H1. Wat is criminaliteit?
Een waarde is een principe dat mensen belangrijk vinden om na te leven. Hiervan worden normen,
ongeschreven gedragsregels, afgeleid. Bijvoorbeeld fatsoensnormen, religieuze normen en morele normen.
Sommige normen zijn zo belangrijk dat ze als rechtsnormen in wetten worden vastgelegd. Bij overtreding is
er sprake van normoverschrijdend gedrag. Rechtsbronnen zijn de wet, jurisprudentie en internationale
verdragen. Misdrijven (politierechter, meervoudige kamer --> strafblad) zijn ernstigere strafbare feiten dan
overtredingen (kantonrechter). Met criminaliteit bedoelen we alle misdrijven die in de wet omschreven
staan. Met strafwaardig bedoelen we gedrag dat volgens iemand of een grotere groep strafbaar zou
moeten zijn. Criminaliteit is een relatief en cultuur bepaald begrip omdat onze opvattingen over
strafwaardigheid veranderen. Zo ontstaat criminalisering en decriminalisering. Welke gedragingen wel en
niet strafbaar worden gesteld, hangt af van:
• Maatschappelijke context: veranderende normen en waarden
• Ernst van de gevolgen
• Morele opvattingen politieke machthebbers
Criminaliteit is een maatschappelijk en sociaal probleem volgens de vier kenmerken:
• Gevolgen samenleving:
• Materieel: directe financiële schade na delict, indirecte financiële schade (voor beveiliging en
verzekeringen) en kosten voor de criminaliteitsbestrijding
• Immaterieel: gevoelens van onveiligheid, vermijdingsgedrag, psychische problemen, morele
verontwaardiging, verlies vertrouwen, aantasting rechtsgevoel en gevaar voor eigenrichting.
• Ontstaan door maatschappelijke ontwikkelingen:
• Afnemend gezag van de overheid: overheidsdienaren worden nu zelfs tegengewerkt.
• Afnemende betekenis maatschappelijk middenveld: individualisering, minder kerk etc.
• Minder sociale controle: door omgeving.
• Veranderend normen- en waardenbesef: traditionele waarden gelden minder sterk dan vroeger.
• Sterk toegenomen welvaart: er valt meer te halen. Ook meer drugs etc.
• Afgenomen pak – en strafkans: door onzichtbaarheid misdrijven en politietekort.
• Toegenomen werkloosheid: men gaat zwart werken (uitkeringsfraude). Bij jongeren leidt
werkloosheid tot hanggedrag en vandalisme.
• Technologische ontwikkeling: digitalisering leidt tot cybercriminaliteit
• Internationalisering: meer mogelijkheden voor criminelen.
• Belangentegenstellingen: iedereen is verschillend bij criminaliteit betrokken waardoor tegenstrijdige
belangen ontstaan. Er zijn twee tegenstrijdigheden:
• Veiligheidsparadox: hoe meer veiligheid we hebben, hoe erger we een inbreuk daarop ervaren.
• Veiligheidsutopie: het onhaalbare te verlangen door te streven naar maximale vrijheid en maximale
veiligheid.
• Gemeenschappelijke oplossing vereist: bijvoorbeeld door particuliere initiatieven, bedrijven en
maatschappelijke instellingen.
Naast een maatschappelijk probleem, is criminaliteit ook een politiek probleem. Het bestrijden van
criminaliteit behoort tot de basisfuncties van de overheid volgens de rechtsstaat. Criminaliteit vormt een
bedreiging van de rechtsorde en staat daarom hoog op de politieke agenda. Politieke partijen botsen in
hun opvattingen over de beste aanpak tegen criminaliteit.
, Criminaliteit en rechtsstaat Marleen Rijpkema
H2. Aard en omvang van criminaliteit
Het CBS deelt criminaliteit in in de volgende negen categorieën: delicten tegen de openbare orde en het
gezag, geweldsdelicten tegen leven en persoon, ruwheidsdelicten, vermogensdelicten, seksuele delicten,
verkeersdelicten, drugsdelicten, economische delicten en milieudelicten. Strafbare feiten vallen vaak onder
meerdere categorieën. Een andere indeling is veelvoorkomende criminaliteit, zware criminaliteit en
georganiseerde criminaliteit.
Door onevenredige aandacht voor zware criminaliteit door massamedia ontstaat er een stereotiep en
generaliserend beeld van criminaliteit. Stereotiep: vaststaand beeld van een bepaald verschijnsel omdat
media steeds op dezelfde manier over het onderwerp berichten. Generaliserend: uit enkele bijzondere
gevallen wordt een algemene conclusie getrokken. Het referentiekader wordt gevormd door alle normen,
waarden, ervaringen en interesses die iemand heeft. Mensen zullen de media kiezen waarin hun
opvattingen bevestigd worden, maar ook ervaringen spelen een rol in de beeldvorming.
Onderzoeksmethoden kan je indelen in kwalitatief onderzoek (diepte-interviews) en kwantitatief
onderzoek (statistieken). Een onderzoek is betrouwbaar als er goed gemeten wordt. We focussen eerst op
de kwantitatieve onderzoeksmethoden.
• Politiestatistieken: weergave van de geregistreerde criminaliteit. Van elke aangifte of ontdekking wordt
een proces-verbaal (schriftelijk verslag) gemaakt.
• Rechtbankstatistieken: weergave van alle misdrijven waarbij een rechter uitspraak doet..
• Slachtofferenquêtes: om een beeld te krijgen van niet-geregistreerde criminaliteit. Zo komen zaken
waarvan mensen geen aangifte doen aan het licht (fietsendiefstal).
• Daderenquêtes: geven het meest complete beeld omdat ook slachtofferloze criminaliteit kan worden
gemeten. Echter is er wel een drempel om eerlijk te antwoorden.
Kanttekeningen bij politie- en rechtbankcijfers vanwege:
• Selectieve opsporing: bij meer surveillance wordt ook meer geregistreerd, zonder daadwerkelijke
toename van de criminaliteit.
• Nieuwe wetten: waardoor het aantal delicten meegroeit.
• Subjectieve beoordeling: door politie of OvJ waardoor de registratie verschilt. Ook overheveling.
• Verschillende belangen: politie wil hoge cijfers om bezuinigingen tegen te gaan, minister wil lage cijfers
om beloftes na te komen etc.
• Interpretatie van de cijfers: cijfers moeten worden gekoppeld aan bevolkingsopbouw.
• Aangiftebereidheid: per misdrijf verschilt.
• Zichtbaarheid: vs onzichtbaarheid per misdrijf verschilt.
• Rechtbankstatistieken zeggen erg weinig over werkelijke criminaliteit.
Kanttekeningen bij slachtoffer- en daderenquêtes:
• Niet alle categorieën mensen worden ondervraagd (toeristen, illegalen en jongeren)
• Over (seksuele) misdrijven wordt gezwegen
• Het gaat om subjectieve meting die voor elke deelnemer anders is
• Enquêtes zijn altijd steekproeven en dus slecht bruikbaar bij weinig voorkomende criminaliteit
Het dark figure is het verschil tussen de niet-geregistreerde criminaliteit en de geregistreerde criminaliteit.
Dit zal vrijwel altijd positief zijn dankzij een kleine aangifte bereidheid en de grote omvang van de verborgen
criminaliteit.
Criteria voor goed onderzoek
• Betrouwbaarheid: moet niet op toeval berusten. Onderzoeksvragen moeten juist gesteld worden.
• Validiteit: wanneer het onderzoek precies dat meet wat het moet weten. Onderzoeksvragen moeten
duidelijk afgebakend worden met duidelijke uitleg.
• Generaliseerbaarheid: de mate waarin uitkomsten van een onderzoek als algemeen geldend beschouwd
kunnen worden.