Kunst vwo 6 tw2
Jazz:
- Vormenschema
- Improvisatie
- Swing gevoel (groove) en/of ritme (evt met syncopen)
- Instrumentarium vroege jazz (= piano met fanfare instrumenten)
- Geschiedenis:
Mix van muziekstijlen
Zwarte muziek
Worksongs, blues, ragtime, klassieke Europese muziek, spirituals
- Chicago jazz:
1920
Chromogoon platen
Radio’s
Scat
- Swingjazz en big bands:
3 blazerssecties
Ritme secties
Zanger(es)
- Revue negre:
Jazz naar Europa
Meer showvorm (theater)
Josephine baker
Futurisme:
- 1909-1916
- Snelheid, beweging en moderniteit
- Verheerlijking van machines, techniek en kracht
- Vernietiging van tradities
- Vormentaal vaak kubistisch
Dadaïsme:
- 1917 (Zürich)
- Zwitserland was neutraal wo1
- Anti- burgerlijk, oorlog, kunst
- Choqueren en provoceren om de maatschappij wakker te
schudden
- Aanval op alle normen, waarden en regels
- Marcel Duchamp
- Conceptuele kunst (= het idee er achter is belangrijker)
, Entartete kunst:
- Ontaarde kunst
Iets wat goed hoort te zijn veranderd in iets wat niet meer goed is
Episch theater:
- Bernold Brecht
- Kurt Weil
- Theater moet een rol spelen in de maatschappij
- Acteur mag zich niet identificeren met de rol
- Toeschouwer mag zich niet te veel mee laten slepen
- Wat je kan leren is belangrijk niet wat er gespeeld wordt
- Monoloog voor het publiek
- Doorbreken van de 4e wond
- Muzikale intermezzo’s
- Decor is sober
- Decorwisselingen
- Overdreven emoties
- Omkleden op toneel
- Bewust maken
- Mening vormen
- Leren is belangrijk
- Publiek blijft op afstand
Modernisme:
- Avant garde (voorop lopen in de nieuwe ontwikkelingen)
- Breuk oude en nieuwe maatschappij
- Niet meer nabootsen werkelijkheid
- Expressie middel van de spiritualiteit
- Autonomie
- Vernieuwing en originaliteit
- Onderzoek
- breukvlak tussen de oude en de nieuwe maatschappij/ kunst
- avant-garde = kunstenaars die voorop lopen in deze
ontwikkeling
- opzoek naar vernieuwing, originaliteit, uniciteit, onafhankelijkheid (autonomie) en willen
breken met het verleden
- verbeteren van de wereld (utopie)
De stijl:
- 1917-1931
- Nederlandse kunstenaars met ideeën
- Tijdschrift
- Harmonie, rust en orde
- Terug naar de basis van kunst
Jazz:
- Vormenschema
- Improvisatie
- Swing gevoel (groove) en/of ritme (evt met syncopen)
- Instrumentarium vroege jazz (= piano met fanfare instrumenten)
- Geschiedenis:
Mix van muziekstijlen
Zwarte muziek
Worksongs, blues, ragtime, klassieke Europese muziek, spirituals
- Chicago jazz:
1920
Chromogoon platen
Radio’s
Scat
- Swingjazz en big bands:
3 blazerssecties
Ritme secties
Zanger(es)
- Revue negre:
Jazz naar Europa
Meer showvorm (theater)
Josephine baker
Futurisme:
- 1909-1916
- Snelheid, beweging en moderniteit
- Verheerlijking van machines, techniek en kracht
- Vernietiging van tradities
- Vormentaal vaak kubistisch
Dadaïsme:
- 1917 (Zürich)
- Zwitserland was neutraal wo1
- Anti- burgerlijk, oorlog, kunst
- Choqueren en provoceren om de maatschappij wakker te
schudden
- Aanval op alle normen, waarden en regels
- Marcel Duchamp
- Conceptuele kunst (= het idee er achter is belangrijker)
, Entartete kunst:
- Ontaarde kunst
Iets wat goed hoort te zijn veranderd in iets wat niet meer goed is
Episch theater:
- Bernold Brecht
- Kurt Weil
- Theater moet een rol spelen in de maatschappij
- Acteur mag zich niet identificeren met de rol
- Toeschouwer mag zich niet te veel mee laten slepen
- Wat je kan leren is belangrijk niet wat er gespeeld wordt
- Monoloog voor het publiek
- Doorbreken van de 4e wond
- Muzikale intermezzo’s
- Decor is sober
- Decorwisselingen
- Overdreven emoties
- Omkleden op toneel
- Bewust maken
- Mening vormen
- Leren is belangrijk
- Publiek blijft op afstand
Modernisme:
- Avant garde (voorop lopen in de nieuwe ontwikkelingen)
- Breuk oude en nieuwe maatschappij
- Niet meer nabootsen werkelijkheid
- Expressie middel van de spiritualiteit
- Autonomie
- Vernieuwing en originaliteit
- Onderzoek
- breukvlak tussen de oude en de nieuwe maatschappij/ kunst
- avant-garde = kunstenaars die voorop lopen in deze
ontwikkeling
- opzoek naar vernieuwing, originaliteit, uniciteit, onafhankelijkheid (autonomie) en willen
breken met het verleden
- verbeteren van de wereld (utopie)
De stijl:
- 1917-1931
- Nederlandse kunstenaars met ideeën
- Tijdschrift
- Harmonie, rust en orde
- Terug naar de basis van kunst