SAMENVATTING V&M1
Klinisch redeneren, EBP, methodiek
4 NOVEMBER 2019
JAAR1, BLOK 1
Christelijk hogeschool Ede
, Klinisch redeneren en EBP
Klinisch redeneren en EBP
Klinisch redeneren en EBP
H1 klinisch redeneren
1.1 Wat is klinisch redeneren?
1.1 wat ik klinisch redenere
1.1 wat ik klinisch redeneren?
Een verpleegkundige moet veel beslissingen nemen. De vragen die verpleegkundige zichzelf stellen of
van patiënten krijgen zijn in 4 basisvragen te verdelen:
1. Wat is er aan de hand met de patiënt? (diagnostische vraag)
2. Waardoor komt dat? (oorzakelijke vraag)
3. Hoe loopt het waarschijnlijk af met dit probleem?
Wat denken we te kunnen bereiken/ (prognostische vraag)
4. Wat denken we eraan te kunnen doen? (therapeutische vraag)
Klinisch redeneren: Het continu proces van kritisch denken, gegevensverzameling, en analyse,
gericht op de vragen en problemen van een individu/naasten in een relatie tot ziekte en gezondheid
om tot het beste besluit over de zorg van deze patiënt te komen.
Het gaat dus om denken en besluiten nemen → omgaan met info. En jezelf de juiste vragen stellen.
1.2 Hoe gebruik je klinisch redeneren?
Bij klinisch redeneren gaat het om de manier van denken en jezelf vragen blijven stellen totdat het
een denkstructuur is geworden.
Bij routine situaties of niet-complexe situaties wordt het klinisch redeneren beperkt
toegepast. Een ervaren verpleegkundige kan snel tot een besluit komen. ]
Bij situaties die complex of nieuw zijn vergt meer denkwerk. Hier is het risico op een fout
besluit of een suboptimaal besluit groot. Hierin wordt een groot beroep gedaan op het
klinisch redeneren en een benadering noodzakelijk is die veel analytischer is
1.3.3. Intuïtie en analyse: het cognitief continuüm
Wat is het verschil tussen intuïtie en analyse?
- besluiten baseren op klinische intuïtie: Snel een besluit nemen, waarbij ze onbewust klinische
informatie verwerken en de uitkomst zonder verdere analyse te besluiten.
- besluiten baseren op klinische analyse: Meer tijd nemen voor het besluit en nadenken waarover
precies besluiten moeten worden genomen.
Intuïtieve beslissingen: nauwelijks een bewuste redenering. Bij acute gevallen kost een analyse teveel
tijd en worden er wel intuïtieve beslissingen gemaakt.
Analytische beslissingen: Er wordt meer beroep gedaan op de kennis van de vpk.
1.4 Het ICF als denkmodel bij klinisch redeneren
Wat is het ICF schema?
International Classification of Function, disability and health (ICF)
via het ICF schema wordt schematisch in kaart gebracht wat
de gevolgen zijn van:
1. De aandoening
2. De bijbehorende behandeling voor het leven van de P
3. De leefstijl van de P
Klinisch redeneren, EBP, methodiek
4 NOVEMBER 2019
JAAR1, BLOK 1
Christelijk hogeschool Ede
, Klinisch redeneren en EBP
Klinisch redeneren en EBP
Klinisch redeneren en EBP
H1 klinisch redeneren
1.1 Wat is klinisch redeneren?
1.1 wat ik klinisch redenere
1.1 wat ik klinisch redeneren?
Een verpleegkundige moet veel beslissingen nemen. De vragen die verpleegkundige zichzelf stellen of
van patiënten krijgen zijn in 4 basisvragen te verdelen:
1. Wat is er aan de hand met de patiënt? (diagnostische vraag)
2. Waardoor komt dat? (oorzakelijke vraag)
3. Hoe loopt het waarschijnlijk af met dit probleem?
Wat denken we te kunnen bereiken/ (prognostische vraag)
4. Wat denken we eraan te kunnen doen? (therapeutische vraag)
Klinisch redeneren: Het continu proces van kritisch denken, gegevensverzameling, en analyse,
gericht op de vragen en problemen van een individu/naasten in een relatie tot ziekte en gezondheid
om tot het beste besluit over de zorg van deze patiënt te komen.
Het gaat dus om denken en besluiten nemen → omgaan met info. En jezelf de juiste vragen stellen.
1.2 Hoe gebruik je klinisch redeneren?
Bij klinisch redeneren gaat het om de manier van denken en jezelf vragen blijven stellen totdat het
een denkstructuur is geworden.
Bij routine situaties of niet-complexe situaties wordt het klinisch redeneren beperkt
toegepast. Een ervaren verpleegkundige kan snel tot een besluit komen. ]
Bij situaties die complex of nieuw zijn vergt meer denkwerk. Hier is het risico op een fout
besluit of een suboptimaal besluit groot. Hierin wordt een groot beroep gedaan op het
klinisch redeneren en een benadering noodzakelijk is die veel analytischer is
1.3.3. Intuïtie en analyse: het cognitief continuüm
Wat is het verschil tussen intuïtie en analyse?
- besluiten baseren op klinische intuïtie: Snel een besluit nemen, waarbij ze onbewust klinische
informatie verwerken en de uitkomst zonder verdere analyse te besluiten.
- besluiten baseren op klinische analyse: Meer tijd nemen voor het besluit en nadenken waarover
precies besluiten moeten worden genomen.
Intuïtieve beslissingen: nauwelijks een bewuste redenering. Bij acute gevallen kost een analyse teveel
tijd en worden er wel intuïtieve beslissingen gemaakt.
Analytische beslissingen: Er wordt meer beroep gedaan op de kennis van de vpk.
1.4 Het ICF als denkmodel bij klinisch redeneren
Wat is het ICF schema?
International Classification of Function, disability and health (ICF)
via het ICF schema wordt schematisch in kaart gebracht wat
de gevolgen zijn van:
1. De aandoening
2. De bijbehorende behandeling voor het leven van de P
3. De leefstijl van de P