Filosofie – De vrije markt & het goede leven
Voorwoord
Waar er sprake is van kiezen, is de vraag waardoor mensen zich bij hun keuzes laten leiden.
Ook gewone mensen ‘slaven’ van de consumptiemaatschappij.
Kritiek vrije markt:
1. Men kon vaak niet anders dan werken voor hongerloon onder slechte
arbeidsomstandigheden, omdat ze anders niks te eten zouden hebben. De markt
bepaalt de hoogte van het loon.
2. Het huidige economische systeem doet de menselijke vrijheid en geluk teniet.
Historische filosofie: bestudeert grote denkers uit het verleden in hun eigen context.
Systematische filosofie: zelf scherpe vragen stellen en zelf een goed onderbouwd op die
vragen te geven.
Hebben elkaar nodig,
Dimensies menselijk bestaan: relaties, instituties, lichaam, natuur en de zin.
Invulling deze vijf elementen verschilt van cultuur tot cultuur, tijd tot tijd en mens tot
mens.
Hoofdstuk 1
De mens is het wezen dat zich tot zichzelf-in-de-wereld verhoudt. We zijn in staat naar
onszelf te kijken in relatie to onze omstandigheden. We zijn in staat tot reflectie, tot
bespiegeling.
Plessner + Heidegger.
Alleen mensen, een dier lijkt namelijk geheel met zichzelf en haar omstandigheden
samen te vallen.
De mens is een animal symbolicum: een symboliserend dier. De wijze waarop mensen
uitdrukking geven aan hoe zij zich tot zichzelf-in-de-wereld verhouden heel verschillende
‘symbolische vormen’, kan aannemen.
Ernst Cassirer.
Nietzsche: de mens is een ziek dier. Nietzsche had problemen met het gemeenschappelijke
karakter van symbolische vormen en de moraal. Een gedeelde moraal is iets voor de kudde,
voor de massa.
De Übermensch, daarentegen, schept eigen waarden, voorbij tradities. Individualist.
Kernpunten Nietzsche:
1. God is dood.
2. Amor fati.
3. Übermensch.
4. Wat mij niet dood, maakt mij sterker.
Reflexive imperative: gij zult voortdurend uw leven kritisch evalueren. Haal je er wel uit wat
er in zit?
Geluksimperatief: gij zult het maximale uit je leven halen en gelukkig zijn.
Socrates: een leven dat zichzelf niet kritisch onderzoekt is het niet waard geleefd te worden.
Vrije markt = de manier waarop de uitwisseling van kapitaal, goederen en diensten tussen
mensen, bedrijven, organisaties en landen wordt georganiseerd.
Manier organiseren van economisch verkeer.
Elementen vrije markt:
1. Privé-eigendom (consumptiegoederen en productiemiddelen).
2. Concurrentie.
3. Vraag en aanbod.
4. Corruptie = als prijzen bepaald worden doordat mensen elkaar kennen en
voordeeltjes geven.
5. Homo economicus: mens beschikt over het vermogen beschikken om rationele
afwegingen te maken of en hoe hun eigen belang het beste gediend wordt.
, 6. Geld (ruilmiddel en rekenmiddel).
7. Kapitalisme.
8. Vrije markt is nooit helemaal vrij, maar vereist het bestaan van bepaalde spelregels.
9. Innovatief mede als gevolg van onderlinge concurrentie.
Actoren die op de markt actief zijn laten zich in hun activiteiten leiden door bepaalde ideeën
en verlangens omtrent het goede leven:
1. Consumenten.
Geven geld aan iets uit om een bepaalde behoefte te bevredigen.
Funshoppen.
2. Producenten.
Ondernemerschap staat hoog aangeschreven.
Globalisering, want de moderne economie is georganiseerd in globale
netwerken die de aarde als geheel omspannen.
Lange productieketens, dus lastig vast te stellen wie waarvoor
verantwoordelijk is.
3. Financiers.
Productie en consumptie tezamen zijn ingebed in een wereldwijd financieel
systeem waarin veel geld wordt verdiend door te beleggen en geld uit te
lenen.
De vrije markt is geen natuurlijk verschijnsel zoals het weer, het is ontstaan omdat mensen
gedreven werden door bepaalde ideeën over het goede leven.
Moet rechtdoen aan de genoemde vijf bestaanscondities of dimensies van het goede
leven.
Martha Nussbaums capability approach gaat ervan uit dat het mens-zijn zelf een aantal
posities of mogelijkheden veronderstelt. Als en voor zover men dat zelf wil, zou men deze
moeten kunnen ontwikkelen om tot een goed leven te kunnen komen. Gaat niet om de
uitkomsten van menselijke keuzes, maar over de ruimte om deze keuzes te maken.
Een samenleving is goed georganiseerd als ze op elk van deze potenties garandeert dat ten
minste een bepaald minimum voor iedere burger mogelijk is. De samenleving is goed als zij
mensen in staat stelt tot:
1. Leven (zonder vroege dood).
2. Lichamelijke gezondheid.
3. Lichamelijke integriteit.
4. Zintuiglijke waarneming.
5. Emoties.
6. Plannen maken (besef van het goede ontwikkelen en eigen leven overeenkomstig
inrichten).
7. Relaties met andere kunnen en mogen hebben.
8. Andere soorten (zorg dragen voor en leven in relatie met dieren, planten en
natuurlijke omgeving).
9. Spel.
10. Zeggenschap over de eigen omgeving.
Goede samenleving geeft op al deze punten een basaal minimum aan ontwikkelingsruimte.
Kernprobleem vrijheid: de natuur, relaties en instituties geven ons mogelijkheden, maar
beperken en verplichten ons ook. Wij kunnen niet zonder hen en omgekeerd. Ze vergen
onderhoud.
Vijf dimensies van het goede leven:
1. Relaties met medemensen: vanaf onze geboorte zijn wij verbonden met anderen
met wie we de wereld delen. Ouders/verzorgers, extended family, vrienden, etc.
Voorwoord
Waar er sprake is van kiezen, is de vraag waardoor mensen zich bij hun keuzes laten leiden.
Ook gewone mensen ‘slaven’ van de consumptiemaatschappij.
Kritiek vrije markt:
1. Men kon vaak niet anders dan werken voor hongerloon onder slechte
arbeidsomstandigheden, omdat ze anders niks te eten zouden hebben. De markt
bepaalt de hoogte van het loon.
2. Het huidige economische systeem doet de menselijke vrijheid en geluk teniet.
Historische filosofie: bestudeert grote denkers uit het verleden in hun eigen context.
Systematische filosofie: zelf scherpe vragen stellen en zelf een goed onderbouwd op die
vragen te geven.
Hebben elkaar nodig,
Dimensies menselijk bestaan: relaties, instituties, lichaam, natuur en de zin.
Invulling deze vijf elementen verschilt van cultuur tot cultuur, tijd tot tijd en mens tot
mens.
Hoofdstuk 1
De mens is het wezen dat zich tot zichzelf-in-de-wereld verhoudt. We zijn in staat naar
onszelf te kijken in relatie to onze omstandigheden. We zijn in staat tot reflectie, tot
bespiegeling.
Plessner + Heidegger.
Alleen mensen, een dier lijkt namelijk geheel met zichzelf en haar omstandigheden
samen te vallen.
De mens is een animal symbolicum: een symboliserend dier. De wijze waarop mensen
uitdrukking geven aan hoe zij zich tot zichzelf-in-de-wereld verhouden heel verschillende
‘symbolische vormen’, kan aannemen.
Ernst Cassirer.
Nietzsche: de mens is een ziek dier. Nietzsche had problemen met het gemeenschappelijke
karakter van symbolische vormen en de moraal. Een gedeelde moraal is iets voor de kudde,
voor de massa.
De Übermensch, daarentegen, schept eigen waarden, voorbij tradities. Individualist.
Kernpunten Nietzsche:
1. God is dood.
2. Amor fati.
3. Übermensch.
4. Wat mij niet dood, maakt mij sterker.
Reflexive imperative: gij zult voortdurend uw leven kritisch evalueren. Haal je er wel uit wat
er in zit?
Geluksimperatief: gij zult het maximale uit je leven halen en gelukkig zijn.
Socrates: een leven dat zichzelf niet kritisch onderzoekt is het niet waard geleefd te worden.
Vrije markt = de manier waarop de uitwisseling van kapitaal, goederen en diensten tussen
mensen, bedrijven, organisaties en landen wordt georganiseerd.
Manier organiseren van economisch verkeer.
Elementen vrije markt:
1. Privé-eigendom (consumptiegoederen en productiemiddelen).
2. Concurrentie.
3. Vraag en aanbod.
4. Corruptie = als prijzen bepaald worden doordat mensen elkaar kennen en
voordeeltjes geven.
5. Homo economicus: mens beschikt over het vermogen beschikken om rationele
afwegingen te maken of en hoe hun eigen belang het beste gediend wordt.
, 6. Geld (ruilmiddel en rekenmiddel).
7. Kapitalisme.
8. Vrije markt is nooit helemaal vrij, maar vereist het bestaan van bepaalde spelregels.
9. Innovatief mede als gevolg van onderlinge concurrentie.
Actoren die op de markt actief zijn laten zich in hun activiteiten leiden door bepaalde ideeën
en verlangens omtrent het goede leven:
1. Consumenten.
Geven geld aan iets uit om een bepaalde behoefte te bevredigen.
Funshoppen.
2. Producenten.
Ondernemerschap staat hoog aangeschreven.
Globalisering, want de moderne economie is georganiseerd in globale
netwerken die de aarde als geheel omspannen.
Lange productieketens, dus lastig vast te stellen wie waarvoor
verantwoordelijk is.
3. Financiers.
Productie en consumptie tezamen zijn ingebed in een wereldwijd financieel
systeem waarin veel geld wordt verdiend door te beleggen en geld uit te
lenen.
De vrije markt is geen natuurlijk verschijnsel zoals het weer, het is ontstaan omdat mensen
gedreven werden door bepaalde ideeën over het goede leven.
Moet rechtdoen aan de genoemde vijf bestaanscondities of dimensies van het goede
leven.
Martha Nussbaums capability approach gaat ervan uit dat het mens-zijn zelf een aantal
posities of mogelijkheden veronderstelt. Als en voor zover men dat zelf wil, zou men deze
moeten kunnen ontwikkelen om tot een goed leven te kunnen komen. Gaat niet om de
uitkomsten van menselijke keuzes, maar over de ruimte om deze keuzes te maken.
Een samenleving is goed georganiseerd als ze op elk van deze potenties garandeert dat ten
minste een bepaald minimum voor iedere burger mogelijk is. De samenleving is goed als zij
mensen in staat stelt tot:
1. Leven (zonder vroege dood).
2. Lichamelijke gezondheid.
3. Lichamelijke integriteit.
4. Zintuiglijke waarneming.
5. Emoties.
6. Plannen maken (besef van het goede ontwikkelen en eigen leven overeenkomstig
inrichten).
7. Relaties met andere kunnen en mogen hebben.
8. Andere soorten (zorg dragen voor en leven in relatie met dieren, planten en
natuurlijke omgeving).
9. Spel.
10. Zeggenschap over de eigen omgeving.
Goede samenleving geeft op al deze punten een basaal minimum aan ontwikkelingsruimte.
Kernprobleem vrijheid: de natuur, relaties en instituties geven ons mogelijkheden, maar
beperken en verplichten ons ook. Wij kunnen niet zonder hen en omgekeerd. Ze vergen
onderhoud.
Vijf dimensies van het goede leven:
1. Relaties met medemensen: vanaf onze geboorte zijn wij verbonden met anderen
met wie we de wereld delen. Ouders/verzorgers, extended family, vrienden, etc.