Materiaal
Productontwikkeling Productie
Functionele eigenschappen Bewerkingseigenschappen
Emailleren = spuiten en bakken.
Materiaaleigenschappen ontstaan:
Atomen oefenen een kracht op elkaar uit;
Manier van ordening t.o.v. elkaar;
Mix van verschillende atomen.
Veranderen materiaaleigenschappen:
Warmtebehandeling (verandering van materiaalstructuren);
Vervormen (verandering van eigenschappen).
Metalen
Metaalrooster (Hoe meer glij vlakken hoe gemakkelijker een materiaal te
vervormen is (dit zijn de hoogtes van moleculen)
1. Kubisch vlak gecentreerd rooster (12 vlakken);
2. Kubisch ruimtelijk gecentreerd rooster (8 vlakken);
3. Hexagonaal georiënteerd rooster (3 vlakken).
1 2 3
Puntfouten:
Substitutionele atomen;
o Atomen van het basismateriaal zijn vervangend voor atomen van een
ander materiaal, met dezelfde afmeting.
Interstitiële atomen (koolstof atomen bij ijzer);
o Atomen kleiner dan van het basismateriaal, gaan vervorming tegen.
Vacatures.
o Plaatsen in kristalrooster waar atoom ontbreekt.
Lijnfouten:
Dislocaties.
, oOnregelmatigheden in kristalrooster,
omdat kristalgrenzen niet exact op
elkaar passen.
Kiemen (bewegen, toevoegen vloeistof) = elk kristalrooster heeft zijn eigen
oriëntatierichting.
Rekristallisatie = gloeiproces op koud vervormend metaal om kern vorming en groei
van nieuwe korrels te verkrijgen maar zonder fase verandering.
Gloeien = het effectief wanneer het wordt toegepast op gehard of koud vervormd
staal, en waarbij de structuur rekristalliseert door de vorming van nieuwe ferriet
korrels.
Afhankelijk van:
De deformatigraad;
De temperatuur;
De tijd.
Temperatuur deformatie = grovere
structuur
Temperatuur deformatie = fijne
structuur
Plastische vervorming
= wordt veroorzaakt
doordat er een
kracht op wordt
uitgeoefend.
Wanneer de krachten wegvallen is de vervorming blijvend.
Elastische vervorming = wordt veroorzaakt doordat er een kracht op wordt
uitgeoefend. De vervorming. Wanneer die krachten wegvallen wordt de vervorming
ongedaan gemaakt.