Verpleegtechnisch handelen
Werkgroep 1.1 en 1.2
- De student kan uitleggen hoe de handen volgens protocol gewassen moeten worden.
- De student kan uitleggen hoe de handen volgens protocol gedesinfecteerd moeten
worden.
- De student kan uitleggen hoe steriele handschoenen uit en aan worden gedaan
volgens protocol.
- De student kan uitleggen wat de vijf momenten van handhygiëne zijn.
- De student kan uitleggen hoe isolatiekleding aan- en uitgetrokken moeten worden.
Micro-organismen:
- Levend organisme.
- Kan niet met het blote oog worden waargenomen.
- Lichaamseigen Beschermende werking. Leven in harmonie met het lichaam.
- Pathogene Kunnen het evenwicht verstoren en ziekte veroorzaken.
Infectieziekten Ziekten veroorzaakt door een micro-organismen dat zich in de gastheer
vermenigvuldigt.
Kruisbesmetting Besmetting van micro-organismen via andere zorgvragers,
medewerkers, stof of apparatuur.
Kruisinfectie Als de besmetting een infectie tot gevolg heeft.
Zorginfectie Infecties die ontstaan tijdens het verblijf of behandeling in een
zorginstelling.
Infectieketen:
- Verwekker Veroorzaker van de infectie.
- Besmettingsbron Bron van micro-organismen.
o Exogene infectie Infectie door besmettingsbron in mensen, dieren of
omgeving.
o Endogene infectie Infectie door besmetting in eigen lichaam.
- Porte de sortie: de uitgang via lichaamsvloeistoffen of aanrakingen.
- Besmettingsweg loopt via direct of indirect contact.
- Porte d’entree: de plaats waar micro-organismen weer binnen komen.
- Gevoelige gastheer: afhankelijk van genetische factoren.
Besmetting Overdracht van micro-organismen.
Kolonisatie Overleving/vermenigvuldigen van micro-organismen bij de gastheer.
Infectie Micro-organismen veroorzaken ziekteverschijnselen.
Besmettingsweg (overdrachtsweg):
- Via contact: via direct (patiënten onderling of patiënten en verpleegkundige) of
indirect (besmet materiaal of besmette omgeving) contact.
- Via druppels: via grote vochtpartikels of speekseldruppels die vrijkomen bij het
praten of niezen. Zware partikels die snel neerslaan.
- Via de lucht: via kleine vochtpartikels (aerosolen) die lange tijd in de lucht blijven
zwemen.
Toepassen van handhygiëne (wassen met water en zeep):
- Wanneer je handen zichtbaar vuil zijn.
- Na toiletbezoek.
- Na het snuiten van je neus, hoesten of niezen.
- Bij een virusinfectie met het norovirus.
- Bij een infectie of contact met sporenvormende bacteriën.