HBO-R
ISPR
2020/2021
Elementair Formeel Strafrecht – Ter Haar & Meijer
, Hoofdstuk 1, paragraaf 8.4 en paragraaf 8.5
1.2 Karakter Nederlands strafproces
Ons strafproces wordt gekarakteriseerd als gematigd inquisitoir. Het belangrijkste kenmerk
daarvan is dat er een ambtshalve onderzoek plaatsvindt, gericht op het vinden van de
waarheid, waarin de verdachte onderwerp van onderzoek is. Hij is geen gelijkwaardige
procespartij. De verdachte heeft dus niet dezelfde rechten.
Het uitgangspunt van gematigd accusatoir is dat er twee gelijkwaardige partijen in het spel
zijn. Ze kunnen beiden bewijsmateriaal leveren. De rechter bewaakt de regels. De OvJ en de
verdediging en vechten met gelijke wapens: equality of arms. De zitting is volledig openbaar,
maar er zijn een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld als het om een minderjarige gaat.
Er is een moeilijk onderscheid te maken tussen inquisitoir en accusatoir, omdat we in
Nederland beide kennen. Het zijn slechts theoretische modellen die uitersten weergeven.
Nederland is zich wel steeds meer accusatoir gaan gedragen, mede door de invloed van het
EVRM. Ook heeft de verdachte in het vooronderzoek een aantal rechten ter verdediging.
1.3 Opportuniteitsbeginsel
De OvJ kan zelf bepalen of hij vervolgt of niet. Het OM heeft een vervolgingsmonopolie.
Alleen zij kan tot vervolging overgaan, niemand anders bepaalt dat. Het
opportuniteitsbeginsel, de keuze tot vervolging, heeft tot doel het legaliteitsbeginsel zijn
scherpte af te nemen. Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de overheid slechts mag optreden
wanneer er in de wet staat dat dit een strafbaar feit is.
1.4 Beroepsrechters, geen jury
Door de zeer professionele cultuur in het Nederlands rechtssysteem kennen we een relatief
grote afstand tussen de burger en rechtspraak. Burgers worden hier niet bij de rechtspraak
betrokken.
1.5 Nemo tenetur en zwijgrecht
Nemo tenetur se ipsum accusare betekent dat de verdachte niet mee hoeft te werken aan
zijn eigen veroordeling. Dit hangt samen met het zwijgrecht: je hoeft niks te zeggen wat
tegen je zou kunnen werken. Je zwijgrecht wordt altijd met de cautie vermeld.
1.6 Rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid
De essentie van eerlijke beslechting bestaat uit onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit
en professionaliteit. Dat is de gouden combinatie waarmee rechters zouden moeten spreken.
De rechters ervaren ook extra druk door de media, waardoor de transparantie vergroot.
ISPR
2020/2021
Elementair Formeel Strafrecht – Ter Haar & Meijer
, Hoofdstuk 1, paragraaf 8.4 en paragraaf 8.5
1.2 Karakter Nederlands strafproces
Ons strafproces wordt gekarakteriseerd als gematigd inquisitoir. Het belangrijkste kenmerk
daarvan is dat er een ambtshalve onderzoek plaatsvindt, gericht op het vinden van de
waarheid, waarin de verdachte onderwerp van onderzoek is. Hij is geen gelijkwaardige
procespartij. De verdachte heeft dus niet dezelfde rechten.
Het uitgangspunt van gematigd accusatoir is dat er twee gelijkwaardige partijen in het spel
zijn. Ze kunnen beiden bewijsmateriaal leveren. De rechter bewaakt de regels. De OvJ en de
verdediging en vechten met gelijke wapens: equality of arms. De zitting is volledig openbaar,
maar er zijn een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld als het om een minderjarige gaat.
Er is een moeilijk onderscheid te maken tussen inquisitoir en accusatoir, omdat we in
Nederland beide kennen. Het zijn slechts theoretische modellen die uitersten weergeven.
Nederland is zich wel steeds meer accusatoir gaan gedragen, mede door de invloed van het
EVRM. Ook heeft de verdachte in het vooronderzoek een aantal rechten ter verdediging.
1.3 Opportuniteitsbeginsel
De OvJ kan zelf bepalen of hij vervolgt of niet. Het OM heeft een vervolgingsmonopolie.
Alleen zij kan tot vervolging overgaan, niemand anders bepaalt dat. Het
opportuniteitsbeginsel, de keuze tot vervolging, heeft tot doel het legaliteitsbeginsel zijn
scherpte af te nemen. Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de overheid slechts mag optreden
wanneer er in de wet staat dat dit een strafbaar feit is.
1.4 Beroepsrechters, geen jury
Door de zeer professionele cultuur in het Nederlands rechtssysteem kennen we een relatief
grote afstand tussen de burger en rechtspraak. Burgers worden hier niet bij de rechtspraak
betrokken.
1.5 Nemo tenetur en zwijgrecht
Nemo tenetur se ipsum accusare betekent dat de verdachte niet mee hoeft te werken aan
zijn eigen veroordeling. Dit hangt samen met het zwijgrecht: je hoeft niks te zeggen wat
tegen je zou kunnen werken. Je zwijgrecht wordt altijd met de cautie vermeld.
1.6 Rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid
De essentie van eerlijke beslechting bestaat uit onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit
en professionaliteit. Dat is de gouden combinatie waarmee rechters zouden moeten spreken.
De rechters ervaren ook extra druk door de media, waardoor de transparantie vergroot.