Het moderne economische wereldbeeld levert een driedeling op:
1. Gebieden die de globalisering sturen, die gebieden vind je vooral het drietal de
Triade.
Triade: de drie belangrijkste handelsblokken in de wereld: Noord-Amerika, de Europese
Unie en Oost-Azië (China en Japan).
2. Gebieden die de globalisering volgen. Dit zijn de gebieden waar de mno’s bedrijven
stichten en profijt maken van de lage lonen.
3. Gebieden die achterblijven. Hier staat de economie stil of krimp.
Sinds 1990 is het percentage armen onder de Braziliaanse gehalveerd. Hoe is het land daarin
geslaagd?
Import vervangende industrialisatie: het vervangen van importgoederen door eigen
productie.
Exportgerichte industrialisatie: industrialiseren door goederen te produceren voor
de export.
Vanaf 1995 stijgen de Buitenlandse directe investeringen fors.
Buitenlandse directe investeringen: buitenlandse investeringen (ook
bedrijfsvestingen) in een land.
Bovendien stijgt door de groeiende welvaart in de wereld de vraag naar ertsen,
agrarische stoffen en tropisch hout. Brazilië kan dat allemaal leveren.
De Braziliaanse overheid investeert veel in het onderwijs, het gevolg is dat nu een
jonge, redelijk opgeleide beroepsbevolking klaarstaat om het land verder te
ontwikkelen.
Toch neemt de concurrentie toe vanuit lagelonenlanden. Voorbeeld: China halen
overal grondstoffen vandaan en brengen goedkope industriegoederen.
India had zijn vervaart te danken aan de bevolking. Als de jonge beroepsbevolking werk
vindt, stijgt de koopkracht, groeit de binnenlandse afzetmarkt n komt er een gloeispiraal
opvang. De rijkste delen zijn erin geslaagd te profiteren van de globalisering. Deze vind je
vooral langs de kust en rond de IT-stad Bangalore.
Armoedegrens: inkomen dat je nodig hebt om te kunnen voorzien in de basisbehoefte. De
hoogte van de grens verschil per land.
Exportproductiezones (EPZ’s): speciaal ingerichte bedrijventerreinen, vaak bij vliegvelden of
havens, waar op de exportgerichte bedrijven zich vestigen.