biologie samenvatting & begrippenlijst H12 erfelijkheid
Samenvatti
ng biologie
Chromosomen
Iedere lichaamscel bevat alle erfelijke informatie van een organisme. Deze erfelijke
informatie is gelegen op de chromosomen. Chromosomen zijn langgerekte dunne
draden die voor een groot deel uit de stof DNA bestaan.
Een geslachtscel bevat de helft van de erfelijke informatie van een organisme.
23
46
(23 paar)
23
Eicel + zaadcel Bevruchting Bevruchte eicel
Chromosomen 1 t/m 23 komen in paren voor. Aan het 23 e paar kun je het geslacht
herkennen. Daarom noemen we het 23e paar de geslachtschromosomen. Deze
bepalen het geslacht van een persoon.
23e paar is gelijk (XX) vrouw
23e paar is ongelijk (XY) man
, biologie samenvatting & begrippenlijst H12 erfelijkheid
Genotype en fenotype
Genotype = alle informatie voor de erfelijke eigenschappen. Het genotype van een
organisme word bepaald op het moment van bevruchting.
Erfelijke informatie zaadcel + erfelijke informatie eicel genotype nieuw organisme
Fenotype = het uiterlijk (alle zichtbare eigenschappen) van een organisme.
genotype + invloeden uit het milieu fenotype
Een gen is een deel van een chromosoom dat de informatie voor één erfelijke
eigenschap bevat. Genen kunnen aan of uit staan.
Homozygoot, heterozygoot, recessief, dominant
Homozygoot = wanneer het genenpaar voor een bepaalde erfelijke eigenschap uit
twee dezelfde genen bestaat (AA/aa).
Heterozygoot = wanneer het genenpaar voor een bepaalde erfelijke eigenschap uit
twee ongelijke genen bestaat (Aa).
Een dominant gen is een gen dat altijd tot uiting komt in het fenotype. Deze is als
het ware ‘sterker’. We geven een dominant gen aan met een hoofdletter
(bijvoorbeeld A).
Een recessief gen komt alleen tot uiting in het fenotype wanneer er géén dominant
gen aanwezig is. We geven een recessief gen aan met de bijbehorende kleine letter
(bijvoorbeeld a).
Organismen waarbij het recessief gen tot uiting komt in het fenotype zijn altijd
homozygoot recessief voor deze eigenschap (aa).
Samenvatti
ng biologie
Chromosomen
Iedere lichaamscel bevat alle erfelijke informatie van een organisme. Deze erfelijke
informatie is gelegen op de chromosomen. Chromosomen zijn langgerekte dunne
draden die voor een groot deel uit de stof DNA bestaan.
Een geslachtscel bevat de helft van de erfelijke informatie van een organisme.
23
46
(23 paar)
23
Eicel + zaadcel Bevruchting Bevruchte eicel
Chromosomen 1 t/m 23 komen in paren voor. Aan het 23 e paar kun je het geslacht
herkennen. Daarom noemen we het 23e paar de geslachtschromosomen. Deze
bepalen het geslacht van een persoon.
23e paar is gelijk (XX) vrouw
23e paar is ongelijk (XY) man
, biologie samenvatting & begrippenlijst H12 erfelijkheid
Genotype en fenotype
Genotype = alle informatie voor de erfelijke eigenschappen. Het genotype van een
organisme word bepaald op het moment van bevruchting.
Erfelijke informatie zaadcel + erfelijke informatie eicel genotype nieuw organisme
Fenotype = het uiterlijk (alle zichtbare eigenschappen) van een organisme.
genotype + invloeden uit het milieu fenotype
Een gen is een deel van een chromosoom dat de informatie voor één erfelijke
eigenschap bevat. Genen kunnen aan of uit staan.
Homozygoot, heterozygoot, recessief, dominant
Homozygoot = wanneer het genenpaar voor een bepaalde erfelijke eigenschap uit
twee dezelfde genen bestaat (AA/aa).
Heterozygoot = wanneer het genenpaar voor een bepaalde erfelijke eigenschap uit
twee ongelijke genen bestaat (Aa).
Een dominant gen is een gen dat altijd tot uiting komt in het fenotype. Deze is als
het ware ‘sterker’. We geven een dominant gen aan met een hoofdletter
(bijvoorbeeld A).
Een recessief gen komt alleen tot uiting in het fenotype wanneer er géén dominant
gen aanwezig is. We geven een recessief gen aan met de bijbehorende kleine letter
(bijvoorbeeld a).
Organismen waarbij het recessief gen tot uiting komt in het fenotype zijn altijd
homozygoot recessief voor deze eigenschap (aa).