Casussen blok 1.5 Verteer & verweer
,Inhoudsopgave
Casus 1 Uit je neus?! ............................................................................................................................. 2
Casus 2 Brandend maagzuur............................................................................................................ 10
Casus 3 Pijnlijke obstructie .............................................................................................................. 19
Casus 4 Chronische pancreatitis en hormonale regulatie .................................................... 29
Casus 5 Voedingsadvies ...................................................................................................................... 35
Casus 6 Metabolisme .......................................................................................................................... 44
Casus 7 Acute ontsteking .................................................................................................................. 60
Casus 11 Probiotica voor een gezonde dikke darm? ............................................................... 68
Casus 12 Nasleep van een vakantieliefde ................................................................................... 75
Casus 13 Cruise met een luchtje ..................................................................................................... 82
1
,Casus 1 Uit je neus?!
Algemeen
Speekselklieren à uitscheiden van sereus en muceus vocht dat amylase bevat om zetmeel af te breken.
Mondholte, tanden en tong à mechanisch verkleinen en bevochtigen van voedsel, mengen met speeksel.
Oesofagus à peristaltische voortgeleiding van voedsel van de mondholte naar de maag.
Mond, keel en neus
2
, Oesofagus:
De oesofagus is een intrathoracaal gelegen, fibromusculaire, buisvormige structuur die begint bij de onderste
rand v.h. cricoïd in de farynx (t.h.v. C6) en doorloopt tot de ingang van de maag (t.h.v. Th11).
De oesofagus is 20-25 cm lang en bevindt zich achter de trachea en het hart, maar ventraal van de grote vaten.
De oesofagus heeft een binnenste circulaire spierlaag en een buitenste longitudinale spierlaag.
Longitudinale spierlaag à bestaat uit verschillende typen spiervezels:
• Bovenste 1/3 deel: dwarsgestreepte en gladde spiercellen
• Onderste 2/3 deel: gladde spiercellen
De oesofagus bevat twee sfincters:
1. Bovenste oesofageale sfincter (UES): wordt gevormd door een deel van de m. cricopharyngeus.
Tijdens het slikken relaxeert de UES, waardoor voedsel in de oesofagus kan komen. De UES staat
grotendeels onder controle van een aantal hersenzenuwen via het slikcentrum in de medulla.
2. Onderste oesofageale sfincter (LES): wordt gevormd door het diafragma en een verdikking van de
circulaire spierlaag. Relaxatie wordt aangestuurd door de n. vagus.
Zorgt voor het toelaten van een gecoördineerde (peristaltische) beweging van voedsel naar de maag
na het slikken en het voorkomen van reflux terug de oesofagus in.
Histologie:
Het lumen v.d. oesofagus is in tegenstelling tot de rest v.h. gastro-intestinale stelsel bekleed met meerlagig niet-
voorhoornend plaveiselepitheel.
Vanaf het begin van de maag gaat het plaveiselepitheel over in het
cilindrisch epitheel van de maag à deze overgang wordt de Z-lijn
genoemd.
De lamina serosa ontbreekt in de oesofagus.
Fysiologie:
Het enterische zenuwstelsel is een deel v.h. autonome zenuwstelsel
dat o.a. de oesofagus aanstuurt.
Dit zenuwstelsel bevindt zich in de wand van de tractus digestivus
en bestaat uit twee plexi:
• De myenterische plexus à bevat parasympatische vezels
• De submucosale plexus
Het enterische zenuwstelsel zorgt voor het verplaatsen van voedsel
richting de maag door het aanzetten tot peristaltische bewegingen.
3