Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Fysiologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
34
Geüpload op
21-04-2022
Geschreven in
2020/2021

Beknopte samenvatting van het vak Fysiologie met alle belangrijke punten

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

FYSIOLOGIE

Inleiding fysiologie & homeostase
Anatomie  hoe zien structuren in het menselijk lichaam er uit  macroscopisch (blote oog) en
microscopisch (histologie).
Fysiologie  hoe functioneren de verschillende structuren  orgaan niveau en cel niveau.
Pathologie  hoe zorgen veranderingen in normale fysiologie voor ziekte?

Celdifferentiatie  een ongespecialiseerde cel veranderen in een gespecialiseerde cel met een
bepaalde functie.
Spiercellen  er zijn drie verschillende typen; skelet, hart en ‘smooth’ en alle drie een
gespecialiseerde functie. Veel spiercellen samen  Spierweefsel
Neuronen  cel in het zenuwstelsel die gespecialiseerd is in het doorgeven van elektrische signalen.
Veel neuronen samen  Zenuwweefsel/neuronweefsel
Epitheelcellen  cellen die zijn gespecialiseerd in het selectief uitscheiden en absorberen van ionen
of organische moleculen. Veel epitheelcellen samen  epithelium. Dit weefsel vormt de deklaag van
verschillende holtes. Epitheelcellen zitten met tight junctions aan elkaar, zodat er nauwelijks
moleculen tussen de cellen door kunnen diffunderen. Moleculen kunnen alleen de epitheel passeren
als er sprake is van actief transport. Epitheel bevat geen bloedvaten. Aan –en afvoer van stoffen voor
de epitheelcellen geschiedt via de bloedvaten in het ondergelegen bindweefsel.
Connectief weefsel  vorming van de extracellulaire matrix (ECM). Dit is de ondersteunende
omgeving van elke individuele cel.

Het lichaam kan bekeken worden op verschillende organisatieniveau’s:
Moleculair  eiwit  cel  weefsel  orgaan  orgaanstelsel.
In het lichaam zitten 11 verschillende orgaanstelsels.
Urinestelsel, zenuwstelsel, spierstelsel, bloedvatenstelsel, lymfe, ademhaling, vertering,
voortplanting, huid, skelet, hormoon. Tabel 1.1 blz. 5

Vloeistof compartimenten
Intracellulaire vloeistoffen  vloeistoffen binnen in de cel (cytoplasma enz.). Bevat ongeveer 2/3 e
van al je lichaamsvloeistof.
Extracellulaire vloeistoffen  vloeistoffen om de cel heen. Ongeveer 1/3 e van al je
lichaamsvloeistof.

Homeostase  het vermogen van meercellige organismen om het interne milieu constant/ in
evenwicht te houden ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt.
Homeostase is een dynamisch proces (bijv. de verandering in de glucoseconcentratie in het bloed).
Door homeostase zal de bloedsuikerspiegel zo goed als mogelijk rond een bepaalde waarde blijven
hangen en niet teveel uitschieten.

Regulatie van homeostase met behulp van homeostase controle systemen;
Een voorbeeld; onderstaande systeem houdt de lichaamstemperatuur ongeveer hetzelfde wanneer
de omgevingstemperatuur veranderd.




1

, Blz. 8
De regulatie systemen werken meestal via negatieve terugkoppeling  een proces wordt negatief
beïnvloed tot (eventueel) de oorspronkelijke waarde weer is bereikt.
Positieve terugkoppeling  proces wordt positief beïnvloed. Het proces wordt dus in stand
gehouden of versterkt. Bijv. bloedstolling of bevallen.
Terugkoppeling werkt vaak in enzymatische en hormonale processen. Positieve terugkoppeling is
echter in contradictie met homeostase (want proces wordt niet specifiek gestopt, maar juist
versterkt), dus dit komt dan ook veel minder voor in de natuur. Positieve terugkoppeling is dus geen
homeostase.
Tabel 2.1 blz. 9 en zie blz. 11.
De prikkel die een terugkoppeling veroorzaakt, wordt ook wel de stimulus genoemd.

Cellen kunnen op verschillende wijzen onderling communiceren;
Hormonen  hormonen worden uitgescheiden door cellen en vervolgens getransporteerd via de
bloedbaan. Ze binden aan cellen die daar de juiste receptoren voor bezitten en komen dus zo bij de
juiste cellen terecht.
Neurotransmitters  neurotransmitters worden uitgescheiden door neuronen/zenuwcellen. Ze
verplaatsen zich doordat er diffusie (hoge concentratie  lage concentratie) plaatsvindt en komen
zo bij andere neuronen terecht.
Paracrine/autocrine stoffen  deze stoffen worden gemaakt en uitgescheiden door cellen en
verplaatst via extracellulaire compartimenten. Een stof die reageert met naburige cellen 
paracrien. Een stof die wordt afgegeven door een cel en vervolgens weer naar diezelfde cel
terugkeert  autocrien.

Inleiding zenuwstelsel en actiepotentialen
Zenuwstelsel  kan men onderverdelen in het centrale ZS en het perifere ZS. Het ZS heeft 2
basisfuncties;
- Opnemen en verwerken van informatie
- Het in gang zetten en sturen van bewegingen via gerichte spierarbeid
Centrale ZS  hersenen, hersenstam en ruggenmerg  grootste deel van het ZS.
Perifere ZS  alle zenuwen die buiten het CZS liggen.

2

,Het parasympatisch ZS verlaagt de hartslag (lichaam in rust). Het sympatisch ZS verhoogt de hartslag
(lichaam tijdens activiteit).

Zenuwcellen  neuronen  zijn ongeveer 10% van alle cellen in het CZS en nemen ongeveer 50%
van de ruimte in. Een neuron heeft een axon (van de kern af, naar andere cel toe) en een dendriet
(van een andere cel naar de kern toe).

Neuronen komen voor in verschillende vormen:
Multipolair  komen het meest voor in het CZS. Het zijn
motorische zenuwcellen die skeletspieren aansturen.
Unipolair  sensibele neuronen in het PZS.
Bipolair  komen zelden voor. Maar ze kunnen zich bevinden
in zintuigen om info over horen, ruiken, proeven etc. door te
geven.




Verschillende neuronen hebben verschillende functies;
Sensibele neuronen (afferent  info van weefsels naar CZS)  ontvangen info van zintuigcellen.
Schakelcellen (inter  verbinden neuronen binnen CZS met elkaar)  bevinden zich geheel in de
hersenen & ruggenmerg en zorgen voor de overdracht van informatie. Bevat 99% van de neuronen.
Motorische neuronen (efferent  info van CZS naar andere cellen)  geleiden impulsen vanaf het
CZS naar andere weefsels/organen/orgaansystemen. Fig 6.4 blz. 141


3

, Communicatie
Het brein is opgebouwd uit heel veel zenuwcellen (neuronen) die met elkaar communiceren door
middel van speciale contactpunten: synapsen. In deze synapsen worden chemische stoffen
(neurotransmitters) van het ene neuron (presynaptisch) naar het andere neuron (postsynaptisch)
overgedragen waar ze worden ontvangen door receptoren.

Neuroglia  niet-zenuwcellen die de zenuwcellen omvangen en zorgen voor metabolische en
fysische ondersteuning. Ze behouden de homeostase, vormen myeline en beschermen de neuronen.
4 soorten;
Ogliodendrocyt; uiteinden zijn langs de axonen gewikkeld waardoor isolatiemateriaal gevormd wordt
= myeline. Myeline bevat vetten, waardoor het hersengedeelte waar myeline zit er wit uitziet = witte
stof.
Astrocyt; Grootste en talrijk. Geven chemische stoffen af die de bloed-hersenbarrière handhaven.
Microglia; Kleinste en minst. Hebben fagocyterende werking; eten celfragmenten en
ziekteverwekkers en helpen dus met de afweer.
Ependymcellen; bekleden het centrale kanaal van het ruggenmerg en de hersencompartimenten.
In het PZS spelen Schwanncellen een rol als neuroglia. Deze cellen produceren de myeline sheats van
de axonen van perifere neuronen. Fig 6.6 blz. 143

Myeline  een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult. Myeline geeft
de witte stof zijn witte kleur. Het zorgt ervoor dat actiepotentialen sneller worden doorgestuurd. In
het bijzonder voor lange afstanden is dit van cruciaal belang. De myelineschede bestaat uit een vele
malen om het axon gedraaide dubbele lipidelaag zoals die ook in celmembranen voorkomt.
Naast het helpen bij de signaaloverdracht zorgt myeline er ook voor dat een elektrisch signaal niet
overspringt naar een zenuwcel waar het niet voor bedoeld is en zo wordt kortsluiting voorkomen.

Sommige ziektes zorgen voor een myelinestoornis;
Ziekte van Krabbe  Er mist een bepaald enzym, waardoor er een overvloed aan
ongemetaboliseerde vetten ontstaat die de groei van myeline beïnvloeden.
Guillain-Barre Syndroom  Het eigen immuunsysteem breek myeline af, waardoor er een
plotselinge gevoelloosheid en/of verlamming optreedt.

Membraanpotentialen:
Rustpotentiaal
De ionenpermeabiliteit van transporteiwitten in de neuronmembraan kan worden gemoduleerd door
binding aan een ligand (transmitters, hormonen, Ca, cAMP). Eiwitten kunnen niet door de
membraan.
Wanneer een cel in rust is er altijd een potentiaalverschil  de condities buiten de cel zijn altijd
positiever dan binnen de cel = rustpotentiaal. Deze ligt bij -70 mV.
Na+ en K+ ionen spelen de belangrijkste rol bij het genereren van de rustpotentiaal, maar in sommige
cellen is Cl- ook een factor. De Na+ en Cl- concentraties binnen de cel zijn lager dan buiten de cel,
terwijl de K+ concentratie binnen de cel hoger is dan buiten de cel.
Er zijn vele verschillende pompen en ionkanalen die bijdragen aan de rustpotentiaal zie slide
blackboard. Prikkels (chemische stoffen, T veranderingen, mechanische druk etc.) kunnen zorgen
voor een verandering van de doorlaatbaarheid van ionkanalen (passief) en verandering van de
activiteit van de natrium/kalium-pomp (actief).
De rustpotentiaal kan via ligand-gated ionkanalen veranderen. Dit kan in principe in de
membraanpotentialen van ALLE cellen.

4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 april 2022
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.37
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Biostudentt

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Biostudentt Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
3
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen