Interventi e ontwikkeling
Door: Beau Simon
Opleiding: Toegepaste Psychologie aan het Fontys
Voor het vak: Gezondheidsvoorlichting
Docent: Martijn M.A. Bauer
1
,Inhoud
Probleemanalyse....................................................................................................................................3
Aanleiding.......................................................................................................................................3
Gevolgen.........................................................................................................................................3
Niet-westerse culturen en zwerfafval.............................................................................................3
Take-out afval.................................................................................................................................4
Doelgroepanalyse...................................................................................................................................4
De doelgroep..................................................................................................................................4
Levenssituatie.................................................................................................................................4
Gedragsanalyse......................................................................................................................................5
Gedrag............................................................................................................................................5
Determinantenanalyse...........................................................................................................................5
Gedragsintentie..............................................................................................................................5
Kennis en bewustzijn......................................................................................................................5
Sociale invloed subjectieve norm...................................................................................................6
Eigen-effectiviteitsverwachting......................................................................................................6
Attitude...........................................................................................................................................6
Risico inschatting............................................................................................................................6
Conclusie................................................................................................................................................7
Interventie ontwikkeling.........................................................................................................................7
De campagne..................................................................................................................................7
Wanneer is de campagne...............................................................................................................7
Doel van de campagne...................................................................................................................7
Invloed op de gedragsintentie........................................................................................................7
Invloed op de sociale invloed.........................................................................................................7
Attitude...........................................................................................................................................8
Voorbeelden van campagneborden...............................................................................................8
Bijlage.....................................................................................................................................................8
Feedback................................................................................................................................................9
Bibliografie.............................................................................................................................................9
2
, Probleemanalyse
De een maakt zich er zorgen over terwijl de ander het maar links laat liggen; zwerfafval. Een
probleem wat zich nog altijd voordoet en licht aan het eind van de tunnel lijkt er niet te zijn. Om een
voorbeeld te geven, volgens de monitoring van Rijkswaterstaat over blikjes en plastic flessen die in
het milieu terecht komen in bepaalde meetgebieden, is er een stijging te zien van 46,54% in de
eerste helft van het jaar 2020 ten opzichte van het jaar 2018 (Zwerfafval Rijkswaterstaat, 2020).
Zwerfvuil is al het afval dat op plekken ligt waar het niet hoort (Van Dale, 2021).
Aanleiding
Na schatting belandt er in Nederland gemiddeld tussen de 35 en 140 miljoen kilo zwerfafval op straat
(Milieu Centraal, 2021). Slordigheid of haast zijn de twee meest genoemde redenen om afval achter
te laten in plaats van het op te ruimen waar het hoort (Schotsmans, 2020). In dit geval wordt er
bewust zwerfafval gecreëerd. Ook een gebrek aan kennis kan ervoor zorgen dat afval achter wordt
gelaten, denk aan jongeren die niet weten hoe schadelijk afval kan zijn (van Leeuwen et al., 2021).
Afval ontstaat naast bewuste creatie ook door onbewuste creatie. Het komt voor dat prullenbakken
of containers al vol zitten en het afval er vervolgens uit waait of er uit wordt gepakt door dieren (Mr
Fill, 2021). Op deze manier komt het afval ook in het milieu terecht.
Gevolgen
Naast dat zwerfafval er onaantrekkelijk uitziet, brengt het ook vele sociale problemen met zich mee.
Volgens een artikel uit 2013 gepubliceerd door SAGE zorgt zwerfafval voor negatieve gevolgen zoals
een groter risico op brand, wordt de veiligheid geriskeerd en ontstaan er gezondheidsrisico’s (Brown,
Perkins, & Brown, 2004). Er is een verband te leggen tussen de ernst van de vervuiling en het aantal
criminele activiteiten. Activiteiten zoals stelen lijken meer voor te komen op plekken die ernstiger
vervuild zijn (Lindenberg, Steg, & Keizer, 2008). Een vervuilde buurt is dus in zekere zin een
onveiligere buurt. Er ontstaan ook financiële gevolgen. In een omgeving met veel afval draaien
winkels minder omzet en daalt de waarde van vastgoed (Skogan , 1990). Het opruimen van afval kost
geld. De kosten van de fabricatie van plastic zijn veel lager dan de kosten om van het plastic af te
komen (Universiteit Utrecht, 2021).
Afval wat in het milieu terecht komt is schadelijk voor mens en dier (Rijkswaterstaat, 2021). Dieren
krijgen inwendige verwondingen als zij het afval zien als voedsel, of krijgen uitwendige verwondingen
door bijvoorbeeld glasscherven of touw (Animals Today, 2014). Aan de gevolgen van zwerfafval
kunnen zij overlijden.
Regionaal zwerfafval is onderdeel van het mondiale afvalprobleem. Door factoren als wind of water
wordt afval verplaatst. Dit afval kan uiteindelijk in de oceanen terecht komen (Rijkswaterstaat, 2020).
Kleine beetjes afval hopen zich op tot een eiland van plastic. Een klein stuk afval heeft daadwerkelijk
meer effect dan dit in eerste opzicht lijkt.
Niet-westerse culturen en zwerfafval
Een studie van Ubachs (Ubachs, 2014) laat zien dat burgers met een niet-westerse etniciteit te weinig
participeren in het schoonhouden van de buurt. Het onderzoek vond plaats in de Prinsenhof en de
Heuvel/Amstelwijk. Het doel van het onderzoek was om een effectieve manier te vinden waarmee
burgers actiever de buurt zouden onderhouden. De burgers van de Prinsenhof bestonden in 2014
voor 42% uit bewoners met een niet-westerse achtergrond. In de Heuvel/Amstelwijk was dit aantal
37% (Ubachs, 2014). De wijken zijn door de gemeente Leidschendam/Voorburg gekenmerkt als
aandachtswijken. De mate waarin de bewoners van de wijken overlast ervaren door bijvoorbeeld
3