Gebaseerd op de leertermen uit de BOKS, hoor-/werkcolleges en verplichte literatuur. De termen zijn onderverdeeld onder de
module doelen.
Anatomie en fysiologie – Tractus Digestivus
1
,Bloedvoorziening > truncus coeliacus, ateri mesenterica superior en inferior.
Het portaal systeem: Het bloed uit maag- en darm komt via de kleinere venen zoals de vena colica in de vena mesenterica
superior en inferior. Deze monden uit in de v.porta (poortader).
Kort overzicht activiteiten v.d. tractus digestivus:
Macro- en microscopische anatomie en fysiologie v.d.
tractus digestivus
Dwarsdoorsnede v.d. darm ^
Macro- en microscopische anatomie en fysiologie milt
Het weefsel van de milt wordt ook wel pulpa lienis. Er zijn twee verschillende soorten pulpa:
• De rode pulpa: bevat veel bloedvaten,
• De witte pulpa: is rijk aan witte bloedcellen (lymfocyten).
De milt wordt vaak een onderdeel van het lymfesysteem genoemd, maar anders dan lymfeknopen ligt de milt in het
bloedvatstelsel. De milt heeft verschillende functies:
• Het verwijderen van oude of abnormale rode bloedcellen.
• Vreemde stoffen die circuleren verwijderen.
• Vermenigvuldiging van zogenaamde stamcellen tijdens een periode van hematologische stress.
• Immunologische functie. De milt bevat veel lymfocyten en er worden ook veel antilichamen geproduceerd.
• Opslag van bloedbestanddelen, waaronder de bloedplaatjes.
2
,Pariëtale en viscerale peritoneum
Het peritoneum (buikvlies) is een membraan dat de binnenkant van de
buikwand bekleedt en dat alle organen in de buikholte omgeeft. Het bestaat
uit twee gedeelten: het pariëtale en het viscerale peritoneum. Het pariëtale
peritoneum bekleedt de binnenkant van de buikholte en gaat over in het
viscerale peritoneum, een los weefsel dat de organen in de buikholte bedekt.
Het pariëtale peritoneum is pijngevoelig, doordat het vele zenuwuiteinden
bevat, maar het viscerale peritoneum is ongevoelig voor pijn. Het viscerale
en pariëtale peritoneum wrijven tegen elkaar, maar er is enige vrije ruimte
tussen deze twee vliezen. Dit is de zogenoemde peritoneale holte. Daarin
bevindt zich een kleine hoeveelheid vocht, de zogenoemde peritoneale
vloeistof.
Mondholte en farynx
Slikreflex:
Functies speeksel
Speeksel klieren (speeksel bevat o.a.):
• Amylase vertering koolhydraten (zetmeel)
• Speeksel vloeistof (bescherming en bevochtiging)
Ptyalisme = overmatige speekselvloed door hypersalivatie.
3
, Maag
• Secretie van HCl: pH: 1.5-2.0
• Secretie van intrinsieke factor (vit. B12 opname)
• Enzymen
• Mucus voor bescherming maagwand
• Mechanische en chemische vertering
• ±4 uur in de maag
Mucosa maag: eenlagig cilindrisch epitheel met daaronder hoofd en wandcellen:
• Halscellen produceren slijm
• Wandcellen produceren HCI en instrinsieke factor
• Hoofdcellen produceren pepsinogeen
Samenstelling maagsap met functies
Exocriene maagklieren:
• HCl + pepsinogeen → pepsine (protease; actief bij lage pH)
• HCl beschermt tegen bacteriele infecties.
• Mucus (beschermt de maagwand tegen het maagzuur)
• (baby) rennine (enzym dat (k)caseine eiwitten in melk afbreekt)
• (baby) maaglipase (belangrijk bij verteren melkvet)
Regulatie maagsapsecretie (maagzuursecretie)
Stimulerende factoren:
• Speeksel en maagwand klieren: neuronal = snel!
o Reflexmatige aansturing via input vanuit
zintuigen (geur, smaak, zicht)
• Maagklieren ook door:
o Mechanische stimulatie (rek sensoren
maagwand)
o Gastrine van maagwand
epitheel→bloed→stimulus voor
maagklieren.
Pancreas & galblaas worden gestimuleerd door: de duodenale
hormonen secretine & cholecystokinine
> deze hormonen remmen de maagsap productie!
4