H10:1
Scheikunde H10: Redoxreacties
10.1 Elektronenoverdracht
In hoogovens wordt ijzererts omgezet in ijzer.
Fe2O3 (l) + 3 CO (g) => 2 Fe (l) + 3 CO2 (g)
Een reactie waarbij elektronen worden overgedragen van een reductor naar een oxidator, noem je
een redoxreactie. Je kunt een redoxreactie herkennen aan het feit dat deeltjes tijdens de reactie van
lading veranderen.
Voorbeeld: Mg (s) + 2 H+ (aq) => Mg2+ (aq) + H2 (g)
De Mg-atomen hebben elektronen afgestaan, ze worden Mg 2+-ionen.
De H+- ionen hebben deze elektronen opgenomen en vormen waterstofgas (H 2). Er vindt
elektronenoverdracht plaats en de reactie is dus een redoxreactie.
Voorbeeld:
- NaCl (s) => Na+ (aq) + Cl- (aq)
- 2 Na (s) + Cl2 (g) => 2 NaCl (s)
Zouten bestaan uit ionen. Zowel voor en na de pijl zijn er dus geladen deeltjes, dan is het geen
redoxreactie (1). Bij de 2e zijn de deeltjes voor de pijl ongeladen en na de pijl ionen ontstaan => wel
redoxreactie.
Pb2+ verandert in Pb: er worden elektronen opgenomen.
2 Cl- veranderen in Cl2: er worden elektronen afgestaan.
10.2 Halfreacties
Het gemak waarmee metalen reageren met zuurstof en water heet edelheid. Je kunt metalen indelen
op basis van edelheid:
- Edele metalen: reageren niet met zuurstof en water (bv. goud, zilver, platina).
- Halfedele metalen: reageren alleen bij hoge temperaturen met zuurstof en water (bv. koper,
kwik).
- Onedele metalen: reageren met zuurstof en water (bv. ijzer, aluminium, zink)
- Zeer onedele metalen: reageren snel en heftig met zuurstof en water (bv. alkalimetalen:
kalium, natrium en metalen: calcium).
Hoe edeler een metaal, hoe slechter het reageert met zuurstof en water. Edele metalen zijn zwakke
reductoren. Onedele metalen zijn sterke reductoren.
Deeltjes die in een redoxreactie elektronen opnemen, een acceptor zoals zuurstof, noem je
oxidatoren. Deeltjes die elektronen afstaan, een donor zoals zink, heten reductoren.
In tabel 48 staan in de linker kolom de oxidatoren met de sterkste boven en in de rechterkolom
reductoren met de sterkste onderaan.
In de vergelijking van de halfreactie van een reductor geeft de reductor elektronen af: de elektronen
staan na de pijl. In de vergelijking van de halfreactie van een oxidator neemt de oxidator elektronen
op: de elektronen staan vóór de pijl. Binas 48
Voorbeeld: Zn (s) => Zn2+ + 2e- en Cu2+ + 2e- => Cu (s)
Je kunt halfreacties kloppend maken door eerst het aantal van elke atoomsoort gelijk te maken.
Daarna maak je de lading links en rechts van de pijl gelijk door het plaatsen van elektronen. Daarna
kun je bepalen of het een halfreactie van een oxidator of een reductor is.
Scheikunde H10: Redoxreacties
10.1 Elektronenoverdracht
In hoogovens wordt ijzererts omgezet in ijzer.
Fe2O3 (l) + 3 CO (g) => 2 Fe (l) + 3 CO2 (g)
Een reactie waarbij elektronen worden overgedragen van een reductor naar een oxidator, noem je
een redoxreactie. Je kunt een redoxreactie herkennen aan het feit dat deeltjes tijdens de reactie van
lading veranderen.
Voorbeeld: Mg (s) + 2 H+ (aq) => Mg2+ (aq) + H2 (g)
De Mg-atomen hebben elektronen afgestaan, ze worden Mg 2+-ionen.
De H+- ionen hebben deze elektronen opgenomen en vormen waterstofgas (H 2). Er vindt
elektronenoverdracht plaats en de reactie is dus een redoxreactie.
Voorbeeld:
- NaCl (s) => Na+ (aq) + Cl- (aq)
- 2 Na (s) + Cl2 (g) => 2 NaCl (s)
Zouten bestaan uit ionen. Zowel voor en na de pijl zijn er dus geladen deeltjes, dan is het geen
redoxreactie (1). Bij de 2e zijn de deeltjes voor de pijl ongeladen en na de pijl ionen ontstaan => wel
redoxreactie.
Pb2+ verandert in Pb: er worden elektronen opgenomen.
2 Cl- veranderen in Cl2: er worden elektronen afgestaan.
10.2 Halfreacties
Het gemak waarmee metalen reageren met zuurstof en water heet edelheid. Je kunt metalen indelen
op basis van edelheid:
- Edele metalen: reageren niet met zuurstof en water (bv. goud, zilver, platina).
- Halfedele metalen: reageren alleen bij hoge temperaturen met zuurstof en water (bv. koper,
kwik).
- Onedele metalen: reageren met zuurstof en water (bv. ijzer, aluminium, zink)
- Zeer onedele metalen: reageren snel en heftig met zuurstof en water (bv. alkalimetalen:
kalium, natrium en metalen: calcium).
Hoe edeler een metaal, hoe slechter het reageert met zuurstof en water. Edele metalen zijn zwakke
reductoren. Onedele metalen zijn sterke reductoren.
Deeltjes die in een redoxreactie elektronen opnemen, een acceptor zoals zuurstof, noem je
oxidatoren. Deeltjes die elektronen afstaan, een donor zoals zink, heten reductoren.
In tabel 48 staan in de linker kolom de oxidatoren met de sterkste boven en in de rechterkolom
reductoren met de sterkste onderaan.
In de vergelijking van de halfreactie van een reductor geeft de reductor elektronen af: de elektronen
staan na de pijl. In de vergelijking van de halfreactie van een oxidator neemt de oxidator elektronen
op: de elektronen staan vóór de pijl. Binas 48
Voorbeeld: Zn (s) => Zn2+ + 2e- en Cu2+ + 2e- => Cu (s)
Je kunt halfreacties kloppend maken door eerst het aantal van elke atoomsoort gelijk te maken.
Daarna maak je de lading links en rechts van de pijl gelijk door het plaatsen van elektronen. Daarna
kun je bepalen of het een halfreactie van een oxidator of een reductor is.