Verbintenissenrecht c.s.
Bijzondere overeenkomsten
Hoofdstuk 1. Algemene inleiding
Een overeenkomst is een bijzondere overeenkomst indien zij een wettelijke
uitwerking in Boek 7 BW heeft verkregen. Partijen zijn vrij om de inhoud en
de rechtsgevolgen van hun overeenkomst naar eigen goeddunken te
bepalen. Het BW heeft een open contractensysteem. De grenzen vloeien
voort uit dwingende bepalingen uit boek 3 en boek 6. Dat voor een aantal
overeenkomsten bijzondere voorschriften zijn opgenomen heeft twee
redenen: een particulier belang en een algemeen belang. Het algemeen
belang eist dat in bepaalde opzichten de onderhandelings- en
contractsvrijheid van partijen wordt begrensd.
De bepalingen uit boek 7 zijn niet van dwingend recht, maar van regelend
recht. De partij die bescherming behoeft is de natuurlijke persoon, die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hier zijn wel een
aantal uitzonderingen op zoals art. 7:25 BW en 7:423 BW.
Ook de bepalingen van boek 3 en 6 betreffende verbintenissen zijn op de
overeenkomsten uit boek 7 van toepassing.
Een overeenkomst kan beantwoorden aan de wettelijke omschrijvingen
van verscheidene bijzondere overeenkomsten. Dat wordt wel een
gemengde overeenkomst genoemd (6:125 BW). De regels die voor beide
overeenkomsten afzonderlijk gelden zijn van toepassing. Dat heet ook wel
de cumulatietheorie. In art. 6:125 BW staat ook de uitzondering:
‘behoudens voor zover deze bepalingen niet verenigbaar zijn of de
strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich
tegen toepassing verzet’.
Hoofdstuk 2. Koopovereenkomst
Ook de boeken 3, 5 en 6 zijn voor de koopovereenkomst van belang. Dit is
van belang omdat dan de regels van onder andere aanbod en
aanvaarding, eigendom, niet-nakoming en opschorting/ontbinding van
toepassing zijn.
Voor internationale handelskoop is ook het Weens Koopverdrag van
belang. Het verdrag regelt de totstandkoming van de koopovereenkomst
en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten van koper en verkoper.
Partijen kunnen dit verdrag bij overeenkomst uitsluiten.
Alle regels uit titel 7.1 zijn van aanvullend recht. Zij gelden in
beginsel alleen indien contractspartijen zelf niet iets anders
overeenkwamen. De uitzondering hierop is de consumentenkoop. In art.
1
, 7:6 BW zijn hiervoor een groot aantal artikelen van dwingend recht
verklaard.
Art. 7:1 BW : ‘een koopovereenkomst is een overeenkomst waarbij de een
zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld
te betalen.’ Een overeenkomst waarbij partijen artikelen ruilen wordt niet
als een koopovereenkomst gekwalificeerd, er wordt immers geen geldsom
betaald.
De regeling over de koop is van toepassing op alle soorten
koopovereenkomsten. Aan een aantal bijzondere soorten
koopovereenkomsten zijn vervolgens nog bijzondere regels gewijd. Dat zijn
de consumentenkoop, de koop van een onroerende zaak, de
consumentenkoop op afstand, de koop op afbetaling en de huurkoop. Ook
worden aan de koop van vermogensrechten bijzondere regels gewijd.
Koop: totstandkoming
Evenals elke andere overeenkomst komt het koopcontract door aanbod en
aanvaarding tot stand (6:127 BW). Soms wordt er lang onderhandeld over
verschillende deelaspecten van de overeenkomst. Voor de totstandkoming
van het koopcontract gaat het er dan om dat partijen het eens zijn over de
essentialia, zoals prijs en hoeveelheid. Vinden partijen de prijs niet
essentieel en hebben zij hier niet over gesproken, dan is de koper
krachtens art. 7:4 BW een redelijke prijs verschuldigd. Dit artikel is niet
van toepassing indien partijen wel onderhandelden over de prijs, maar niet
tot overeenstemming zijn gekomen.
Slechts wanneer duidelijk is dat de aanbieder door de aanvaarding
zonder enig voorbehoud definitief gebonden wenst te raken, kan van een
aanbod tot koop worden gesproken. Uit arrest Hofland/Hennis blijkt dat
een advertentie in de krant waarin een huis tegen een bepaalde prijs
wordt aangeboden, nog geen definitief aanbod is, omdat voor de verkoper
onder meer de persoon van de koper nog van belang is. Het is hooguit een
uitnodiging om in onderhandeling te treden. Wanneer een koper verklaart
het huis voor die prijs te willen kopen, is er dus nog geen sprake van een
contract, maar moet de verkoper nog aangeven akkoord te gaan.
De aanvaarding van een aanbod sorteert in principe pas effect op
het moment dat zij de geadresseerde heeft bereikt (ontvangsttheorie ex.
art. 3:37 lid 3 BW (zie uitzondering in art. 6:224 BW)).
Art. 7:7 BW bevat een bijzondere regel over het aanbod tot koop.
Degene aan wie een zaak (ongevraagd) is toegezonden en die
redelijkerwijs mocht aannemen dat deze toezending is geschied om hem
tegen betaling tot een koop te bewegen, is bevoegd de zaak zonder
betaling te behouden. Dit is een aanbod tot koop. De ontvanger heeft het
recht om de zaak te houden en niet te betalen. Het tot stand komen van
2
Bijzondere overeenkomsten
Hoofdstuk 1. Algemene inleiding
Een overeenkomst is een bijzondere overeenkomst indien zij een wettelijke
uitwerking in Boek 7 BW heeft verkregen. Partijen zijn vrij om de inhoud en
de rechtsgevolgen van hun overeenkomst naar eigen goeddunken te
bepalen. Het BW heeft een open contractensysteem. De grenzen vloeien
voort uit dwingende bepalingen uit boek 3 en boek 6. Dat voor een aantal
overeenkomsten bijzondere voorschriften zijn opgenomen heeft twee
redenen: een particulier belang en een algemeen belang. Het algemeen
belang eist dat in bepaalde opzichten de onderhandelings- en
contractsvrijheid van partijen wordt begrensd.
De bepalingen uit boek 7 zijn niet van dwingend recht, maar van regelend
recht. De partij die bescherming behoeft is de natuurlijke persoon, die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hier zijn wel een
aantal uitzonderingen op zoals art. 7:25 BW en 7:423 BW.
Ook de bepalingen van boek 3 en 6 betreffende verbintenissen zijn op de
overeenkomsten uit boek 7 van toepassing.
Een overeenkomst kan beantwoorden aan de wettelijke omschrijvingen
van verscheidene bijzondere overeenkomsten. Dat wordt wel een
gemengde overeenkomst genoemd (6:125 BW). De regels die voor beide
overeenkomsten afzonderlijk gelden zijn van toepassing. Dat heet ook wel
de cumulatietheorie. In art. 6:125 BW staat ook de uitzondering:
‘behoudens voor zover deze bepalingen niet verenigbaar zijn of de
strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich
tegen toepassing verzet’.
Hoofdstuk 2. Koopovereenkomst
Ook de boeken 3, 5 en 6 zijn voor de koopovereenkomst van belang. Dit is
van belang omdat dan de regels van onder andere aanbod en
aanvaarding, eigendom, niet-nakoming en opschorting/ontbinding van
toepassing zijn.
Voor internationale handelskoop is ook het Weens Koopverdrag van
belang. Het verdrag regelt de totstandkoming van de koopovereenkomst
en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten van koper en verkoper.
Partijen kunnen dit verdrag bij overeenkomst uitsluiten.
Alle regels uit titel 7.1 zijn van aanvullend recht. Zij gelden in
beginsel alleen indien contractspartijen zelf niet iets anders
overeenkwamen. De uitzondering hierop is de consumentenkoop. In art.
1
, 7:6 BW zijn hiervoor een groot aantal artikelen van dwingend recht
verklaard.
Art. 7:1 BW : ‘een koopovereenkomst is een overeenkomst waarbij de een
zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld
te betalen.’ Een overeenkomst waarbij partijen artikelen ruilen wordt niet
als een koopovereenkomst gekwalificeerd, er wordt immers geen geldsom
betaald.
De regeling over de koop is van toepassing op alle soorten
koopovereenkomsten. Aan een aantal bijzondere soorten
koopovereenkomsten zijn vervolgens nog bijzondere regels gewijd. Dat zijn
de consumentenkoop, de koop van een onroerende zaak, de
consumentenkoop op afstand, de koop op afbetaling en de huurkoop. Ook
worden aan de koop van vermogensrechten bijzondere regels gewijd.
Koop: totstandkoming
Evenals elke andere overeenkomst komt het koopcontract door aanbod en
aanvaarding tot stand (6:127 BW). Soms wordt er lang onderhandeld over
verschillende deelaspecten van de overeenkomst. Voor de totstandkoming
van het koopcontract gaat het er dan om dat partijen het eens zijn over de
essentialia, zoals prijs en hoeveelheid. Vinden partijen de prijs niet
essentieel en hebben zij hier niet over gesproken, dan is de koper
krachtens art. 7:4 BW een redelijke prijs verschuldigd. Dit artikel is niet
van toepassing indien partijen wel onderhandelden over de prijs, maar niet
tot overeenstemming zijn gekomen.
Slechts wanneer duidelijk is dat de aanbieder door de aanvaarding
zonder enig voorbehoud definitief gebonden wenst te raken, kan van een
aanbod tot koop worden gesproken. Uit arrest Hofland/Hennis blijkt dat
een advertentie in de krant waarin een huis tegen een bepaalde prijs
wordt aangeboden, nog geen definitief aanbod is, omdat voor de verkoper
onder meer de persoon van de koper nog van belang is. Het is hooguit een
uitnodiging om in onderhandeling te treden. Wanneer een koper verklaart
het huis voor die prijs te willen kopen, is er dus nog geen sprake van een
contract, maar moet de verkoper nog aangeven akkoord te gaan.
De aanvaarding van een aanbod sorteert in principe pas effect op
het moment dat zij de geadresseerde heeft bereikt (ontvangsttheorie ex.
art. 3:37 lid 3 BW (zie uitzondering in art. 6:224 BW)).
Art. 7:7 BW bevat een bijzondere regel over het aanbod tot koop.
Degene aan wie een zaak (ongevraagd) is toegezonden en die
redelijkerwijs mocht aannemen dat deze toezending is geschied om hem
tegen betaling tot een koop te bewegen, is bevoegd de zaak zonder
betaling te behouden. Dit is een aanbod tot koop. De ontvanger heeft het
recht om de zaak te houden en niet te betalen. Het tot stand komen van
2