Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Economie samenvatting HAVO 5 alle examenstof!

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
32
Geüpload op
08-04-2022
Geschreven in
2020/2021

In deze samenvatting staat alles wat je moet kennen voor het economie examen in HAVO5 beschreven. De boekjes van LWEO: Jong & Oud, Vervoer, Crisis, Markt & Overheid, Verdienen & Uitgeven en Europa zijn hierin samengevat.

Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Economie samenvatting examen HAVO 5
(Jong en oud, Vervoer, Crisis, Verdienen en uitgeven, Markt en overheid, Europa)

Gevangenendilemma:
Freerider (meelifter)= iemand die profiteert van de inspanning van een ander

Dominante strategie= de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de ander kiest

Gevangenendilemma/ prisonersdilemma= een speltheorie die het nemen van beslissingen
bestudeert waarbij de uitkomst afhangt van wat anderen doen

Goede keuze maken: door de voor en nadelen van elk alternatief tegen elkaar af te wegen, elke keus
heeft voor en nadelen

Belasting:
Over elk inkomen moeten inkomstenbelasting en sociale premies betaald worden, om verzekerd te
zijn tegen de financiële gevolgen van onverwachte gebeurtenissen bv wanneer je je baan verliest



Formule gemiddelde heffingstarief (inkomensheffing in % van het brutoloon)=

inkomensheffing
¿ x 100 %
brutoloon
Primaire inkomens: inkomens die mensen in het productieproces hebben verdiend: winst, pacht,
rente, huur en loon. Hierover moet een gedeelte als belasting en premies aan de overheid worden
afgedragen. Bruto inkomen.

Secundaire inkomens: het inkomen na de herverdeling van het inkomen, dus het primair inkomen –
ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies. Netto inkomen.

Overdrachtsinkomen: inkomen dat wordt verdiend zonder deelname aan het productieproces, zoals
uitkeringen, subsidies/toeslagen, dit inkomen word betaald uit de belastingen en sociale premies



 Wanneer het inkomen stijgt, stijgt het belastingspercentage
 Door heffingskortingen hoeven mensen met een laag inkomen geen loonheffing af te staan
 Korting bij de kassa, dus korting trek je van de belasting af



Loon  loonheffing: voorschot op de Loonbelasting + premie volksverzekeringen,
inkomensheffing die achteraf per werkgever houdt deze kosten in en draagt
jaar wordt betaald voor onder ander deze af aan de overheid Bruto jaarinkomen
AOW
Aftrekposten -
Bedrag dat je betaald aan Belastbaar jaarinkomen
Inkomens  inkomensheffing inkomstenbelasting en premie
volksverzekeringen, wordt berekend over
het belastbaar jaarinkomen

,Draagkracht beginsel= beginsel van belastingheffing, hogere inkomens moeten meer belasting
afdragen dan lagere inkomens

Profijtbeginsel= de gebruiker betaald voor een geleverde dienst

Progressief belastingstelsel: degenen met het laagste inkomen betalen laagste belastingpercentage

Degressief belastingstelsel: degenen met het laagste inkomen betalen het hoogste
belastingpercentage

Proportioneel belastingstelsel: iedereen betaalt hetzelfde percentage belasting

Marginale tarief/ marginale heffingsdruk= het tarief van de hoogste schijf waarin je valt

Nivelleren= als de inkomensverschillen door de herverdeling van de inkomens in verhouding kleiner
worden

Denivelleren= als de inkomensverschillen door de herverdeling van de inkomens in verhouding groter
worden

Personele inkomensverdeling= de verdeling over personen of huishoudens

Cumuleren= de percentages van de groepen van laag naar hoog optellen

Lorenzcurve= geeft de mate van ongelijkheid van de inkomensverdeling over personen weer

Verhouding tussen hoogste en laagste inkomens: hoogste/ laagste inkomen.

Belastingvoordeel berekenen= betaalde rente x marginaal belastingtarief

Inkomen:
De toegevoegde waarde van de omzet is dus de brutowinst, dit wordt uitgegeven aan de productie
factoren loon, rente, huur, pacht en winst.

DUS: toegevoegde waarde= loon + rente + pacht + huur + winst

De toegevoegde waarde van niet-commerciële bedrijven, zoals ziekenhuizen wordt gelijk gesteld aan
de salarissen van het personeel

Het bruto binnenlands product= toegevoegde waarde alle bedrijven= binnenlands inkomen

Om het bruto binnenlands product te berekenen kun je alle toegevoegde waarde van alle bedrijven
in een land bij elkaar optellen (objectieve methode) of je kunt alle verdiende inkomens bij elkaar
optellen (subjectieve methode)

Het nominaal inkomen is het inkomen gemeten in geld, reëel inkomen is de koopkracht van het
nominaal inkomen, wanneer het NIC stijgt, stijgt ook het RIC, hierdoor ontstaat inflatie

Formule NIC, RIC, PIC=



X 100% NIC


LET OP GEBRUIK INDEXCIJFERS!!!! RIC * PIC

,Ongelijkheid kan ontstaan doordat opbrengsten uit kapitaal sneller zullen toenemen dan de
opbrengsten uit arbeid. Mensen die inkomen hebben in de vorm van rente, huur en winst zullen
rijker worden t.o.v. mensen die loon als inkomen hebben. Ongelijkheid is niet goed, maar enig
inkomensongelijkheid wel. Hierdoor worden mensen gemotiveerd om bepaalde goede keuzes te
maken.
Ondernemen:
Ondernemersrisico= als je een zaak/bedrijf begint, waarvan je niet weet of het een succes gaat
worden

Kapitaalgoederen= goederen in het bezit van ondernemingen

Eigen vermogen= eigen geld

Vreemd vermogen= geleend geld

Productie factoren= de middelen waarmee het product geproduceerd wordt

Omzet= wat een bedrijf verdient, afzet x verkoopprijs

Afzet= aantal verkochte producten

Afschrijvingen= de waarde dalingen van de vaste kapitaal goederen

Resultatenrekening= overzicht van de opbrengsten en de kosten, het verschil hiertussen is het
resultaat (winst)

Toegevoegde waarde= de productiewaarde van een bedrijf oftewel de bruto winst, dit is het verschil
tussen omzet en de inkoopwaarde van de omzet

Microniveau= het niveau van één werknemer, één werkloze of één bedrijf etc.

Macroniveau= het niveau van een land, dus alle bedrijven, alle werknemers, alle werklozen etc.

Bedrijfskolom= alle bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia worden doorlopen van
oerproduct tot eindproduct, bv van de boer (graan) naar de bakkerswinkel (brood)

Bedrijfstak= de bedrijven die eenzelfde soort productie verzorgen in de bedrijfskolom, bv alle boeren

Stroomgrootheid= iets dat over een bepaalde periode gemeten wordt bv loonkosten op een
resultatenrekening

, Voorraadgrootheid= iets dat op een bepaald moment of tijdstip gemeten wordt bv spaargeld op 10
mei

Investeren= het aanschaffen van kapitaalgoederen door bedrijven (worden gebruikt om goederen en
diensten te produceren)

1. Vervangingsinvesteringen  versleten kapitaalgoederen worden vervangen. Er wordt elk
jaar geld opzij gezet om het versleten kapitaalgoed aan het einde van de levensduur te
kunnen vervangen door een nieuw kapitaalgoed, dit geld noem je afschrijvingen.
2. Uitbreidingsinvesteringen  kapitaalgoederen die moeten worden aangeschaft vanwege
een uitbreiding van de productie
3. Investeringen in voorraden  wanneer er minder geconsumeerd wordt moeten bedrijven
gedwongen investeren in de voorraden

Al deze investeringen bij elkaar zijn de bruto investeringen

Netto investeringen= bruto investeringen – vervangingsinvesteringen

Verzekeren:
Verzekeren= het afsluiten van een overeenkomst tussen een verzekerde en een verzekeraar, waarbij
de verzekerde premie betaald en recht heeft op een uitkering bij schade of een persoonlijke
gebeurtenis (bv ongeluk)

Waarom laten mensen zich verzekeren? Ze zijn risico-avers, ze willen de financiële gevolgen van een
onzekere gebeurtenis niet zelf dragen. Verzekeringen kun je onderverdelen in particuliere
verzekeringen en sociale verzekeringen.

Particuliere verzekering= verzekeringen die niet verplicht zijn en verzekerden zijn vrij in keuze van
een verzekeringsmaatschappij. Bedrijven concurreren met elkaar op de verzekeringsmarkt, waar
marktwerking is. Alleen de WA-verzekering voor automobilisten en de basisziektekosten verzekering
zijn verplicht. Voorbeelden: brandverzekeringen, reisverzekeringen etc.

Sociale verzekeringen= gebaseerd op wetgevingen en worden uitgevoerd door sociale fondsen.
Deelname is altijd verplicht. De premie wordt door de overheid vastgesteld en is
inkomensafhankelijk. We onderscheiden werknemersverzekeringen en volksverzekeringen.

 Werknemersverzekeringen= gelden voor werknemers in loondienst. Werknemers betalen
premie, aangevuld met een bijdrage van de werkgever, en hebben recht op een uitkering,
zoals WW, ZW en WIA. Uitkering is percentage van het loon.
 Volksverzekeringen= gelden voor alle Nederlanders. Iedereen met een inkomen moet
premie betalen en iedereen heeft recht op een uitkering, zoals AOW, Wlz, Anw en AKW. De
uitkering is een vast bedrag. Bij sommige sociale verzekeringen worden de kosten betaald,
zoals bij Wlz.

Gevaar van verzekeren: mensen nemen meer risico, omdat ze verzekerd zijn  moreel wangedrag/
moral hazard.

Hoe gaan verzekeraars moreel wangedrag tegen? Ze stellen vaak een
eigen risico vast: een gedeelte van de schade wordt niet vergoed,
maar moet door de verzekerde zelf worden betaald. Een ander
middel om moreel wangedrag te beperken is de invoering van een maximum vergoeding.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
5

Documentinformatie

Geüpload op
8 april 2022
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.63
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
louise1222

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
louise1222 Hogeschool van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen