Paragraaf 1)
Kenmerken en soorten
Om vast te stellen of individuen tot dezelfde soort horen, maakt men gebruik van 2 criteria:
- Overeenkomst in uiterlijke kenmerken.
- De mogelijkheid om vruchtbare nakomelingen te krijgen.
Ook met gebruik van DNA-onderzoek kan je vaststellen of twee individuen van dezelfde soort zijn.
Soorten en namenindeling
Elke soort krijgt een wetenschappelijke naam. De wetenschappelijke naam bestaat uit twee delen:
de geslachtsnaam (hoofdletter) en de soortaanduiding (kleine letter). Dit noem je de binominale
naamgeving. Soms staan er achter deze twee namen nog een woord of een letter, voor als er een
ondersoort is. Een ondersoort is een geografisch afgescheiden groep soortgenoten met iets
afwijkende kenmerken.
Met de naamgeving duiden wetenschappers soms een eigenschap van de soort aan. De taxonomie
deelt soorten in, in groepen. De manier van naamgeving is door de zweed Linnaeus bedacht, hij keek
hierbij vooral naar overeenkomstige kenmerken. De taxonomie plaats organismen bijeen in steeds
grotere groepen: organismen -> soorten -> geslachten -> families -> orden -> klassen -> afdelingen ->
rijken -> domeinen.
Ook bestaan er rassen, deze groepen organismen ontstaan door fokken of kweken. Maar rassen
maken geen onderdeel uit van taxonomie. Taxonomie is heel specialistisch werk, er zijn maar weinig
mensen die bepaalde organismen uit elkaar kunnen halen.
Domeinen zijn tegenwoordig de grootste groep waarin taxonomen organismen onderscheiden. Zij
onderscheiden drie domeinen, met elk een eigen type rRNA (ribosomaal RNA). De drie domeinen
zijn; de archaea, de bacteriën en de eukaryoten.
Archaea zijn prokaryoten, de bouw van het celmembraan wijkt af van beide groepen, het membraan
bestaat uit een enkele laag fosfolipiden. Het membraan van bacteriën en eukaryoten hebben een
dubbele laag fosfolipiden.
DNA
Soms lijken dieren in uiterlijk erg op elkaar, maar uit DNA onderzoek blijkt dat deze groepen geen
nauw verwant heeft. Met de moleculaire klok kun je vaststellen welke groepen verwant zijn en hoe
lang die al op aarde leven. De moleculaire klok is tijdsverloop gebaseerd op de mutatiesnelheid van
DNA. Nauwe verwanten hebben een vrijwel gelijk hemoglobine gen. Hoe meer verschillende
mutaties in een gen, hoe langer geleden de soort van een gemeenschappelijke ouder is afgesplitst en
hoe minder nauw verwant.
Soorten houden zich niet aan menselijke regels
Onze manier van het indelen van soorten is vaag, hierdoor kan niet altijd duidelijk zijn wat we zien als
soort. Er vinden bijvoorbeeld kruisingen plaats tussen verschillende soorten die hierbij een
levensvatbare nakomeling krijgen, dit noemt men hybriden. Hybriden helpen familierelaties tussen
soorten in kaart te brengen. Ook zijn er organismen die zich ongeslachtelijk voort kunnen planten.