Taak 8
A
Geen derdenbescherming, want de pandhouder heeft de zaak in handen
gekregen. Dan is er geen derdenbescherming mogelijk volgens artikel
3:238 lid 1 BW. Het is een stil pandrecht dus geen derdenbescherming.
Stel dat het een vuistpandrecht zou zijn. Zou er dan wel
derdenbescherming zijn? als er te goeder trouw is bij verkrijging van de
zaak.
Bij auto’s heb je het overschrijvingsbewijs om de illegale handel in auto’s
tegen te gaan. Hierdoor kun je bij tweedehands auto’s in beginsel niet te
goeder trouw zijn voor wat betreft zowel de koop als het pandrecht.
B
C wil hier eigendom. Zie oefening 3, dus ja via art. 3:86 lid 2 mits C te
goeder trouw is. Hij heeft feitelijke macht hier.
C wil hier eigendom. Als het binnen de voorwaarden kan, dan vervalt het
pandrecht. Als het niet binnen de voorwaarden kan, dan volgt het recht de
zaak en blijft het pandrecht plakken aan de zaak (als het om producten
gaat waarvoor dit niet gangbaar is, dan valt het dus niet binnen de
voorwaarden). Uitzondering is wanneer er goeder trouw bestaat, zie artikel
3:86 lid 2 BW.
C
Zaken zijn in de macht van C en C wil rangwisseling. Kan dat? Ja, via 3:238
lid 2 BW. Dat artikel biedt bescherming in de vorm van rangwisseling. Het
oude pandrecht blijft dus wel bestaan maar gaat in rang onder C komen.
Op het moment dat A tegen C had gezegd dat hij een stil pandrecht op
roerende zaak had t.o.v. B, dan kan C niet meer te goeder trouw zijn t.o.v.
B. Dus niet denken dat stil pandrecht een vuistpand wordt door een
mededeling, dat is alleen bij pandrecht op vordering.
Taak 9
CASUS A
Vestiging Stil pandrecht van Gazelle aan Fortis en vestiging pandrecht
op levering bij voorbaat (artikel 3:98 – 3:97 – 3:84 - 3:238 lid 2 BW).
Formaliteiten artikel 3:237 jo. 3:84/98 BW. De titel zal in de geldlenings-
overeenkomst zitten waarin staat dat een pandrecht of andere zekerheid
gevestigd moet worden. Levering via artikel 3:97 lid 1 BW met authentieke
of onderhandse geregistreerde akte (artikel????).
Beschikkingsbevoegdheid zogauw het in de macht komt.