Geschiedenis
Tijdvak 7
Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)
Par 7.1 nieuwe ideeën over samenleven
Waarom heet deze tijd de tijd van pruiken en revoluties:
Veel mensen gingen pruiken dragen en beroemde gebeurtenissen zoals de Franse revolutie en de
Amerikaanse revolutie.
Redeneren over de samenleving
Verlicht denken en rationeel optimisme
Kenmerkend: Door het gebruik van de ratio zou een betere maatschappij kunnen worden
ontwikkeld. (optimistisch)
Verlichten denkers keken kritisch naar:
● standensamenleving met macht van de 1 e en 2e stand ( stand 1: geestelijkheid stand 2: adel
stand 3: alle andere mensen) Deze samenleving met 3 standen is super oneerlijk: Privileges
of voorrechten de 1e en 2e stand hebben privileges. (verlichten denkers vinden dit niet goed)
( mensen zijn dus niet gelijk)
● absolutisme ( geloof was vaak een excuus waarom iets zo is)
rationeel optimisme: de overtuiging dat zo een betere en eerlijker samenleving kon worden
ontwikkeld.
Verlichting: verstand gebruiken goed nadenken proberen de wereld om je heen te begrijpen.
Natuurlijke rechten:
Verlichten filosofen gingen er vanuit dat er bepaalde natuurlijke rechten bestaan die voor alle
mensen gelden. Bijv. recht van meningsuiting
Verlichten filosofen
Montesquieu: Trias politica
Voltaire: alleen mensen met een goede opleiding kunnen deel uitmaken van het bestuur.
John Locke: sociaal contract afsluiten ( denkbeeldig contract) zij moeten daarin kiezen uit hun
midden, afzetten indien nodig.
Rousseau: sociaal contract maar het volk moet altijd de hoogste macht behouden.
, Leren denken
Verlichten denkers: onderwijs moet mensen helpen na te denken.
● Encyclopedie ( verzameling van kennis)
● Edelen vonden een Encyclopedie vaak niet zo leuk want ze voelde zich soms aangevallen.
Omdat er in de Encyclopedie kritiek stonden over de voorrechten van 1 e en 2e stand.
Verlichten vorsten
Frederik de grote -> Pruise koning -> Verlichte absolute vorst (alle macht, volk had niks te zeggen)
Maar hij stond wel open voor verlichte ideeën hij zetten zich in voor het welzijn van zijn volk ( beter
onderwijs, genoeg voedsel, eerlijke rechtszaken)
● Wees het Droit divin af ( De koning vind dat hij gekozen is door god)
● Had een sociaal contract met het volk en moest verantwoording aan het volk afleggen.
( contract was bindend: volk kon hem niet afzetten)
Catharina II de grote
Verlichte absoluut vorstin van Rusland.
Liet een grondwet opstellen ( betere regels voor de russen)
Edelen klaagden over gelijkheid
Catharina had die edelen nodig voor bestuur: dus de grondwet verdween
Tijdvak 7
Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)
Par 7.1 nieuwe ideeën over samenleven
Waarom heet deze tijd de tijd van pruiken en revoluties:
Veel mensen gingen pruiken dragen en beroemde gebeurtenissen zoals de Franse revolutie en de
Amerikaanse revolutie.
Redeneren over de samenleving
Verlicht denken en rationeel optimisme
Kenmerkend: Door het gebruik van de ratio zou een betere maatschappij kunnen worden
ontwikkeld. (optimistisch)
Verlichten denkers keken kritisch naar:
● standensamenleving met macht van de 1 e en 2e stand ( stand 1: geestelijkheid stand 2: adel
stand 3: alle andere mensen) Deze samenleving met 3 standen is super oneerlijk: Privileges
of voorrechten de 1e en 2e stand hebben privileges. (verlichten denkers vinden dit niet goed)
( mensen zijn dus niet gelijk)
● absolutisme ( geloof was vaak een excuus waarom iets zo is)
rationeel optimisme: de overtuiging dat zo een betere en eerlijker samenleving kon worden
ontwikkeld.
Verlichting: verstand gebruiken goed nadenken proberen de wereld om je heen te begrijpen.
Natuurlijke rechten:
Verlichten filosofen gingen er vanuit dat er bepaalde natuurlijke rechten bestaan die voor alle
mensen gelden. Bijv. recht van meningsuiting
Verlichten filosofen
Montesquieu: Trias politica
Voltaire: alleen mensen met een goede opleiding kunnen deel uitmaken van het bestuur.
John Locke: sociaal contract afsluiten ( denkbeeldig contract) zij moeten daarin kiezen uit hun
midden, afzetten indien nodig.
Rousseau: sociaal contract maar het volk moet altijd de hoogste macht behouden.
, Leren denken
Verlichten denkers: onderwijs moet mensen helpen na te denken.
● Encyclopedie ( verzameling van kennis)
● Edelen vonden een Encyclopedie vaak niet zo leuk want ze voelde zich soms aangevallen.
Omdat er in de Encyclopedie kritiek stonden over de voorrechten van 1 e en 2e stand.
Verlichten vorsten
Frederik de grote -> Pruise koning -> Verlichte absolute vorst (alle macht, volk had niks te zeggen)
Maar hij stond wel open voor verlichte ideeën hij zetten zich in voor het welzijn van zijn volk ( beter
onderwijs, genoeg voedsel, eerlijke rechtszaken)
● Wees het Droit divin af ( De koning vind dat hij gekozen is door god)
● Had een sociaal contract met het volk en moest verantwoording aan het volk afleggen.
( contract was bindend: volk kon hem niet afzetten)
Catharina II de grote
Verlichte absoluut vorstin van Rusland.
Liet een grondwet opstellen ( betere regels voor de russen)
Edelen klaagden over gelijkheid
Catharina had die edelen nodig voor bestuur: dus de grondwet verdween