H14 Zenuwstelsel
14.1 Centraal zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen, namelijk: (BiNaS 88B)
1- Het centraal zenuwstelsel (CZS) bevindt zich in het centrum van het lichaam en bestaat uit
neuronen (zenuwcellen) van de hersenen en het ruggenmerg.
2- Het perifeer zenuwstelsel bestaat uit aan- en afvoerende uitlopers van een groot aantal
neuronen in het CZS.
De grijze kleur bij de hersenen en ruggenmerg is afkomstig van de cellichamen en de witte kleur is
afkomstig van uitlopers van neuronen.
De grote hersenen zijn met elkaar verbonden door de hersenbalk. De rest wordt omvat door de
hersenstam en de kleine hersenen.
Het verlengde merg verbindt de hersenen met het ruggenmerg.
Cellen van de haarvaten in de hersenen vormen samen met astrocyten (gliacellen) de bloed-
hersenbarrière, wat de hersenen beschermt tegen ongewenste stoffen (ook medicijnen).
De grote hersenen Verwerken impulsen en bewustwording.
Ontstaan impulsen voor bewegingen.
De hersenstam Bevat centra van autonome zenuwstelsel. Bevat
ook de pons, wat de grote en kleine hersenen
verbindt.
De kleine hersenen Coördinatie van bewegingen.
De thalamus Selecteert welke impulsen vanuit de zintuigen
naar de delen van de hersenschors gaan. Kan
impulsen remmen (bij ADHD is dit lastiger)
De hypothalamus Betrokken bij de homeostase, stuurt o.a. je
hypofyse aan.
Een reflex is een reactie op een prikkel zonder of voordat er bewustwording optreedt in de hersenen.
Deze gaan vanuit het hoofd via de hersenstam of via ruggenmerg. Sommige zijn aangeboren, zoals de
hoestreflex, en zijn dus al vanaf de geboorte aanwezig.
Voorbeeld. Je houdt je evenwicht ook al kwam er nog een onverwachte traptrede of het
‘automatisch’ bijsturen op je fiets.
De weg die een reflex aflegt (zintuigcellen, sensorische neuronen, schakelcellen, motorische
neuronen, spier- en kliercellen) noemen we een reflexboog.
Het spinale ganglion is de plek voor het ruggenmerg waar de cellichamen van de aanvoerende
neuronen bij elkaar liggen en zo een verdikking vormen.
14.2 Cellen in het zenuwstelsel
Gliacellen vormen 90% van het zenuwstelsel. Ze voeden en steunen neuronen, bieden bescherming
(bloed-hersenbarrière), ruimen beschadigde cellen op en verwijderen stoffen die een rol spelen bij het
doorgeven van impulsen.
14.1 Centraal zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen, namelijk: (BiNaS 88B)
1- Het centraal zenuwstelsel (CZS) bevindt zich in het centrum van het lichaam en bestaat uit
neuronen (zenuwcellen) van de hersenen en het ruggenmerg.
2- Het perifeer zenuwstelsel bestaat uit aan- en afvoerende uitlopers van een groot aantal
neuronen in het CZS.
De grijze kleur bij de hersenen en ruggenmerg is afkomstig van de cellichamen en de witte kleur is
afkomstig van uitlopers van neuronen.
De grote hersenen zijn met elkaar verbonden door de hersenbalk. De rest wordt omvat door de
hersenstam en de kleine hersenen.
Het verlengde merg verbindt de hersenen met het ruggenmerg.
Cellen van de haarvaten in de hersenen vormen samen met astrocyten (gliacellen) de bloed-
hersenbarrière, wat de hersenen beschermt tegen ongewenste stoffen (ook medicijnen).
De grote hersenen Verwerken impulsen en bewustwording.
Ontstaan impulsen voor bewegingen.
De hersenstam Bevat centra van autonome zenuwstelsel. Bevat
ook de pons, wat de grote en kleine hersenen
verbindt.
De kleine hersenen Coördinatie van bewegingen.
De thalamus Selecteert welke impulsen vanuit de zintuigen
naar de delen van de hersenschors gaan. Kan
impulsen remmen (bij ADHD is dit lastiger)
De hypothalamus Betrokken bij de homeostase, stuurt o.a. je
hypofyse aan.
Een reflex is een reactie op een prikkel zonder of voordat er bewustwording optreedt in de hersenen.
Deze gaan vanuit het hoofd via de hersenstam of via ruggenmerg. Sommige zijn aangeboren, zoals de
hoestreflex, en zijn dus al vanaf de geboorte aanwezig.
Voorbeeld. Je houdt je evenwicht ook al kwam er nog een onverwachte traptrede of het
‘automatisch’ bijsturen op je fiets.
De weg die een reflex aflegt (zintuigcellen, sensorische neuronen, schakelcellen, motorische
neuronen, spier- en kliercellen) noemen we een reflexboog.
Het spinale ganglion is de plek voor het ruggenmerg waar de cellichamen van de aanvoerende
neuronen bij elkaar liggen en zo een verdikking vormen.
14.2 Cellen in het zenuwstelsel
Gliacellen vormen 90% van het zenuwstelsel. Ze voeden en steunen neuronen, bieden bescherming
(bloed-hersenbarrière), ruimen beschadigde cellen op en verwijderen stoffen die een rol spelen bij het
doorgeven van impulsen.