Maandag 27 september 2021 om 10.00 uur
TOETS MATRIJS
Demografisch (6 vragen)
- Demografische ontwikkelingen in Nederland
- Invloed van vergrijzing op mondiaal en nationaal niveau
Economisch (6 vragen)
- Wat zegt BBP over een land
- Conjunctuur
- Inflatie
- Rol van EU op bedrijven in Nederland
Sociaal cultureel (6 vragen)
- Beinvloedbaarheid van onze levensstijl
- Cultuur dimensies van Hofstede
Technologisch (6 vragen)
- De invloed van technologische veranderingen in diverse branches.
Ecologisch (6 vragen)
- Ecologische trends in Nederland
Politiek (8 vragen)
- De rol van de overheid op sociaal-, economisch en sociologisch gebied
- Politieke stelsel
- Wettelijke regelingen die invloed hebben op de onderneming
, DEMOGRAFISCHE FACTOREN
Algemene begrippen
Demografie: Alles wat te maken heeft met de bevolkingsgroei, leeftijdsopbouw, migratie en
urbanisatie.
Pensioen effect: Een langzaam groeiende bevolking met (automatisch) veel ouderen, zoals
Nederland.
Potentiele beroepsbevolking: Mensen tussen de 15 en 75 jaar.
Beroepsbevolking: Mensen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt.
Participatiegraad: Het aantal werkende gedeeld door de beroepsbevolking. Nederland heeft hoge
graad, want veel mensen werken deeltijd (maar niet realistisch betrekking tot inkomen).
Vergrijzing: Meer ouderen. Gevolg van toename sterfte en afname geboorte. Het is belangrijk dat
het in evenwicht blijft want jongeren moeten ouderen betalen.
Demografische transitie: Verandering (nu: vergrijzing/demografische tijdsbom)
Mondiale gevolgen van vergijzing
Bevolkingsgroei: Veel groei in ontwikkelingslanden en weinig in rijke industrielanden.
Ontwikkelingslanden zullen eerder financiële problemen ondervinden omdat zij nu al nauwelijks
geld beschikbaar hebben.
Leeftijdsopbouw: Stijgende vergrijzing in ontwikkelingslanden en sterkte vergrijzing in rijke
industrielanden.
Migratie: Emigratie: In ontwikkelingslanden verlaat de bevolking hun land voor betere toekomst.
Immigratie: In rijke industrielanden verplaatst de bevolking zich naar andere gebieden binnen hun
land.
Urbanisatie: Mensen trekken van platteland naar de stad/stedelijke gebieden. In
ontwikkelingslanden vind dit weinig, maar wel stijgend plaats. In rijke industrie landen vind dit veel
plaats en is stijgend.
Positieve gevolgen: Leven in de stad zorgt voor meer kans op scholing, gezondheidszorg en sociale
mobiliteit.
Negatieve gevolgen: Infrastructuur en werkgelegenheid zijn niet in verhouding. Het zal leiden tot
armoede, vervuiling en transportproblemen.
Nationale gevolgen van vergrijzing
Gevolg: Werkende dragen de lasten van de niet-werkende. Door vergrijzing zijn er in 2050 meer
niet-werkende (ouderen + bevolking met uitkering) dan wel werkende. Dit zorgt voor uit elkaar
vallen van sociale stelsel en mogelijk tot crisis doordat mensen bestedingen dalen.
Demografische ontwikkeling Nederland
Oudere beroepsbevolking: Door ouder wordende Nederlanders, pensioenleeftijd verhoogd.
Economische groei: Rond 20ste levensjaar werken: produceren > geld verdienen > geld uitgeven.
Besparingen op sociaal kapitaal: Bedrijven en overheid moeten veel besparen om de pensioenen
te kunnen betalen.
Arbeidsproductiviteit daalt: Meer deeltijd werken van bijna-gepensioneerde.