TENTAMEN: 28, 30 maart 2022 of 2 april 2022 om 10.00 uur
TOETS MATRIJS
Onderwerp 1 (7 vragen)
- Kostengeoriënteerde prijsbepaling
- Standaard integrale kostprijsmethode
Onderwerp 1 (15 vragen)
- Verbijzonderingsmethodes om indirecte kosten toe te wijzen aan een product/dienst
Delingsmethode
Equivalentiecijfermethode
Primitieve opslagmethode
Verfijnde opslagmethode
Nettowinstopslagmethode
Onderwerp 1 (8 vragen)
- Break-even analyse en veiligheidsmarge
, INFORMATIE
KOSTENSOORTEN
Standaard kostprijs: De kostprijs van een product geeft aan hoeveel het jou kost om één product te maken.
Constante kosten: Kosten waarvan het totaalbedrag niet afhankelijk is van de productieomvang. Zoals Huur.
Variabele kosten: Kosten die veranderen door een toename of afname van de productieomvang.
Directe kosten: Kosten zoals materiaal, grondstoffen en uren van direct personeel die eenvoudig zijn toe te
wijzen aan een product of dienst.
Indirecte kosten: Kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een product. Zoals huur of
telefoonkosten. Dit wordt vaak overheadkosten genoemd.
START ONDERWERP
Kostengeoriënteerde prijsbepaling
Info: Meest gekozen manier om prijs te bepalen in Nederland.
Concurrenten: Indien kostengeoriënteerde prijsbepaling gehanteerd wordt zijn prijzen van concurrenten
minder van belang. Of de reacties van kopers.
Direct costing vs. integrale kostprijsberekening
Direct costing: Alleen de directe kosten worden toegerekend aan de kostprijs van het product. Hierbij
worden dus alleen de directe kosten én variabele kosten aan het product gerekend. Het is niet handig voor
het berekenen van je verkoopprijs, maar wel voor het berekenen van de break-even omzet, de
veiligheidsmarge of de benodigde afzet bij de gewenste winst.
Integrale kostprijsmethode (of absorption costing): Indien we de kostprijs willen berekenen en deze alle
kosten moet ‘dekken’ gebruik je deze.
LEGENDA
C = Totale Constante kosten
N = Normale afzet (gemiddeld over één jaar)
V = Totale Variabele kosten
W= Werkelijke afzet (of werkelijk verwachten te produceren over één jaar)
VVP = Vaste Verreken Prijs
BEO = Break-even omzet
BEA = Break-even afzet
p = Verkoopprijs per stuk
v = variabele kosten per product
DB = Dekkingsbijdrage (= p-v)
bw% = Brutowinstpercentage (= 100 – iwo)
vk% = Variabele kosten percentage