H3 Wat is dyslexie:
Definitie:
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of
vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’.
Dyslexie is een hardnekkig probleem. Er is sprake van achterstand en didactische resistentie.
Achterstand betekent dat de technische lees- en/of spellingvaardigheid van de leerling significant
afwijkt van het niveau dat gegeven zijn leeftijd en opleidingsniveau mag worden verwacht. Van
didactische resistentie is sprake als extra hulp en inspanning niet of nauwelijks leiden tot verbetering
van de lees- en spellingresultaten.
Comorbiditeit:
Dyslexie kan samengaan met andere stoornissen. Deze zogeheten comorbiditeit heeft consequenties
voor de leerling en voor de manier waarop met de leerling dient te worden omgegaan.
Dyslexie kan onder andere samengaan met:
• andere leerstoornissen, zoals dyscalculie;
• motorische stoornissen, zoals dyspraxie;
• specifieke spraak-/taalstoornissen, zoals Specific Language Impairment;
• zintuiglijke stoornissen, zoals visuele of auditieve handicaps, bijvoorbeeld fixatie disparatie
(vorm van dubbelzien) en ernstige gehoorproblemen.
• gedragsstoornissen, zoals ADHD. Ongeveer 20 tot 30 procent van de kinderen met ADHD heeft
daarnaast een andere stoornis, vooral de combinatie dyslexie en ADHD komt regelmatig voor.
Gedragsproblemen bij dyslectische leerlingen kunnen daarvan het gevolg zijn. Hierbij moet
opgemerkt worden dat gedragsproblemen bij dyslectische leerlingen ook een gevolg kunnen zijn van
de dyslexie.
De correlatie tussen intelligentie en dyslexie is laag.
Gevolgen van dyslexie:
Gevolgen voor het sociaal-emotioneel functioneren kunnen zijn:
• ernstige twijfel aan de eigen competentie
• aangetast zelfbeeld
• onvoldoende vanuit zichzelf gemotiveerd zijn (intrinsieke motivatie)
• ontwikkelen van faalangst
• moeite met aansluiting bij leeftijdgenoten of volwassenen door verminderde sociale acceptatie
• schroom om aan een vervolgopleiding of baan te beginnen
• vermijden van bepaalde taken op sociaal gebied zoals vrijwilligerswerk en bestuurswerk
Gevolgen voor het leren:
, Lezen • Traag en niet accuraat (hardop) lezen, ook
bekende woorden worden niet altijd vlot en goed
gelezen.
• Het weglaten en/of toevoegen van woorden.
• Omdat het technisch lezen te veel aandacht vraagt,
is er soms te weinig aandacht capaciteit over voor
tekstbegrip.
• Omdat lezen zo veel tijd en inspanning kost,
leveren vooral lange teksten problemen op.
Spellen • Veel spelfouten, zowel in complexe als in
alledaagse, eenvoudige woorden.
• Bij onbekende spellingen onvoldoende kunnen
terugvallen op een adequate strategie
(regelstrategie, inprentstrategie, luisterstrategie).
• Bij onbekende spellingen onvoldoende kunnen
terugvallen op het analyseren van woorden in
(bekende) woorddelen en afzonderlijke letters.
• Weinig inzicht in woordopbouw. Dit kan zich uiten
in:
- Moeite met het herkennen van delen uit woorden
die hetzelfde zijn, waardoor het lezen en spellen
trager en met meer fouten gaat (bijv. morfeem -heid
zit zowel in schoonheid als in wijsheid).
- Moeite met het leggen van de relatie tussen
spelling, grammatica en betekenis waardoor er
spelfouten gemaakt worden (bijv. verkeerd-verkeert;
hei-hij; grote-grootte).
Leren/algemeen • Problemen met het leren en lezen van losse
woorden (zonder context).
• Woordvindingsproblemen.
• Doordat het lezen zo veel aandacht vraagt, te
weinig aandacht capaciteit voor het volgen van de
tekststructuur, waardoor de rode draad zoekraakt
en het maken van een samenvatting moeilijk is.
• Het tekort aan aandacht capaciteit kan ook leiden
tot:
- Niet begrijpen van complexe vragen.
- Niet onthouden van meervoudige instructies,
terwijl ze de afzonderlijke taken wel kunnen
uitvoeren.
- Moeite met teksten/boeken met onoverzichtelijke
structuur/lay-out.
• Doordat het spellen van afzonderlijke woorden zo
veel aandacht vraagt, te weinig aandacht capaciteit
bij het schrijven waardoor het aanbrengen van een
tekststructuur en een heldere lay-out moeilijk is.
• Door te weinig lezen blijft de woordenschat soms
beperkt.
• Afname van tempo en nauwkeurigheid als er
‘onder druk’ gewerkt moet worden (proefwerken,
schoolonderzoeken, examens).
• Door niet-nauwkeurig lezen problemen met het
maken van multiple choice toetsen, waar kleine
verschillen in antwoorden vaak cruciaal zijn.
• Moeite met het maken van aantekeningen, tijdens
het luisteren.
• Moeite met het (snel) opschrijven van informatie