9.1 Samengestelde intrest
9.1.0 Inleiding
Bij samengestelde interest wordt de interest berekend over het nieuwe bedrag.
Het nieuwe bedrag = Het oorspronkelijke ingelegde bedrag inclusief de opgebouwde intrest.
p = Interestpercentage.
i = interestpercentage.
B = beginbedrag in euro’s.
E = eindbedrag in euro’s.
n = looptijd (meestal jaren).
Als de interest 4% is:
Interestpercentage p = 4
Interestpercentage i = 4: 100 = 0,04
Als de interest 4% is zonder toevoeging, is de interest 4% per jaar.
9.1.1 Berekenen eindbedrag
E=B*(1+i)^n
9.2 Constante waarde
B=E:(1+i)^n
Voor de term ‘beginwaarde’ wordt vaak de term ‘contante waarde’ gebruikt.
Je moet goed opletten dat i en n dezelfde tijdseenheid hebben.
9.3 Cashflow
9.3.1 Het begrip cashflow
Cashflow/kasstroom = Het geld dat gedurende een bepaalde
periode een onderneming in- en uitgaat.
Ontvangst van de onderneming is een positieve cashflow.
Uitgave van de onderneming is een negatieve cashflow.
Saldo cashflow = Het saldo van de positieve en negatieve cashflows.
Winst = Het saldo van kosten en opbrengsten, niet van de ontvangsten en uitgaven.
Er zijn 3 soorten cashflows:
1. Initiële cashflow;
Initiële cashflow = Het investeringsbedrag dat betaald wordt voor de noodzakelijke
investeringen aan machines en andere kapitaalgoederen die ingezet worden ten gunste van
een project.
Begin projectperiode => Negatieve cashflow
In een normale situatie is het investeringsbedrag aan het eind van het jaar 0.
Dit is vlak voor het tijdstip waarop het project operationeel wordt.
2. Operationele cashflow;
1