Boek:
- Margot Scholte: Wegen en (Blijven) Overwegen. Intake en Volgsysteem in het
Maatschappelijk Werk. Coutinho Bussum ISBN 9789046900536
- het gehele werkboek op de site van uitgeverij Countinho ‘de diversiteitsbril’
Intake gesprek
Datum aanmelding:
Naam cliëntsysteem:
Maatschappelijk werker:
Problemen en klachten:
gaat het om de beschrijving van de klachten en problemen van de cliënt.
- Waarvoor bent u hier? Waarmee kan het maatschappelijk werk u van dienst zijn? Wat is
er aan de hand? Waar zit u meer?
- Wat wilt u?
- Wat is uw probleem? Volgens wie heeft u dit probleem?
- Wie zijn er betrokken bij uw probleem?
- Wie weten er van uw problemen af? Wat weten zij? Is deze informatie bij hen in goede
handen?
- Hebben uw problemen ook gevolgen op mensen in uw omgeving? (Bv: partner,
kinderen of andere familieleden?)
- Hoe kijkt uw omgeving tegen de problemen aan?
Stressoren en oorzaken van problemen en klachten:
Het gaat om wat mensen zelf ervaren als de oorzaken van hun problemen. Ook gaat het
om de factoren die hun problemen in stand houden.
- Heeft u een idee waardoor uw probleem is ontstaan?
- Wanneer is uw probleem begonnen?
- Bij externaliseren: Dit lijkt me niet makkelijk voor u, het maakt je machteloos. Wat
heeft u tot nu toe allemaal geprobeerd?
- Bij internaliseren: Dat is vervelend, vooral ook omdat u daardoor ook nog eens negatief
over uzelf gaat denken. Zijn er ook dingen die u wel goed af gaan?
Beleving van de situatie:
gaat het om hoe de cliënt zijn of haar situatie zelf ervaart en beleeft.
- Waar hebt u last van? Hoeveel last heeft u van de situatie? Hoe zwaar wegen deze
problemen voor u? hoeveel zorgen maakt u zich hierover?
- Hoe ervaar u uw huidige situatie?
- Wat zit u dwars?
- Welk gevoel heeft u bij uw huidige situatie?
- Hoe denk u over uw huidige situatie? Welke gedachten keren steeds bij u terug?
Gevolgen voor dagelijks functioneren:
Het gaat om de gevolgen van de problemen van de cliënt voor het dagelijks leven.
- Hoe zag uw dag er meestal uit voor het probleem ontstond? Hoe ziet uw dag eruit sinds
het probleem is ontstaan? Wat betekent deze verandering voor u?
- Kunt u iets vertellen over de gevolgen van dit probleem voor uw dagelijks functioneren
thuis, op het werk, in uw vrije tijd?
- Reageert u voortaan anders op deze gebeurtenissen of ervaringen? Wat is er anders?
, - Hoe reageert uw omgeving op uw klachten/ problemen? Wat doet dat met u? Hebben
uw problemen invloed op uw status of eer in uw omgeving?
- hoe beïnvloedt deze situatie uw dagelijks levens?
- doet u hierdoor dagelijks andere dingen dan u gewend bent of dan u zou willen doen.
Probleemhantering:
Het gaat erom hoe de cliënt met zijn of haar problemen tot nut toe heeft aangepakt.
Welke mogelijkheden zijn er nog?
- Heeft u al geprobeerd uw problemen op te lossen? Zo ja, hoe dan?
- wat heeft u (tot nu toe) gedaan om een oplossing te vinden?
- Hoe gaat u normaal gesproken om met problemen?
- Hoe wordt er normaal gesproken in uw omgeving met problemen omgegaan?
- Zijn er andere manieren van omgaan die misschien ook werken maar die minder voor
de hand liggen?
- Wat zijn de gevolgen als u op een niet-gebruikelijke manier uw probleem zou
aanpakken? Hoe zou uw omgeving reageren?
Hulpverleningsverleden:
Heeft de cliënt eerder hulp ingeroepen van buiten? En hoe is dat gegaan?
- heeft u eerder hulpverlening gehad? Was dat voor eenzelfde soort probleem? Is die
hulpverlening goed afgesloten of voortijdig afgebroken? Loopt deze hulpverlening nu nog
door?
- Bij wie bent u eerder geweest voor hulp?
- Krijgt u op dit moment nog hulp van een hulpverlener, geestelijke, dokter, genezer? Wat
houdt die hulp in?
- Wat vindt u van deze hulp? Bent u geholpen met deze hulp? Waarom wel of niet?
Beschermende factoren:
Welke omstandigheden beschermen het cliëntsysteem tegen de negatieve gevolgen van
de situatie?
De eigen kracht van de cliënt (bv: werk, hobby’s, levensovertuigingen, inkomen, goede
woonruimte,, bezigheden die voor afleiding zorgen of eigenwaarde versterken,
persoonlijke capaciteiten en vaardigheden.)
- Wat geeft u voldoening in uw leven?
- Wat geeft u plezier?
- wat hield u tot nu toe op de been?
- waar bent u tevreden over?
- waar geniet u van?
- Zijn er momenten waarop u zich goed voelt? Welke momenten zijn dat? Wat doet u
dan?
- Hebt u afgelopen week een moment gehad waarop u tevreden was met uzelf? Wat was
de aanleiding?
- Kunt u zich nog herinneren wanneer u zich trots voelde op uzelf? Wat was de
aanleiding?
Sociale steun:
het gaat om de sociale steun die de cliënt zelf ervaart.
- Welke rol spelen anderen uit uw omgeving bij de problemen die u heeft?
- Welke rol vindt u dat zij kunnen of moeten spelen? Zijn er mensen die in uw ogen
tekortschieten? Wat vindt u daarvan?
- Kunt u ergens terecht met uw problemen? Zo ja, bij wie?