Marketing: Hoofdstuk 3
TEM (afzet):
Initiële vraag + Additionele vraag + Vervangingsvraag of I + A + R
Huidige marktaandeel (bedrijven):
(% numerieke distributie x selectie-indicator x % omzet- of afzetaandeel) / 100%
Toekomstige marktaandeel (consumenten):
(% penetratiegraad x % herhalingsaankopen x verbruiksindex) / 100%
Cumulatieve penetratie (CP): Het percentage van de potentiële afnemers dat een aankoop één
keer of meer doet.
Herhalingsaankopen: Het percentage van het CP dat het nieuwe product blijft kopen, dus twee
keer of meer.
Afzet mijn merk / afzet alle merken.
Verbruiksintensiteit: Verhouding tussen het gemiddeld gebruik van het nieuwe product van de
desbetreffende kopers en het gemiddeld verbruik van alle kopers van de productsoort.
Numerieke distributie:
Aantal winkels waar je product/merk verkocht wordt x 100%
Selectie-indicator:
Gemiddelde omzet van de winkels die je product verkopen.
Fairshare:
(% marktaandeel merk X / % overall marktaandeel) x 100%
Markov-model / Merkenwisselmatrix:
De diagonale cellen (380 A, 357 B, 88 C) geven de aantallen kopers aan die trouw bleven aan hun
in de voorafgaande periode gekochte merk.
Vanuit de percentages in de matrix zijn de marktaandelen voor de merken A, B en C in
periode 2 ook als volgt te berekenen: A B C
Marktaandeel A: 0,65 x 0,38 + 0,20 x 0,51 + 0,10 x 0,11
Marktaandeel B: 0,30 x 0,38 + 0,70 x 0,51 + 0,10 x 0,11
Marktaandeel C: 0,05 x 0,38 + 0,10 x 0,51 + 0,80 x 0,11
Marketing: Hoofdstuk 4
Inkomenselasticiteit (Ey):
% verandering van de vraag (afzet) / % verandering van het inkomen
, Formuleblad Marktanalyse
Algemene economie: Hoofdstuk 32 (Mankiw)
Bruto Binnenlands Product:
Y = C + I + G + NX (export – import)
Algemene economie: Hoofdstuk 1
Arbeidsproductiviteit:
Aantal werknemers x productie per werknemer
Bruto Binnenlands Product: Productie in een heel land is gelijk aan:
Het totaal aantal werknemers x de arbeidsproductie.
Verband tussen productie, werknemers en arbeidsproductiviteit kan als vergelijking
worden weergegeven:
BBP = Av x ap
Waarin:
BBP = Bruto binnenlands product
Av = Vraag naar arbeidskrachten, aantal werknemers of de totale werkgelegenheid
ap = Arbeidsproductiviteit, productie per eenheid arbeid per tijdseenheid.
De veranderingen staan als volgt met elkaar in verband:
gBBP = gAv + gap
Waarin:
g = Relatieve groei van de variabele (de groei in procenten).
Het verband tussen loonsom, loon per werknemer en het aantal werknemers ie in een
vergelijking te weergeven:
L = Lwn x Av
Waarin:
L = Totale loonsom
Lwn = Loonsom per werknemer
Av = Hoeveelheid werknemers
De relatie tussen de veranderingen is dan als volgt weer te geven:
gL = gLwn + gAv
Loonkosten per eenheid:
Lkp.e.p. = Lwn / ap
Waarin:
Lkp.e.p = Loonkosten per eenheid product
Lwn = Loon per werknemer
ap = Arbeidsproductiviteit
De relatie tussen de veranderingen is dan als volgt weer te geven:
gLkp.e.p = gLwn / gap