ECONOMIE 2
Tentamen: Maandag 8 november 2021, om 10.00 uur
MESO omgeving: Bedrijfstak (sector, branche en bedrijfstak)
TOETS MATRIJS
Oriëntatie (8 vragen)
- Vijfkrachtenmodel van Porter
- Abell model
Typering (17 vragen)
- Standaard bedrijfsindeling (SBI)
- Dynamiek van bedrijfstakken
Analyse (9 vragen)
- Marktvormen
- Structuur-gedrag-resultaat
- Overheidsmechanisme
Invloeden (6 vragen)
- Ordening
- KSF’s en KPI’s
, ORIËNTATIE
Vijf krachtenmodel van Porter
Doel: Bepalen van competitie in branche.
Uitleg: Elke factor kan je zeggen hoe (on)aantrekkelijk de markt is om toe te treden. Hoe hoger de
score (1-5) hoe groter de bereiding is. Dan zou je niet moeten toetreden. Hoe lager de uitkomst des
te gunstiger om toe te treden.
Model
Bedreiging toetreders/nieuwe concurrenten: Opstart kosten, moet je patent aanvragen en kunnen
kopers makkelijk van leverancier wisselen.
(Huidige) concurrenten: Die nu al op de markt zijn. Je kijkt naar de hoeveelheid, de grootte, hoe
snel groeit de industrie, wat is de verhouding vaste t.o.v. variabele kosten, kan je je makkelijk terug
trekken.
Substituten: Verschillende producten die dezelfde behoefte voorzien. Zoals margarine en boter.
Vraag naar het ene stijgt, als het andere duurder wordt. Indien er veel substituten zijn of
ontwikkeld kunnen worden is de industrie minder aantrekkelijk.
(Onderhandelingsmacht van) Leveranciers: Meer leveranciers betekent goedkoper inkopen of
weinig leveranciers door verkoop schaarste goederen. Indien leveranciers veel macht hebben, is de
markt minder aantrekkelijk om te betreden.
(Onderhandelingsmacht van) Consumenten/afnemers: Hoeveel hebben je klanten te zeggen.
Zesde stap: De macht van de overheid (door regelgeving, subsidies en overheidssteun),
consumenten en belangenverenigingen.
Abell-model
Doel: Je ziet direct wat het bedrijf doet, en waar het in de toekomst naar toe wilt.
Score: Hoe belangrijker een as is, hoe dichter bij het nulpunt. Dat is/was de eerste stap voor een
bedrijf.
Businessscope: De grijze kubus geeft aan welke elementen de organisatie bedient of levert. Dit is je
micro omgeving.
Business-domain: De totale grafiek.
Overig: Alles buiten de businesscope is buiten je organisatie en is dus macro of meso.
Model
Behoeften (WAT): Het gaat om alle behoeften uit de markt die relevant zijn voor het bedrijf. En er
wordt bepaald in welke productgroep het product valt. Zoals: lessen van de dorst, betaalbaar zijn,
niet ongezond zijn. Vraag jezelf af: ‘Wat zijn de behoeften van afnemers?’
Technologieën (HOE): Hoe voldoet het bedrijf aan de behoefte van de markt. Zoals: introductie van
lightversie, marketingcampagne, koolzuur toevoegen voor dorstlessend gevoel. Vraag jezelf af:
‘Welke technologieën zijn inzetbaar?’
Afnemers-as (WIE): Opstellen van afnemersgroepen door het bepalen van segmenten. Zoals:
Supermarkten, benzinestations en horeca. Vraag jezelf af: ‘Welke afnemersgroepen zijn er?’
Tentamen: Maandag 8 november 2021, om 10.00 uur
MESO omgeving: Bedrijfstak (sector, branche en bedrijfstak)
TOETS MATRIJS
Oriëntatie (8 vragen)
- Vijfkrachtenmodel van Porter
- Abell model
Typering (17 vragen)
- Standaard bedrijfsindeling (SBI)
- Dynamiek van bedrijfstakken
Analyse (9 vragen)
- Marktvormen
- Structuur-gedrag-resultaat
- Overheidsmechanisme
Invloeden (6 vragen)
- Ordening
- KSF’s en KPI’s
, ORIËNTATIE
Vijf krachtenmodel van Porter
Doel: Bepalen van competitie in branche.
Uitleg: Elke factor kan je zeggen hoe (on)aantrekkelijk de markt is om toe te treden. Hoe hoger de
score (1-5) hoe groter de bereiding is. Dan zou je niet moeten toetreden. Hoe lager de uitkomst des
te gunstiger om toe te treden.
Model
Bedreiging toetreders/nieuwe concurrenten: Opstart kosten, moet je patent aanvragen en kunnen
kopers makkelijk van leverancier wisselen.
(Huidige) concurrenten: Die nu al op de markt zijn. Je kijkt naar de hoeveelheid, de grootte, hoe
snel groeit de industrie, wat is de verhouding vaste t.o.v. variabele kosten, kan je je makkelijk terug
trekken.
Substituten: Verschillende producten die dezelfde behoefte voorzien. Zoals margarine en boter.
Vraag naar het ene stijgt, als het andere duurder wordt. Indien er veel substituten zijn of
ontwikkeld kunnen worden is de industrie minder aantrekkelijk.
(Onderhandelingsmacht van) Leveranciers: Meer leveranciers betekent goedkoper inkopen of
weinig leveranciers door verkoop schaarste goederen. Indien leveranciers veel macht hebben, is de
markt minder aantrekkelijk om te betreden.
(Onderhandelingsmacht van) Consumenten/afnemers: Hoeveel hebben je klanten te zeggen.
Zesde stap: De macht van de overheid (door regelgeving, subsidies en overheidssteun),
consumenten en belangenverenigingen.
Abell-model
Doel: Je ziet direct wat het bedrijf doet, en waar het in de toekomst naar toe wilt.
Score: Hoe belangrijker een as is, hoe dichter bij het nulpunt. Dat is/was de eerste stap voor een
bedrijf.
Businessscope: De grijze kubus geeft aan welke elementen de organisatie bedient of levert. Dit is je
micro omgeving.
Business-domain: De totale grafiek.
Overig: Alles buiten de businesscope is buiten je organisatie en is dus macro of meso.
Model
Behoeften (WAT): Het gaat om alle behoeften uit de markt die relevant zijn voor het bedrijf. En er
wordt bepaald in welke productgroep het product valt. Zoals: lessen van de dorst, betaalbaar zijn,
niet ongezond zijn. Vraag jezelf af: ‘Wat zijn de behoeften van afnemers?’
Technologieën (HOE): Hoe voldoet het bedrijf aan de behoefte van de markt. Zoals: introductie van
lightversie, marketingcampagne, koolzuur toevoegen voor dorstlessend gevoel. Vraag jezelf af:
‘Welke technologieën zijn inzetbaar?’
Afnemers-as (WIE): Opstellen van afnemersgroepen door het bepalen van segmenten. Zoals:
Supermarkten, benzinestations en horeca. Vraag jezelf af: ‘Welke afnemersgroepen zijn er?’