden afgeweken.
2.2.3 Wanneer dwingend, wanneer aanvullend?
Soms in wet aangegeven (bijv. art. 7:6 BW). Soms uit artikel zelf duidelijk dat het dwingend recht bevat.
Dwingend recht is de uitzondering, aanvullend recht de hoofdregel.
2.2.4 Semidwingend recht
Zijn veel bepalingen waarvan wel mag worden afgeweken, als dit bij schriftelijke overeenkomst gebeurt. Dus
semidwingend recht.
2.2.5 Driekwartdwingend recht
Dit zijn bepalingen waarvan alleen bij cao (of een speciale publieke regeling) mag worden afgeweken. Bijv. art.
6:652 BW.
2.3 Uitleg van overeenkomsten
2.3.1 Pacta sunt servanda
Een verbintenis uit overeenkomst moet worden nagekomen, ‘belofte maakt schuld’.
2.3.2 Uitleg van overeenkomsten
Wat houdt de verbintenis in? Art. 6:248 lid 1 BW.
2.3.3 Haviltex-criterium
Arrest Ermes-Haviltex, HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635.
2.3.4 Internationaal
Objectieve en subjectieve uitleg. Objectieve uitleg: taalkundige uitleg staat voorop bij uitleg contractbepaling.
Subjectieve uitleg: bedoeling partijen staat centraal. Nederlandse leer is gemengd objectief-subjectief.
2.3.5 Overige uitlegregels: geen innerlijke tegenstrijdigheid
Een contract dient altijd in zijn geheel beschouwd te worden en mag niet innerlijk tegenstrijdig zijn.
2.3.6 Overige uitlegregels: eerdere contracten
Eerdere contracten kunnen van belang zijn voor de uitleg van een onduidelijke bepaling, als iets eerder zo was,
kan dat nu ook zo zijn.
2.3.7 Overige uitlegregels: positie van partijen
Uit het Haviltex-criterium volgt dat mag worden gekeken naar de maatschappelijke positie en rechtskennis van
partijen. Hieruit volgt dat, als er bij een contract een duidelijk zwakkere partij is, er bij onduidelijkheid over een
begrip in beginsel de voor de zwakste partij meest gunstige uitleg kan worden gehanteerd. Art. 6:238 lid 2 BW.
2.3.8 Hulpmiddel bij uitleg: resultaats- of inspanningsverbintenis?
Voorbeelden van inspanningsverbintenissen zijn overeenkomsten op grond waarvan een docent lesgeeft en
een arts een operatie verricht. Zij moeten zich naar beste vermogen inspannen om een zo goed mogelijk
2