HBO-R
IGRV
2020/2021
Praktisch Goederenrecht – C. Philips
,Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
1.1.1 Goederen
Art. 3:1 BW: Goederen zijn alle zaken en vermogensrechten.
1.1.2 Zaken
Art. 3:2 BW: Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
- Menselijk beheersbaar
- Stoffelijk en vatbaar
Dieren zijn geen zaken – art. 3:2a lid 1 BW
1.1.3 Vermogensrechten
Art. 3:6 BW: Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht,
overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen,
ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn
vermogensrechten.
Opties:
1. Overdraagbare rechten
2. Rechten die erop gericht zijn stoffelijk voordeel te verschaffen
3. Rechten verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel
1.2.1 Onroerende zaken
Art. 3:3 lid 1 BW: De grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde
beplantingen, alsmede de gebouwen en de werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
- PORTACABIN ARREST
1.2.2 Roerende zaken
Art. 3:3 lid 2 BW: Alles wat niet onroerend is.
1.3 Hoofdzaak en bestanddeel
Art. 3:4 BW: Alles wat volgens verkeersopvatting deel uitmaakt van een zaak. Denk aan het
zadel van een fiets, de knoop aan een blouse of de snaren van een gitaar. De andere zaak
wordt daarmee een hoofdzaak. De vraag of iets een bestanddeel is, kan als volgt bekeken
worden: is de zaak nog compleet zonder het bestanddeel?
, 1.4 Registergoederen en niet-registergoederen
Voorbeelden van registergoederen:
- Huis
- Bedrijfsgebouw
- Stuk grond
- Grote schepen
- Vliegtuigen
Wordt besproken in de Kadasterwet.
1.5.1 Natuurlijke vruchten
Art. 3:9 lid 1 BW: Zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken
worden aangemerkt.
- Appels
- Puppy’s
1.5.2 Burgerlijke vruchten
Art. 3:9 lid 2 BW: Rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen worden
aangemerkt.
- Rente op spaarrekening
- Huuropbrengst
1.6 Goede trouw
Art. 3:11 BW: er is geen goede trouw als:
1. Je wist dat er iets niet in de haak was
2. Je had moeten weten dat er iets niet in de haak was
IGRV
2020/2021
Praktisch Goederenrecht – C. Philips
,Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
1.1.1 Goederen
Art. 3:1 BW: Goederen zijn alle zaken en vermogensrechten.
1.1.2 Zaken
Art. 3:2 BW: Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
- Menselijk beheersbaar
- Stoffelijk en vatbaar
Dieren zijn geen zaken – art. 3:2a lid 1 BW
1.1.3 Vermogensrechten
Art. 3:6 BW: Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht,
overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen,
ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn
vermogensrechten.
Opties:
1. Overdraagbare rechten
2. Rechten die erop gericht zijn stoffelijk voordeel te verschaffen
3. Rechten verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel
1.2.1 Onroerende zaken
Art. 3:3 lid 1 BW: De grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde
beplantingen, alsmede de gebouwen en de werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
- PORTACABIN ARREST
1.2.2 Roerende zaken
Art. 3:3 lid 2 BW: Alles wat niet onroerend is.
1.3 Hoofdzaak en bestanddeel
Art. 3:4 BW: Alles wat volgens verkeersopvatting deel uitmaakt van een zaak. Denk aan het
zadel van een fiets, de knoop aan een blouse of de snaren van een gitaar. De andere zaak
wordt daarmee een hoofdzaak. De vraag of iets een bestanddeel is, kan als volgt bekeken
worden: is de zaak nog compleet zonder het bestanddeel?
, 1.4 Registergoederen en niet-registergoederen
Voorbeelden van registergoederen:
- Huis
- Bedrijfsgebouw
- Stuk grond
- Grote schepen
- Vliegtuigen
Wordt besproken in de Kadasterwet.
1.5.1 Natuurlijke vruchten
Art. 3:9 lid 1 BW: Zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken
worden aangemerkt.
- Appels
- Puppy’s
1.5.2 Burgerlijke vruchten
Art. 3:9 lid 2 BW: Rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen worden
aangemerkt.
- Rente op spaarrekening
- Huuropbrengst
1.6 Goede trouw
Art. 3:11 BW: er is geen goede trouw als:
1. Je wist dat er iets niet in de haak was
2. Je had moeten weten dat er iets niet in de haak was