ANGSTSTOORNISSEN
1. PTSD
Herbeleving traumatisch event
Situaties of gedachten gerelateerd aan trauma uit de weg gaan
Negatieve veranderingen in gedachten en humeur gerelateerd aan trauma
Chronische opwinding / hyper waakzaamheid
7%, V>M, kinderen andere manier van ervaren
Soorten trauma’s: natuurlijke en door mens opgewekte
Afhankelijk van hoe lang, hoe heftig en hoe nabij het trauma was
Angstigheid, eerder trauma en ‘coping style’ beïnvloedt kans
Genetische factoren
Hyperactieve vecht-of-vlucht methode
Minder volume van hippocampus
Lagere cortisol levels
Klassieke en operante conditionering.
o Systematische ‘desensitization’
o Stress-inoculatie therapie
o SSRI’s en benzodiazepines
2. Acute stress disorder
Zelfde symptomen als PTSD
Binnen 1 maand na trauma ontstaan, verdwijnen binnen 4 weken
3. Adaption disorder (aanpassing)
Niet voldoen aan PTSD criteria
Emotionele en gedragsmatige symptomen binnen 3 maanden na stressor
4. Specifieke fobieën
Onredelijke angsten voor specifieke objecten of situaties
5 soorten: dieren, natuurlijk milieu, situationeel, bloed-injectie-letsel en overig.
13%, meestal ontwikkelen tijdens jeugd
Freud: onbewuste angst geprojecteerd op specifiek object.
Mowrer Twee factoren theorie = operante en klassieke conditionering.
Genetische factoren
o Gedragstherapie met systematische desensitizatie, modeling (nadoen) en flooding
(exposure?)
o Spanningstechniek (voor bloed-letsel)
o Cognitieve gedragstherapie
5. Agoraphobie
Angst voor plaatsen waar je lastig wegkomt/hulp krijgt
Angst om voorschut te staan
V>M, begin: early 20s
First degree relatives 3-4 keer meer kans om het ook te krijgen
o Zelfde als bij 4
o Exposure treatment
, 6. Sociale angst stoornis
Angst om: afgewezen, beoordeeld, of voor schut te worden gezet in openbaar
Zorgen maken om sociale evenementen
Vermijden van sociale situaties
6+ maanden
3 groepen:
1. Angst om te spreken in het openbaar
2. Angst voor verschillende sociale situaties
3. Gegeneraliseerde sociale angst
12% america, 3-7% internationaal, V>M, begint in jeugd of adolescentie
Genetische factoren
Hoge standaarden voor jezelf
Focus op negatieve aspecten uit sociale interactie
Kritisch op zichzelf
o Cognitieve gedragstherapie
o Op mindfulness gebaseerde interventies.
7. Paniekstoornis
Paniekaanvallen komen voor zonder trigger
Angst dat de paniekaanvallen gedrag zullen veranderen
Somatische en cognitieve symptomen
3-5%, paniekaanvallen 28%, V>M, late adolescentie/begin 30
43-48% erfelijk
Slechte regulatie: vecht-of-vlucht reactie & locus coeruleus
Misinterpretatie en overdrijven van somatische symptomen
o Trycyclic antidepressants
o Benzodiazepines
o Cognitieve gedragstherapie
o Psychoeducatie
8. Gegeneraliseerde angststoornis
Constante angst in bijna alle situaties
Extreem zorgen maken
Fysieke symptomen
14%, 90% nog andere angststoornis, V>M
Vaker en sterker negatieve emoties voelen
Focus op gevaar
Chronische activiteit van sympatische zenuwstelsel
Defect GABA neurotransmitter systeem
o Cognitieve gedragstherapie
o Benzodiazepines
o Tricyclic antidepressants, SSRI, SNRI
9. Seperation anxiety disorder
Angst bij scheiden van zorggevers.
Verlegen, gevoelig en veeleisend bij volwassenen