MC opgaven hoofdstuk 1
Opgave 1
Welk meetniveau heeft de variabele: Leeftijd in jaren.
a. nominaal
b. ordinaal
c. ratio
Opgave 2
Welk meetniveau heeft de variabele: Mening over het buitenlandse exportbeleid van een
onderneming met als antwoordmogelijkheden
- zeer goed
- goed
- noch goed, noch slecht
- slecht
- zeer slecht
a. nominaal
b. ordinaal
c ratio
Opgave 3
In een steekproefonderzoek wordt aan 15 huisvrouwen gevraagd hoeveel geld per maand
besteed wordt aan diepvriesmaaltijden. De volgende gegevens worden verkregen (in euro):
35 10 12 30 17
0 45 18 18 12
30 0 5 40 10
Bepaal het gemiddelde.
a. 18,20
b. 18,60
c. 18,80
Opgave 4
Bereken de standaarddeviatie bij de gegevens van opgave 3.
a. 13,66
b. 14,14
c. 16,28
1
, MC opgaven Statistiek in Business
Opgave 5
Een boekhouder heeft een overzichtstabel van een boekhouding:
Bedrag (in euro) Aantal
0 -< 250 55
250 -< 400 25
400 -< 800 75
800 -< 1.000 45
Totaal 200
Bepaal de modale klasse.
a. 0 -< 250
b. 400 -< 800
c. 800 -< 1.000
Opgave 6
Een restaurant houdt gedurende 26 weken bij hoeveel klanten er iedere week zijn:
48 50 52 49 45 47 49 55 60 45 50 51 53
47 60 60 35 45 47 38 40 50 49 46 43 47
Bepaal de mediaan.
a. 48,0
b. 48,5
c. 49,0
Opgave 7
Bepaal de spreidingbreedte bij de gegevens van opgave 6.
a. 25
b. 15
c. 5
Opgave 8
Welke grafiek kun je maken op nominaal meetniveau?
a. histogram
b. frequentiepolygoon
c. staafdiagram
2