Samenvatting diversiteit:
Les 1: Hoofdstuk 2.
Wat is diversiteit?
Het verscheidenheid van mensen.
Microniveau:
Niveau van een individu
Mesoniveau:
Niveau van groepen vb. studenten
Macroniveau:
Maatschappelijk niveau, verscheidenheid binnen bepaalde samenleving.
Diversiteit in:
- Leeftijd
- Sociaaleconomische klasse
- Gender en seksualiteit
- Etniciteit en cultuur
- Levensbeschouwingen
Betekenis salience =
Je valt op er is iets anders.
Betekenis superdiversiteit =
Diversiteit binnen diversiteit, bijvoorbeeld Syrisch persoon ook homo etc. verschil in den
haag in wijken.
Migratie = iemand die van een ander land naar een ander land gaan, kan ook van de een
naar de andere stad verhuizen.
Vertovec benoemd 9 dimensies van differentiatie
- Land van herkomst
- Immigratiestromen
- Talen
- Religie
- Migratiekanalen en immigratiestatus
- Geslacht
- Leeftijd
- Geografische spreiding
- Transnationisme en transmigratie
Intersectionaliteit:
Verschillen niveaus onderscheiding mensen man/vrouw, homo, hetero.
, Machtsverhoudingen:
- Gender (mannelijk/vrouwelijk)
- Etniciteit (zwart/wit)
- Levensfase (oud/jong)
- Religie (hindoe/christen/moslim)
- Klasse (arm/rijk hoog/laag opgeleid)
- Seksuele identiteit (homo, hetero, transgender, interseks)
Intersectionaliteit kruisingen:
Van ordeningsprincipes, plek waar dingen samen komen, identiteit kruist.
Gangbaar denken:
Statisch = man blijft man, vrouw blijft vrouw, migrant blijft migrant
Eendimensionaal = of-of denken (man of vrouw)
Binaire = man vs. vrouw, homo vs. hetero, NL vs. migrant.
Hiërarchie en macht
Sluit = degene die afwijkt van de norm uit
Kruispunt denken:
Dynamische denken= men voelt zich niet thuis in hokjes (gender, seksualiteit, etniciteit)
Inclusiviteit = erbij horen en belonging
Werven en gelijktijdigheid
Meervoudigheid = iedereen heeft een meervoudig samengesteld identiteit (en-en)
Les 1: Hoofdstuk 2.
Wat is diversiteit?
Het verscheidenheid van mensen.
Microniveau:
Niveau van een individu
Mesoniveau:
Niveau van groepen vb. studenten
Macroniveau:
Maatschappelijk niveau, verscheidenheid binnen bepaalde samenleving.
Diversiteit in:
- Leeftijd
- Sociaaleconomische klasse
- Gender en seksualiteit
- Etniciteit en cultuur
- Levensbeschouwingen
Betekenis salience =
Je valt op er is iets anders.
Betekenis superdiversiteit =
Diversiteit binnen diversiteit, bijvoorbeeld Syrisch persoon ook homo etc. verschil in den
haag in wijken.
Migratie = iemand die van een ander land naar een ander land gaan, kan ook van de een
naar de andere stad verhuizen.
Vertovec benoemd 9 dimensies van differentiatie
- Land van herkomst
- Immigratiestromen
- Talen
- Religie
- Migratiekanalen en immigratiestatus
- Geslacht
- Leeftijd
- Geografische spreiding
- Transnationisme en transmigratie
Intersectionaliteit:
Verschillen niveaus onderscheiding mensen man/vrouw, homo, hetero.
, Machtsverhoudingen:
- Gender (mannelijk/vrouwelijk)
- Etniciteit (zwart/wit)
- Levensfase (oud/jong)
- Religie (hindoe/christen/moslim)
- Klasse (arm/rijk hoog/laag opgeleid)
- Seksuele identiteit (homo, hetero, transgender, interseks)
Intersectionaliteit kruisingen:
Van ordeningsprincipes, plek waar dingen samen komen, identiteit kruist.
Gangbaar denken:
Statisch = man blijft man, vrouw blijft vrouw, migrant blijft migrant
Eendimensionaal = of-of denken (man of vrouw)
Binaire = man vs. vrouw, homo vs. hetero, NL vs. migrant.
Hiërarchie en macht
Sluit = degene die afwijkt van de norm uit
Kruispunt denken:
Dynamische denken= men voelt zich niet thuis in hokjes (gender, seksualiteit, etniciteit)
Inclusiviteit = erbij horen en belonging
Werven en gelijktijdigheid
Meervoudigheid = iedereen heeft een meervoudig samengesteld identiteit (en-en)