Europa - economie:
Hoofdstuk 1
Naar een ander land trekken om daar te werken, heet arbeidsmigratie. De gevolgen hiervan kunnen
voor Nederland negatief en positief zijn.
Landen drijven handel, omdat bepaalde landen producten niet hebben -> ze importeren het dan naar
hun land. Wanneer een land veel handel drijft spreken we van een open economie, dus veel import
en export. Totaal gesloten economieën komen tegenwoordig niet meer voor. Maar wel meer
gesloten zoals: VS zij kunnen veel zelf produceren.
Er is sprake van een concurrentiepositie wanneer een ander bedrijf in staat is een product
beter/goedkoper te produceren. Hierbij heb je ook een internationale concurrentiepositie dit word
bepaald door bijvoorbeeld de productiekosten.
Wanneer landen zich richten op producten maken waar zij goed in zijn spreken we van internationale
arbeidsverdeling.
Belangrijk is hoe productief een werknemer is, oftewel hoe hoog is de arbeidsproductiviteit. Hoeveel
een werknemer gemiddeld in een bepaalde periode produceert. Hierbij kijk je dus naar de
loonkosten per product.
Innovatie is het investeren in betere en modernere kapitaalgoederen zoals machines. Hierdoor kan
de arbeidsproductiviteit toenemen.
Alle landen profiteren van vrij handel want dat leid tot specialisatie. We spreken van protectionisme
wanneer bijv. landen binnen de EU dezelfde heffingen hanteren.
Tarifaire maatregelen
Invoerrechten
exportsubsidie
non-tarifaire maatregelene
invoerquota/invoercontigent -> max. verbonden
zware kwaliteitseisen -> fruit voldoen aan deze eisen van de EU
het beschermen heeft verschillende argumenten
- infant industy argument: het beschermen van jongen binnelandse industrieen.
- Werkgelegenheid
- Antidumpingargument: van de overtollige voorraad afkomen, voor een lage prijs.
Hoofdstuk 2:
Samenwerking is binnen Europa belangrijk, hiervoor is de belangrijkste reden -> handel, milieu of
asielbeleid. Hiervoor is collectieve dwang nodig, er moet een instelling zijn die zorgt dat deze
afspraken nakomen.
Wanneer Nederland milieubeleid gaat voeren, draaien hun op voor de kosten en liften de
buurlanden mee dit is een vorm van een gevangendillema. Als je kiest voor de voordeligste strategie
is dit ook wel de dominante strategie. Dit is voor een individu het voordeligst, wat de ander ook doet.
Hoofdstuk 1
Naar een ander land trekken om daar te werken, heet arbeidsmigratie. De gevolgen hiervan kunnen
voor Nederland negatief en positief zijn.
Landen drijven handel, omdat bepaalde landen producten niet hebben -> ze importeren het dan naar
hun land. Wanneer een land veel handel drijft spreken we van een open economie, dus veel import
en export. Totaal gesloten economieën komen tegenwoordig niet meer voor. Maar wel meer
gesloten zoals: VS zij kunnen veel zelf produceren.
Er is sprake van een concurrentiepositie wanneer een ander bedrijf in staat is een product
beter/goedkoper te produceren. Hierbij heb je ook een internationale concurrentiepositie dit word
bepaald door bijvoorbeeld de productiekosten.
Wanneer landen zich richten op producten maken waar zij goed in zijn spreken we van internationale
arbeidsverdeling.
Belangrijk is hoe productief een werknemer is, oftewel hoe hoog is de arbeidsproductiviteit. Hoeveel
een werknemer gemiddeld in een bepaalde periode produceert. Hierbij kijk je dus naar de
loonkosten per product.
Innovatie is het investeren in betere en modernere kapitaalgoederen zoals machines. Hierdoor kan
de arbeidsproductiviteit toenemen.
Alle landen profiteren van vrij handel want dat leid tot specialisatie. We spreken van protectionisme
wanneer bijv. landen binnen de EU dezelfde heffingen hanteren.
Tarifaire maatregelen
Invoerrechten
exportsubsidie
non-tarifaire maatregelene
invoerquota/invoercontigent -> max. verbonden
zware kwaliteitseisen -> fruit voldoen aan deze eisen van de EU
het beschermen heeft verschillende argumenten
- infant industy argument: het beschermen van jongen binnelandse industrieen.
- Werkgelegenheid
- Antidumpingargument: van de overtollige voorraad afkomen, voor een lage prijs.
Hoofdstuk 2:
Samenwerking is binnen Europa belangrijk, hiervoor is de belangrijkste reden -> handel, milieu of
asielbeleid. Hiervoor is collectieve dwang nodig, er moet een instelling zijn die zorgt dat deze
afspraken nakomen.
Wanneer Nederland milieubeleid gaat voeren, draaien hun op voor de kosten en liften de
buurlanden mee dit is een vorm van een gevangendillema. Als je kiest voor de voordeligste strategie
is dit ook wel de dominante strategie. Dit is voor een individu het voordeligst, wat de ander ook doet.