Hoofdstuk 2............................................................................................................................................2
Hoofdstuk 6............................................................................................................................................4
Hoofdstuk 7............................................................................................................................................8
Hoofdstuk 11..........................................................................................................................................9
Hoofdstuk 14........................................................................................................................................10
Hoofdstuk 4..........................................................................................................................................11
Hoofdstuk 2..........................................................................................................................................13
Hoofdstuk 3..........................................................................................................................................13
Hoofdstuk 4..........................................................................................................................................13
Alle Theorieën/wetten..........................................................................................................................14
Voorbeeldvragen tentamen uit Hoorcolleges.......................................................................................16
1
, Samenvatting gedragswetenschappen
Boek: Psychologie de essentie
Hoofdstuk 2
Stimulus = Prikkel
Sensatie = Het proces waarbij de gestimuleerde receptoren (zoals in de ogen of
de oren) een patroon van neutrale impulsen creëren. Dit patroon representeert
de waargenomen stimuli in de hersenen, waardoor een initiële ervaring van de
stimuli ontstaat.
- Sensatie is dus onze eerste gewaarwording van de stimulus.
Perceptie (waarneming) = Een proces dat de inkomende sensorische
boodschappen die de zintuigen naar onze hersenen sturen een persoonlijke
betekenis krijgen.
- Perceptie creëert een interpretatie van de sensatie.
De hersenen nemen de wereld indirect waar, omdat de zintuigen alle stimuli
(prikkels) omzetten in de taal van het zenuwstelsel: neurale impulsen. De
hersenen ontvangen stimuli uit de buitenwereld, dus nooit rechtstreeks.
3 kenmerken die zintuigen met elkaar gemeen hebben:
- Transductie, sensorische adaptie en drempels.
Transductie (omvorming) = Het proces waarbij fysische energie, zoals
lichtgolven, wordt omgezet in neurale impulsen. Het begint wanneer een
sensorisch neuron een fysische stimulus opvangt.
Receptoren = Gespecialiseerde neuronen in een bepaald zintuig. De receptoren
zetten hun prikkeling om in een zenuwimpuls.
Sensorische adaptie (gewenning) = Zintuigen worden steeds minder
gevoelig naarmate een stimulus langer aanhoudt.
- Bijv. eerst schrikken van koud water, daarna gewend raken aan de
temperatuur en kan je er rustig in blijven zwemmen.
Stimuli waarvan de intensiteit of andere kenmerken niet veranderen hebben de
neiging naar de achtergrond van ons bewustzijn te verschuiven, tenzij heel
intens of pijnlijk.
Absolute drempelwaarde = De minimumhoeveelheid fysische energie die
nodig is om tot een sensorische ervaring te leiden.
- De drempel varieert van persoon tot persoon.
Psychofysica = de tak van onderzoek waarbij drempelwaarden van
verschillende typen prikkeling werden vastgesteld.
Verschildrempel (juist waarneembare verschil, JWV) = Het kleinst
waarneembare verschil tussen twee stimuli dat iemand betrouwbaar, de helft
van het aantal keren, als verschil kan opmerken.
Wet van Weber = stelt dat de grootte van het JWV proportioneel samenhangt
met de intensiteit van de stimulus (JWV is groot bij grote intensiteit van
stimulus). Dit geldt voor alle zintuigen.
2