log (g a ¿ ¿ g❑)=a ¿.
Dus: log ¿ ¿)=2
Je rekenmachine kent alleen grondtal 10. Stel je wilt andere grondtallen invoeren, dan kan je
g
log (a)
ofwel log BASE gebruiken ofwel de volgende regel: log ( a )=
❑ log ( g)
De volgende regel komt sporadisch voor, maar is zeer handig om te weten:
=x .
g
log(x)
g ❑
Stappenplan ongelijkheden:
Bij de vraag: ‘los op f ( x ) >0’, doe je het volgende:
1-Bereken de asymptoot door hetgeen binnen de haakjes gelijk te stellen aan 0. Met de
schets kan je het domein nu ook afleiden. (DOMEIN IS MET ‘OPEN HAKEN’, WANT ZE DOEN
NIET MEE)
2-Schets de grafiek met bijbehorende asymptoot (DIT IS VERPLICHT)
3-Los eerst de gelijkheid op. Je doet dus ' f ( x )=0’. Zet de lijn y=0 ook in je schets.
4-Lees het antwoord af van je schets. (LET OP DE ASYMPTOOT)
Bij de vraag: ‘welke waarden neemt…’ doe je het volgende:
1-Je maakt wederom een schets.
2-Je vult nu de x-coördinaat in en hebt nu een bepaald punt: (x, y).
3-Zet dit punt in je schets en lees de oplossing af.
Los algebraïsch op f ( x ) >0 Welke waarden neemt f ( x ) aan
voor x >8
-Antwoord met x-coördinaat: -Antwoord met y-coördinaat:
¿ x <¿ f ( x ) >0
-WEL te maken met asymptoot, - NIET te maken met de
want de asymptoot is een x- asymptoot. De asymptoot is
waarde namelijk een x-waarde
Voor het vrijmaken van variabelen is de volgende regel nodig:
Uit a x =c volgt: x=❑a log( c)
Dus:
3 =80 , hieruit volgt x +1=❑log (80) x=❑log (80)−1
x+1 3 3