Celbiologie
Study online at quizlet.com/_elx9y
1. Actief transport Proces waarbij chemisch energie, ATP, 10. Membraanpotentiaal De membraanpotentiaal is de
nodig is. De moleculen worden hier over elektrische spanning die staat over
het membraan getransporteerd. de membraan van een cel. De
Transmembrane ATPases. Voorbeeld potentiaal ontstaat door
Na/K- pomp wat een rol speelt bij het in verschillende concentratiegradiënten
stand houden van het van positieve en negatieve ionen (en
membraanpotentiaal. daarmee elektrische lading) aan
weerszijden van de membraan: aan
2. Anti- porters Intergraal membraaneiwit betrokken bij
de buitenkant (de extracellulaire
secundair actief transport. Waarbij 2
zijde) van de membraan zijn er meer
stoffen in tegenstelde richting de cel in
positieve ionen (vooral
en uit gaan.
natriumionen) dan aan de
3. Aquaporines Kanalen in het membraan speciaal voor binnenkant (het cytoplasma) van de
watermoleculen. cel.
4. Co- transporters Het tegelijkertijd transporteren van twee 11. Secundair actief Bij secundair transport daarentegen
verschillende stoffen waarbij de transport is er geen directe koppeling met ATP;
concentratiegradiënt van een van de twee daarvoor in de plaats wordt door het
stoffen de drijvende kracht achter het uit de cel pompen van ionen een
transport is. elektrochemisch potentiaalverschil
Bij co-transport wordt het verval van de gecreëerd dat op zijn beurt voor het
ene soort langs zijn concentratiegradiënt transport zorgt.
gebruikt om een ander molecuul tegen
12. Symporters Indirect, actief transport. Ionen en
zijn concentratiegradiënt in te bewegen.
moleculen bewegen in dezelfde
Een voorbeeld hiervan is de
richting. Ionenpomp.
glucosesymporter, die met iedere twee
natriumionen een molecuul glucose de 13. Transporters Transporteiwitten, worden ook wel
cel in transporteert. carriers genoemd.
5. Elektrochemisch Bij een elektrochemische gradiënt speelt 14. Uniporters Type transporters waarbij
gradiënt zowel concentratie- als ladingsverschil conformatieverandering van het
een rol. Een elektrochemische gradiënt eiwit nodig is. Transportsnelheid
ontstaat wanneer de elektrische gelimiteerd, dit omdat als alle
potentiaal en de chemische potentiaal in eiwitten al op max. snelheid
de ruimte variëren. functioneren heeft de concentratie
geen invloed meer. De richting van
6. Gefaciliteerde Transport via ionkalen en uniporters.
een uniporter is afhankelijk van de
diffusie
concentratiegradiënt.
7. Ionkanalen Kanalen in het membraan via welke
geladen deeltjes de cel in en uit kunnen.
8. Km- waarde als Concentratie waarbij opname snelheid
maat voor ½ Vmax is.
transportsnelheid
9. MDR- eiwit Multi-Drug-Resistance, een eiwit dat
zorgt voor resistentie van kankercellen
tegen verschillende cytostatica.
Study online at quizlet.com/_elx9y
1. Actief transport Proces waarbij chemisch energie, ATP, 10. Membraanpotentiaal De membraanpotentiaal is de
nodig is. De moleculen worden hier over elektrische spanning die staat over
het membraan getransporteerd. de membraan van een cel. De
Transmembrane ATPases. Voorbeeld potentiaal ontstaat door
Na/K- pomp wat een rol speelt bij het in verschillende concentratiegradiënten
stand houden van het van positieve en negatieve ionen (en
membraanpotentiaal. daarmee elektrische lading) aan
weerszijden van de membraan: aan
2. Anti- porters Intergraal membraaneiwit betrokken bij
de buitenkant (de extracellulaire
secundair actief transport. Waarbij 2
zijde) van de membraan zijn er meer
stoffen in tegenstelde richting de cel in
positieve ionen (vooral
en uit gaan.
natriumionen) dan aan de
3. Aquaporines Kanalen in het membraan speciaal voor binnenkant (het cytoplasma) van de
watermoleculen. cel.
4. Co- transporters Het tegelijkertijd transporteren van twee 11. Secundair actief Bij secundair transport daarentegen
verschillende stoffen waarbij de transport is er geen directe koppeling met ATP;
concentratiegradiënt van een van de twee daarvoor in de plaats wordt door het
stoffen de drijvende kracht achter het uit de cel pompen van ionen een
transport is. elektrochemisch potentiaalverschil
Bij co-transport wordt het verval van de gecreëerd dat op zijn beurt voor het
ene soort langs zijn concentratiegradiënt transport zorgt.
gebruikt om een ander molecuul tegen
12. Symporters Indirect, actief transport. Ionen en
zijn concentratiegradiënt in te bewegen.
moleculen bewegen in dezelfde
Een voorbeeld hiervan is de
richting. Ionenpomp.
glucosesymporter, die met iedere twee
natriumionen een molecuul glucose de 13. Transporters Transporteiwitten, worden ook wel
cel in transporteert. carriers genoemd.
5. Elektrochemisch Bij een elektrochemische gradiënt speelt 14. Uniporters Type transporters waarbij
gradiënt zowel concentratie- als ladingsverschil conformatieverandering van het
een rol. Een elektrochemische gradiënt eiwit nodig is. Transportsnelheid
ontstaat wanneer de elektrische gelimiteerd, dit omdat als alle
potentiaal en de chemische potentiaal in eiwitten al op max. snelheid
de ruimte variëren. functioneren heeft de concentratie
geen invloed meer. De richting van
6. Gefaciliteerde Transport via ionkalen en uniporters.
een uniporter is afhankelijk van de
diffusie
concentratiegradiënt.
7. Ionkanalen Kanalen in het membraan via welke
geladen deeltjes de cel in en uit kunnen.
8. Km- waarde als Concentratie waarbij opname snelheid
maat voor ½ Vmax is.
transportsnelheid
9. MDR- eiwit Multi-Drug-Resistance, een eiwit dat
zorgt voor resistentie van kankercellen
tegen verschillende cytostatica.