1. Een nieuwe tijd begint.
§1. De Renaissance verbreidt zich over Europa.
Einde van de middeleeuwen, begin van de Nieuwe Tijd.
Omreeks 1400 wilden sommige Italianen dingen veranderen, daarbij namen ze de cultuur
van de Grieken en Romeinen als voorbeeld.
Italianen zagen dagelijks de overblijfselen van het machtige Romeinse Rijk om zich heen.
Ze gingen niet alleen de overblijfselen van gebouwen, maar ook oude geschriften vol
bewondering bestuderen -> ‘wedergeboorte’ ->Renaissance.
Veel van wat ze lazen, paste niet bij de middeleeuwse denkbeelden: memento mori (gedenk
te sterven) en carpe diem (pluk de dag).
Vanuit Italië verspreidden de nieuwe ideeën zich over Europa, mede mogelijk gemaakt door
de uitvinding van de boekdrukkunst.
De drie belangrijkste denkbeelden die tijdens de Renaissance overgenomen werden van de
Grieken en Romeinen:
1. Ieder mens is belangrijk en het is goed om jezelf op de voorgrond te plaatsen -> denk zelf
na en luister niet alleen naar de kerk.
2. Ieder mens leeft voor zichzelf en niet voor een of andere groep.
3. Geniet van het leven op aarde en denk niet alleen maar aan de dood.
> De aantrekkingskracht van de Grieks-Romeinse denkbeelden. <
Vooral mensen in de bovenlaag van de bevolking voelden zich in de 15e eeuw tot de
nieuwe denkbeelden aangetrokken.
- Kooplieden wilden van hun rijkdom genieten.
- Vorsten en edelen wilden meer macht krijgen.
- Kunstenaars wilden de stijl van de Grieken en Romeinen overnemen.
- Geleerden wilden net als de Grieken en Romeinen onderzoek doen op gebieden
die zijzelf belangrijk vonden -> bijvoorbeeld Galileo Galilei.
Deze stroming onder de geleerden die bij hun werk het zelfstandig denken van de mens
belangrijker vonden dan goddelijke voorschriften wordt het humanisme genoemd ->
Erasmus.
§2. Grote ontdekkingsreizen en hun gevolgen.
In de 15e eeuw waren de Portugezen overzee op zoek naar steun in hun strijd tegen de
moslims en daarnaast zochten ze naar volken om handel mee te drijven.
De Portugezen zochten vooral een zeeweg naar Azië, zodat ze geen handel meer
hoefden te doen over land met de moslims.
In 1498 bereikte Vasco da Gama india.
De Portugezen stichtten op verschillende plaatsten factorijen.
Een factorij is een fort, een haven, wat pakhuizen en woningen. Vanuit daar werd er
handel gedreven met het binnenland.
De inheemse bevolking was het vaak niet eens met de komst van de Europeanen, maar
konden hier niet veel aan doen omdat de Europeanen betere wapens hadden.
De Portugezen en Spanjaarden vonden ook hun weg naar Amerika (Columbus).
Zij stichtten in Amerika echter geen factorijen, maar plantagekoloniën
(landbouwbedrijven).
Maar het belangrijkst voor Spanje werden de rijke zilvermijnen. Ieder jaar voer een
zwaarbewapende “zilvervloot” naar Spanje.
Tijdens deze ontdekkingsreizen gingen de Europeanen niet goed met de
inheemse/eerste bewoners om.
Zij werden van hun grond verdreven, gedood of gedwongen voor de Europese kolonisten
te werken
N.I. Caspersz - Sprekend Verleden - Havo/vwo 2 - hfstk 1.1 t/m 1.4 - zesde druk
§1. De Renaissance verbreidt zich over Europa.
Einde van de middeleeuwen, begin van de Nieuwe Tijd.
Omreeks 1400 wilden sommige Italianen dingen veranderen, daarbij namen ze de cultuur
van de Grieken en Romeinen als voorbeeld.
Italianen zagen dagelijks de overblijfselen van het machtige Romeinse Rijk om zich heen.
Ze gingen niet alleen de overblijfselen van gebouwen, maar ook oude geschriften vol
bewondering bestuderen -> ‘wedergeboorte’ ->Renaissance.
Veel van wat ze lazen, paste niet bij de middeleeuwse denkbeelden: memento mori (gedenk
te sterven) en carpe diem (pluk de dag).
Vanuit Italië verspreidden de nieuwe ideeën zich over Europa, mede mogelijk gemaakt door
de uitvinding van de boekdrukkunst.
De drie belangrijkste denkbeelden die tijdens de Renaissance overgenomen werden van de
Grieken en Romeinen:
1. Ieder mens is belangrijk en het is goed om jezelf op de voorgrond te plaatsen -> denk zelf
na en luister niet alleen naar de kerk.
2. Ieder mens leeft voor zichzelf en niet voor een of andere groep.
3. Geniet van het leven op aarde en denk niet alleen maar aan de dood.
> De aantrekkingskracht van de Grieks-Romeinse denkbeelden. <
Vooral mensen in de bovenlaag van de bevolking voelden zich in de 15e eeuw tot de
nieuwe denkbeelden aangetrokken.
- Kooplieden wilden van hun rijkdom genieten.
- Vorsten en edelen wilden meer macht krijgen.
- Kunstenaars wilden de stijl van de Grieken en Romeinen overnemen.
- Geleerden wilden net als de Grieken en Romeinen onderzoek doen op gebieden
die zijzelf belangrijk vonden -> bijvoorbeeld Galileo Galilei.
Deze stroming onder de geleerden die bij hun werk het zelfstandig denken van de mens
belangrijker vonden dan goddelijke voorschriften wordt het humanisme genoemd ->
Erasmus.
§2. Grote ontdekkingsreizen en hun gevolgen.
In de 15e eeuw waren de Portugezen overzee op zoek naar steun in hun strijd tegen de
moslims en daarnaast zochten ze naar volken om handel mee te drijven.
De Portugezen zochten vooral een zeeweg naar Azië, zodat ze geen handel meer
hoefden te doen over land met de moslims.
In 1498 bereikte Vasco da Gama india.
De Portugezen stichtten op verschillende plaatsten factorijen.
Een factorij is een fort, een haven, wat pakhuizen en woningen. Vanuit daar werd er
handel gedreven met het binnenland.
De inheemse bevolking was het vaak niet eens met de komst van de Europeanen, maar
konden hier niet veel aan doen omdat de Europeanen betere wapens hadden.
De Portugezen en Spanjaarden vonden ook hun weg naar Amerika (Columbus).
Zij stichtten in Amerika echter geen factorijen, maar plantagekoloniën
(landbouwbedrijven).
Maar het belangrijkst voor Spanje werden de rijke zilvermijnen. Ieder jaar voer een
zwaarbewapende “zilvervloot” naar Spanje.
Tijdens deze ontdekkingsreizen gingen de Europeanen niet goed met de
inheemse/eerste bewoners om.
Zij werden van hun grond verdreven, gedood of gedwongen voor de Europese kolonisten
te werken
N.I. Caspersz - Sprekend Verleden - Havo/vwo 2 - hfstk 1.1 t/m 1.4 - zesde druk