Hoofdstuk 6.1 Raad van State
6.1 Raad van State
6.1.1 Samenstelling
Vicepresident, ten hoogste tien leden en de Koning als voorzitter.
6.1.2 Onafhankelijkheid
- Beperkte ontslagmogelijkheid
- De Raad van State heeft een onafhankelijke positie t.o.v. de regering
6.1.3 Staatsraden
Zij zijn weliswaar geen lid van de Raad van State, maar maken deel uit van een
afdeling.
- Staatsraden in buitengewone dienst
Onbezoldigde staatsraden, die een andere hoofdfunctie bekleden, maar
die, naar gelang het werk het eist, kunnen worden opgeroepen om aan het
werk van de afdelingen mee te doen.
6.2 Bevoegdheden van de Raad van State
6.2.1 Advies in zaken van wetgeving
Alle wetsvoorstellen en alle ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur
en voorstellen tot goedkeuring van verdragen worden ter overweging
aangeboden aan de Afdeling advisering van de Raad van State, die advies
uitbrengt.
6.2.2 Advies in bestuursgeschillen
De adviserende taak van de Raad van State in de gevallen dat de wet geschillen
van bestuur ter beslissing opdraagt aan de Kroon.
6.2.3 Rechtspraak in bestuursgeschillen
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht, is beroep bij de bestuursrechter,
zijnde in eerste aanleg de rechtbank mogelijk, waarin in principe hoger beroep bij
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden ingesteld.
6.2.4 Uitoefening van het koninklijk gezag
In gevallen waarin het koninklijk gezag zou moeten worden uitgeoefend door een
regent, terwijl een regent ontbreekt, oefent de Raad van State krachtens art. 38
Gw het koninklijk gezag uit.
6.2.5 Advies over vernietigingsbesluiten
Deze bepaling schrijft voor dat, als de regering gebruik wilt maken van een
wettelijke bevoegdheid tot vernietiging van een besluit van een lager
bestuursorgaan, eerst het advies van de Afdeling advisering moet worden
gevraagd.
6.2.6 Overige adviestaken
- De regering kan de Afdeling advisering horen in alle gevallen waarin de
regering het dienstig oordeelt en kan deze afdeling ook op eigen initiatief
adviezen aan de regering geven.
- Bovendien kunnen een minister en elk der kamers van de Staten-Generaal
vragen om voorlichting in aangelegenheden van wetgeving en bestuur.
6.3 Werkwijze van de Raad van State