Belangrijke informatie vooraf 3
Hoofdstuk 1: Rechtsvormen 4
Ondernemingsrecht 4
Eenmanszaak 4
Personenvennootschappen 4
Kapitaalvennootschappen 5
Overige rechtsvormen 6
Hoofdstuk 2: Omgeving 8
Structuurvisie 8
Bestemmingsplan 8
Omgevingsvergunning 9
Huur 10
Hoofdstuk 3: Overeenkomst 12
Totstandkomingsvereisten 12
Handelingsonbekwaamheid 13
Wilsgebreken 14
Inhoud overeenkomst 14
Algemene voorwaarden 15
Niet-nakoming 15
Hoofdstuk 4: Koopovereenkomst 18
Koop 18
Eigendomsoverdracht 19
Conformiteit 19
Hoofdstuk 5: Onrechtmatige daad 21
Wettelijke aansprakelijkheid 21
Vereisten onrechtmatige daad 21
Rechtvaardigingsgronden 22
Hoofdstuk 6: Productaansprakelijkheid 23
Risicoaansprakelijkheid 23
Vereisten productaansprakelijkheid 23
Producent 24
Toch geen aansprakelijkheid 24
Hoofdstuk 7: Personeel 25
Arbeid en arbeidsovereenkomst 25
Rechten en verplichtingen 26
Aansprakelijkheid werkgever 27
Beëindiging arbeidsovereenkomst 28
Hoofdstuk 8: Bescherming concurrent en consument 30
, Kartelvorming en misbruik van machtspositie 30
Oneerlijke handelspraktijken 32
Reclame 32
Privacy 33
Hoofdstuk 9: Intellectueel eigendom 35
Octrooirecht 35
Auteursrecht 36
Merkenrecht 37
Handelsnaamrecht 38
Hoofdstuk 10: Faillissement 39
Belangrijke aspecten van het faillissement 39
Faillissementspauliana 40
Volgorde van vorderingen 41
Einde van faillissement 42
Surseance van betaling 42
,Belangrijke informatie vooraf
Regels:
1. Rechtsregels: juridisch relevant en rechtens afdwingbaar
2. Overige regels: van moraal en fatsoen, maken het leven met veel mensen op een
klein gebied leefbaar
Rechtsregels
- Publiekrecht: staatsrecht, bestuursrecht, belastingrecht, strafrecht.
Het publiekrecht geeft regels ten aanzien van de verhouding tussen de burger en de
overheid. Ook omvat dit rechtsgebied de verhouding tussen overheidsinstanties
onderling.
- Privaatrecht: personen- en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht. Het
privaatrecht regelt de verhoudingen tussen burgers onderling.
- Dwingend recht: je mag niet van een rechtsregel afwijken.
- Aanvullend recht: is slechts van toepassing als je zelf geen regels hebt
afgesproken. Is van toepassing als aanvulling op dwingend recht.
- Materieel recht: inhoud van regels
- Formeel recht: handhaving van regels van materieel recht.
- Objectief recht: geheel van geldende rechtsregels in Nederland
- Subjectief recht: een persoonlijk recht, dat voortvloeit uit een objectief recht.
Deze komen voort uit rechtsbronnen welke te vinden zijn in:
- De wet
- Internationale regelingen
- Jurisprudentie
- Gewoonterecht
- Ongeschreven recht
Hogere regelingen gaan boven lagere regelingen. Jongere regelingen gaan voor oudere.
Regelingen voor een bijzonder geval gaan altijd boven algemene regelingen.
Burgerlijk Wetboek (privaatrecht):
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonenrecht
3. Algemeen vermogensrecht
4. Erfrecht
5. Zakenrecht
6. Algemeen vermogensrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. ‘’ inclusief boek 7A
9. Verkeersmiddelen en vervoer
10. Internationaal privaatrecht
-
, Hoofdstuk 1: Rechtsvormen
Ondernemingsrecht
Bij het opzetten van een onderneming moet je goed nadenken over de rechtsvorm, omdat
ze allemaal hun voor- en nadelen hebben. Criteria: aansprakelijkheid, tijd, moeite en de
kosten.
Het ondernemingsrecht is het rechtsgebied dat regels geeft omtrent de verschillende
rechtsvormen.
Bij het kiezen van een rechtsvorm kijk je of je een ondernemingsvorm met of zonder
rechtspersoonlijkheid (je onderneming heeft zelfstandig bezittingen en schulden, dus je bent
buiten je onderneming bezittingen niet aansprakelijk) wilt. Deze kun je tussentijds wijzigen!
De eenmanszaak en de personenvennootschappen hebben geen rechtspersoonlijkheid, de
kapitaalvennootschappen bv en nv en de overige ondernemingsvormen wél.
Eenmanszaak
Eén persoon aansprakelijk (geen rechtspersoon), maar er kunnen wel meer mensen
werkzaam zijn bij die onderneming.
Mensen kiezen vaak voor de rechtsvorm eenmanszaak omdat het weinig tijd en moeite kost.
Het overnemen van een eenmanszaak kost wel veel moeite omdat het dus geen
rechtspersoon is en bij overname moet de verkopende partij overgaan tot afzonderlijke
overdrachts handelingen van alle activa en passiva aan de kopende partij.
Personenvennootschappen
Drie vormen:
1. Maatschap: (Art. 7A:1655 BW) nooit door een individueel, spreken af om iets in
gemeenschap te brengen: elk contractspartij dient iets in te brengen waar alle maten
iets aan hebben (Art. 7A:1662 BW). Oprichten van een maatschap is eenvoudig,
alleen contract opstellen en naar de Kvk (art. 5 Hregw). Er wordt in een contract de
hoogte van de winstverdeling afgesproken, en zo niet wordt er gekeken naar de
inbreng van verschillende contractspartijen (Art. 7A:1670 BW). De maat die geen
geldbedrag heeft ingebracht maar arbeid, krijgt gelijke winst als de maat met de
laagste vermogensinbreng (Art. 7A:1670 lid 2 BW).
VOF en Maatschap doen dit allebei, het verschil is dat dat een maatschap alleen
opgericht kan worden voor een vrij beroep waar specifieke kennis voor nodig is
(tandarts, advocaten etc.) en een VOF voor bedrijfsmatige activiteiten.
De betrokkenen maten zijn allemaal ZZP’ers en daarbij zijn ze individueel
verantwoordelijk voor schulden (Art. 7A:1679 BW). Uitzonderingen zijn:
- De handelende maat heeft vooraf een volmacht gekregen van de andere
maten (beheersdaad). Hieronder vallen alle handelingen die tot de normale
activiteiten behoren van de betreffende maatschap.
- De andere maten hebben achteraf de actie van de handelende maat
bekrachtigd.
- De maten hebben gezamenlijk gehandeld.
- De verplichting die de maat is aangegaan is uiteindelijk voordelig voor de
maatschap gebleken.
→ Hieruit moeten alle maten gelijke delen betalen (art. 7A:1680 BW).
Hoofdstuk 1: Rechtsvormen 4
Ondernemingsrecht 4
Eenmanszaak 4
Personenvennootschappen 4
Kapitaalvennootschappen 5
Overige rechtsvormen 6
Hoofdstuk 2: Omgeving 8
Structuurvisie 8
Bestemmingsplan 8
Omgevingsvergunning 9
Huur 10
Hoofdstuk 3: Overeenkomst 12
Totstandkomingsvereisten 12
Handelingsonbekwaamheid 13
Wilsgebreken 14
Inhoud overeenkomst 14
Algemene voorwaarden 15
Niet-nakoming 15
Hoofdstuk 4: Koopovereenkomst 18
Koop 18
Eigendomsoverdracht 19
Conformiteit 19
Hoofdstuk 5: Onrechtmatige daad 21
Wettelijke aansprakelijkheid 21
Vereisten onrechtmatige daad 21
Rechtvaardigingsgronden 22
Hoofdstuk 6: Productaansprakelijkheid 23
Risicoaansprakelijkheid 23
Vereisten productaansprakelijkheid 23
Producent 24
Toch geen aansprakelijkheid 24
Hoofdstuk 7: Personeel 25
Arbeid en arbeidsovereenkomst 25
Rechten en verplichtingen 26
Aansprakelijkheid werkgever 27
Beëindiging arbeidsovereenkomst 28
Hoofdstuk 8: Bescherming concurrent en consument 30
, Kartelvorming en misbruik van machtspositie 30
Oneerlijke handelspraktijken 32
Reclame 32
Privacy 33
Hoofdstuk 9: Intellectueel eigendom 35
Octrooirecht 35
Auteursrecht 36
Merkenrecht 37
Handelsnaamrecht 38
Hoofdstuk 10: Faillissement 39
Belangrijke aspecten van het faillissement 39
Faillissementspauliana 40
Volgorde van vorderingen 41
Einde van faillissement 42
Surseance van betaling 42
,Belangrijke informatie vooraf
Regels:
1. Rechtsregels: juridisch relevant en rechtens afdwingbaar
2. Overige regels: van moraal en fatsoen, maken het leven met veel mensen op een
klein gebied leefbaar
Rechtsregels
- Publiekrecht: staatsrecht, bestuursrecht, belastingrecht, strafrecht.
Het publiekrecht geeft regels ten aanzien van de verhouding tussen de burger en de
overheid. Ook omvat dit rechtsgebied de verhouding tussen overheidsinstanties
onderling.
- Privaatrecht: personen- en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht. Het
privaatrecht regelt de verhoudingen tussen burgers onderling.
- Dwingend recht: je mag niet van een rechtsregel afwijken.
- Aanvullend recht: is slechts van toepassing als je zelf geen regels hebt
afgesproken. Is van toepassing als aanvulling op dwingend recht.
- Materieel recht: inhoud van regels
- Formeel recht: handhaving van regels van materieel recht.
- Objectief recht: geheel van geldende rechtsregels in Nederland
- Subjectief recht: een persoonlijk recht, dat voortvloeit uit een objectief recht.
Deze komen voort uit rechtsbronnen welke te vinden zijn in:
- De wet
- Internationale regelingen
- Jurisprudentie
- Gewoonterecht
- Ongeschreven recht
Hogere regelingen gaan boven lagere regelingen. Jongere regelingen gaan voor oudere.
Regelingen voor een bijzonder geval gaan altijd boven algemene regelingen.
Burgerlijk Wetboek (privaatrecht):
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonenrecht
3. Algemeen vermogensrecht
4. Erfrecht
5. Zakenrecht
6. Algemeen vermogensrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. ‘’ inclusief boek 7A
9. Verkeersmiddelen en vervoer
10. Internationaal privaatrecht
-
, Hoofdstuk 1: Rechtsvormen
Ondernemingsrecht
Bij het opzetten van een onderneming moet je goed nadenken over de rechtsvorm, omdat
ze allemaal hun voor- en nadelen hebben. Criteria: aansprakelijkheid, tijd, moeite en de
kosten.
Het ondernemingsrecht is het rechtsgebied dat regels geeft omtrent de verschillende
rechtsvormen.
Bij het kiezen van een rechtsvorm kijk je of je een ondernemingsvorm met of zonder
rechtspersoonlijkheid (je onderneming heeft zelfstandig bezittingen en schulden, dus je bent
buiten je onderneming bezittingen niet aansprakelijk) wilt. Deze kun je tussentijds wijzigen!
De eenmanszaak en de personenvennootschappen hebben geen rechtspersoonlijkheid, de
kapitaalvennootschappen bv en nv en de overige ondernemingsvormen wél.
Eenmanszaak
Eén persoon aansprakelijk (geen rechtspersoon), maar er kunnen wel meer mensen
werkzaam zijn bij die onderneming.
Mensen kiezen vaak voor de rechtsvorm eenmanszaak omdat het weinig tijd en moeite kost.
Het overnemen van een eenmanszaak kost wel veel moeite omdat het dus geen
rechtspersoon is en bij overname moet de verkopende partij overgaan tot afzonderlijke
overdrachts handelingen van alle activa en passiva aan de kopende partij.
Personenvennootschappen
Drie vormen:
1. Maatschap: (Art. 7A:1655 BW) nooit door een individueel, spreken af om iets in
gemeenschap te brengen: elk contractspartij dient iets in te brengen waar alle maten
iets aan hebben (Art. 7A:1662 BW). Oprichten van een maatschap is eenvoudig,
alleen contract opstellen en naar de Kvk (art. 5 Hregw). Er wordt in een contract de
hoogte van de winstverdeling afgesproken, en zo niet wordt er gekeken naar de
inbreng van verschillende contractspartijen (Art. 7A:1670 BW). De maat die geen
geldbedrag heeft ingebracht maar arbeid, krijgt gelijke winst als de maat met de
laagste vermogensinbreng (Art. 7A:1670 lid 2 BW).
VOF en Maatschap doen dit allebei, het verschil is dat dat een maatschap alleen
opgericht kan worden voor een vrij beroep waar specifieke kennis voor nodig is
(tandarts, advocaten etc.) en een VOF voor bedrijfsmatige activiteiten.
De betrokkenen maten zijn allemaal ZZP’ers en daarbij zijn ze individueel
verantwoordelijk voor schulden (Art. 7A:1679 BW). Uitzonderingen zijn:
- De handelende maat heeft vooraf een volmacht gekregen van de andere
maten (beheersdaad). Hieronder vallen alle handelingen die tot de normale
activiteiten behoren van de betreffende maatschap.
- De andere maten hebben achteraf de actie van de handelende maat
bekrachtigd.
- De maten hebben gezamenlijk gehandeld.
- De verplichting die de maat is aangegaan is uiteindelijk voordelig voor de
maatschap gebleken.
→ Hieruit moeten alle maten gelijke delen betalen (art. 7A:1680 BW).