andere stress stoornissen
Posttraumatisch-stressstoornis
- Hebben last van verschillende symptomen als gevolg van een psychotrauma.
- Ze moeten de traumatische gebeurtenis zelf hebben doormaken, getuige zijn
van de gebeurtenis als die een ander overkomt, vernemen dat het bij een
ander is overkomen en dat moet gewelddadig zijn of door een ongeval of
herhaaldelijk blootgesteld zijn aan de gruwelijke details van een
psychotrauma.
- Last van nachtmerries, herbelevingen/flashbacks, zomaar ineens
herinneringen, lichamelijke reacties, van streek raken bij herinnering.
- Vermijden van herinneringen, gedachten of gevoelens of vermijden van
situaties of taken.
- Hebben negatieve opvattingen
- Pretraumatisch (voorafgaand aan de traumatische gebeurtenis)
- Peritraumatisch (tijdens de traumatische gebeurtenis)
- Posttraumatisch (na de traumatische gebeurtenis)
- Behandelingen: EMDR, CGT (cognitieve gedragstherapie, veranderen van
gedachten), Exposure (oproepen van een herbeleving en die minder erg
maken) en medicatie.
Acute stressstoornis
- Kan direct na een psychotraumatische gebeurtenis optreden.
- De symptomen houden minder lang aan dan de PTSS, oorzaken vaak
hetzelfde als PTSS
- De stoornis kan pas 3 dagen na de gebeurtenis worden vastgesteld.
- Wanneer langer dan een maand aanhoudt, kan het overgaan in PTSS
Aanpassingsstoornissen
- Grote veranderingen zoals een ernstige ziekte bij een kind of ouder waaraan
mensen zich niet aan kunnen aanpassen.
- Moeite met veranderingen in het leven.
- Voelen zich vaak depressief en angstig.
- Grote problemen op sociaal gebied.
Reactieve hechtingsstoornis
- Ontstaat bij baby’s en zeer jonge kinderen, komt door geen of minimale
hechting tussen het kind en de belangrijkste volwassenen die het kind
verzorgen.
- Het kind is afstandelijk, toont weinig blijdschap
- Komt vooral voor bij kinderen in pleegzorg of tehuizen.
Ontremd-sociaalcontactstoornis
- Kinderen met deze stoornis gaan met vreemden op dezelfde manier om als
met hun ouders of andere volwassen verzorgers.
- Komt ook vooral voor bij kinderen in de pleegzorg of in tehuizen
- Weinig tot geen verlegenheid, zeer spraakzaam of fysiek met onbekenden,
niet controleren of ouders nog in de buurt zijn, geen/weinig aarzeling om met
onbekenden mee te gaan.