- Kinderen van je groep kennen + contact met hen kunnen leggen
Je weet wie ze zijn, uit welk milieu ze afkomstig zijn, wat ze hebben
meegemaakt voor ze op school kwamen
- Je contacten met de peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, crèches zijn belangrijk
(vormen kinderopvang voor waar ze zijn geweest voor de basisschool)
Belangrijkste pedagogische vaardigheden:
Kunnen ingaan op behoeften kinderen aan relatie, competentie, autonomie.
Leerkracht is sensitief, gevoelig voor signalen die kinderen uitzenden, en responsief,
ze weet hoe ze een passend antwoord moet geven op datgene wat kinderen nodig
hebben.
Passende antwoord gepaard met hoge verwachtingen + in staat om hen uit te
dagen.
- Zien wat het kind nodig heeft + daarop inspelen
- Observerend + bemiddelend aanwezig
- Vrijheid + verantwoordelijkheid geven en eigen inbreng in datgene wat ze op
school doen (vertrouw op hun mogelijkheden)
Hoe zie je het verschil tussen ‘bezig zijn’ en ‘zich ontwikkelen’?
- Let op betrokkenheid van kinderen (analyseren observatiemodel)
Uit echte betrokkenheid volgt ontwikkeling
- Groeien gebeurt bij het vrijespel, rollenspel, bouwhoek, speelleermaterialen,
buitenspel. (Criterium is de betrokkenheid)
Inspelen op behoefte aan autonomie Klas zo inrichten dat kinderen zelfstandig
kunnen spelen / werken.
Tegemoetkomen aan autonomie bevestigt het gevoel van competentie ‘Ik kan het
zelf!’
Groepen kinderen die samen spelen / werken hebben een aantal specifieke
kenmerken die jouw pedagogische / didactische handelen beïnvloeden (betrekking
pedagogisch klimaat + ontwikkeling individu) :
- Multidimensionaliteit
Veelheid aan taken en gebeurtenissen vereist planning en afstemming,
want elke handeling heeft (on)verwachte gevolgen Flexibiliteit en
leiderschap zijn bepalend voor het vervolg
- Gelijktijdigheid
In een groep gebeuren veel dingen tegelijkertijd.
, - Onmiddellijkheid
Moeilijk om vooraf al je handelingen door te denken volgen elkaar in hoog
tempo op
- Openheid
Alles wat je doet in de klas wordt door de kinderen gezien Je bent een
rolmodel
- Geschiedenis
Groep kinderen raakt met elkaar vertrouwd, er ontstaan verwachtingen
Verwachtingen leiden tot patronen
Gebeurtenissen uit het verleden zetten de toon voor de toekomst (vormen
groepjes) Van invloed zijn op pedagogisch klimaat
Negatief pedagogisch klimaat kan pesten voorkomen Snel ingrijpen /
pedagogisch klimaat herstellen belangrijk.
Pg 3. Van pedagogisch-didactisch concept, naar didactische modellen en
didactisch handelen
Elke school heeft een visie op leren
Onder pedagogisch-didactisch concept verstaan we:
‘De onderwijsvisie waarvan een school uitgaat bij het vormgeven van het onderwijs’
- Jenaplanonderwijs
- Vrijeschoolonderwijs
- Freinetonderwijs
- Ontwikkelingsgericht onderwijs
- Ervaringsgericht onderwijs
(Mogelijk om elementen uit ene concept te verbinden met elementen uit andere
concept)
Didactische modellen die op een school gehanteerd worden, moeten passen binnen
het pedagogisch-didactisch concept. ← Pedagogisch-didactisch concept geeft
mogelijkheden maar ook grenzen aan
11.3.1 Didactisch handelen
Didactische werkvorm
Het concrete didactische handelen van de leerkracht
Eenzelfde didactische werkvorm kan passen binnen veel pedagogisch-didactische
concepten. De uitwerking en inhoud van de werkvorm kunnen verschillend zijn.