(Alle opgegeven stof voor TOE 2022 uit het boek Research Methods de 1ste en 2de druk
exclusief basisstof voor KOM en het boek van Field, vertaald van Engels naar
Nederlands)
H8 Bivariate Correlational Research (p.203 – 230):
Bivariate correlation/association: Een correlatie waarbij exact twee variabelen betrokken
zijn.
Statistische significantie: Refereert naar de conclusie die een onderzoeker trekt met
betrekking tot de kans op het krijgen van dezelfde correlatie (van die specifieke grootte)
wanneer er verondersteld wordt dat er in realiteit geen correlatie bestaat.
Restrictie van bereik (restriction of range): Wanneer er bij een van de variabelen in een
correlationele studie geen volledige range aan scores wordt gebruikt, kan er een kleinere
correlatie uit het onderzoek komen dan er in werkelijkheid is. (Bijvoorbeeld het gebruiken
van SAT-scores van 1200 – 1600 i.p.v. de volledige range van 400 -1600)
Curvilineaire associatie: Wanneer de relatie tussen twee variabelen geen rechte lijn is. Het
zou bijv. een relatie kunnen zijn die eerst positief en daarna negatief wordt.
3 criteria voor en causaal verband:
1. Covariantie; is er een correlatie tussen de variabelen?
2. Temporal precedence: is duidelijk welke variabele voor de andere plaatsvindt?
3. Interne validiteit: is er geen alternatieve verklaring voor de correlatie?
Directionality problem: Een probleem dat te maken heeft met temporal precedence. Dit is
namelijk het niet weten welke variabele als eerst kwam.
Derde variabele probleem: Een probleem dat te maken heeft met interne validiteit. Dit is
namelijk wanneer er een alternatieve verklaring kan worden gegeven voor de associatie tussen
twee variabelen. Dit is alleen van toepassing wanneer de alternatieve variabele logisch
correleert met beide gemeten variabelen in de originele associatie.
Onjuiste associatie (spurious association): Een bivariate correlation die alleen aanwezig is
door een derde variabele. Interne validiteit is hier dus niet goed.
Moderator: Een variabele die invloed heeft op de relatie tussen twee andere variabelen. Een
wanneer de relatie tussen deze twee afhankelijk is van de moderator.
H7 Survey Research (p. 193 – 231):
Primaire data collectie: Wanneer onderzoekers hun eigen surveys ontwerpen en uitvoeren.
Secundaire data bron: Een bron waarvan de data verzameld is door iemand anders dan
diegene die de bron gebruikt.
Key informant: Een enkele persoon met veel kennis van het onderwerp waarnaar onderzoek
gedaan wordt en zich op een sleutelpositie bevindt wat betreft het verkrijgen van informatie
over het onderwerp van het onderzoek. Deze persoon beantwoordt ook vragen in het
1
, onderzoek bijvoorbeeld namens de leden van de organisatie waar onderzoek naar gedaan
wordt.
Self-administered questionnaire (SAQ): Een survey die direct wordt beantwoord door
respondenten. Deze wordt verspreidt per post of door de vragen online te zetten.
Modes of administration: Alle manieren waarop een survey afgenomen kan worden.
Bijvoorbeeld in het echt, via telefoon, door het invullen van een vragenlijst per post of door
het invullen van een vragenlijst online.
Modes of administration:
1. Face-to-face interviews
2. Telefoon surveys
3. Post surveys
4. Zelf uitgevoerde modes
5. Internet gebaseerde surveys
6. Gemixte modes
Gesloten vragen: Vragen waarbij respondenten kiezen uit antwoordopties die van tevoren
zijn vastgesteld door de onderzoeker.
Response categories: Antwoordoptiecategorieën.
Open vragen: Vragen die ervoor zorgen dat respondenten kunnen antwoorden op de manier
die zij zelf willen. Er zijn geen van tevoren vastgestelde antwoordopties.
Cross-sectionele surveys: Surveys waarbij maar op één specifiek moment
gemeten/geobserveerd wordt. Het legt alleen een soort snapshot vast. Deze soort surveys zijn
zeer geschikt om de ervaringen van subgroepen op een specifiek moment te vergelijken.
Oorzaak en gevolg zijn in dit soort surveys slecht te onderscheiden.
Longitudinale surveys: Surveys die op meer verschillende momenten in de tijd data
verzamelen. Er zijn twee soorten: Herhaalde cross-sectionele surveys/trend studies en panel
surveys.
2