College 2
Sensitiviteit is het zien van, interpreteren van en reageren op signalen van een kind
op een snelle en passende manier. De schaal om dit concept te meten is opgezet door
Mary Ainsworth, een ontwikkelingspsycholoog die veel onderzoek heeft gedaan met
naturalistische observaties in Oeganda en Baltimore. Ook heeft ze in samenwerking
met Bowlby de gehechtheidstheorie opgezet en de Vreemde Situatie Procedure.
De schalen van Ainsworth, sensitivity, cooperation, acceptance en accessibility,
zijn hoog gecorreleerd, waardoor een totaalscore ook betrouwbaar gegeven kan
worden.
Stabiliteit = consistentie (over tijd of over verschillende settingen) van relatieve positie
van individuen in een groep → correlaties. Bijvoorbeeld: bepaalde moeders die hoog
scoren op T1 (of tijdens een speelsessie) scoren ook hoog op T2 (of tijdens een badsessie),
vergeleken met de andere moeders tijdens die meetmomenten. In de onderstaande tabel is
ook te zien dat sensitiviteit op T1 samenhangt met sensitiviteit op de andere
meetmomenten, waardoor er dus ook sprake is van stabiliteit.
Continuïteit = consistentie (over tijd of over verschillende settingen) van
groepsgemiddelden → verschil in gemiddelden. Bijvoorbeeld: De individuele scores
Sensitiviteit is het zien van, interpreteren van en reageren op signalen van een kind
op een snelle en passende manier. De schaal om dit concept te meten is opgezet door
Mary Ainsworth, een ontwikkelingspsycholoog die veel onderzoek heeft gedaan met
naturalistische observaties in Oeganda en Baltimore. Ook heeft ze in samenwerking
met Bowlby de gehechtheidstheorie opgezet en de Vreemde Situatie Procedure.
De schalen van Ainsworth, sensitivity, cooperation, acceptance en accessibility,
zijn hoog gecorreleerd, waardoor een totaalscore ook betrouwbaar gegeven kan
worden.
Stabiliteit = consistentie (over tijd of over verschillende settingen) van relatieve positie
van individuen in een groep → correlaties. Bijvoorbeeld: bepaalde moeders die hoog
scoren op T1 (of tijdens een speelsessie) scoren ook hoog op T2 (of tijdens een badsessie),
vergeleken met de andere moeders tijdens die meetmomenten. In de onderstaande tabel is
ook te zien dat sensitiviteit op T1 samenhangt met sensitiviteit op de andere
meetmomenten, waardoor er dus ook sprake is van stabiliteit.
Continuïteit = consistentie (over tijd of over verschillende settingen) van
groepsgemiddelden → verschil in gemiddelden. Bijvoorbeeld: De individuele scores