2022
Coaching vaardigheden
KYRA BOSMA, 18091563, SW4E, JAAR 4, JIKKE DOKKUM, DE
HAAGSE HOGESCHOOL, SOCIAL WORK
KYRA-
,Colofon
Gegevens student:
Naam: Kyra Bosma
Klas: SW3E-2
Studentnummer: 1809163
E-mail:
Gegevens docent:
Naam: Jikke Dokkum
E-mail:
Lokaal: Ovaal 2.07
Afdeling: Fac. Sociaal werk & Educatie : Social work
1
Kyra Bosma, 18091563, De haagse Hogeschool, coaching
, Inhoud
Colofon...................................................................................................................................................1
Inleiding..................................................................................................................................................3
Context...............................................................................................................................................3
STARRT...............................................................................................................................................4
Hoofdstuk 1: Hanteert fasering en brengt sociaal/professioneel functioneren van de coachee in kaart
................................................................................................................................................................5
1.1 maakt gebruik van de basisgespreksvaardigheden (luisteren, samenvatten, doorvragen, positief
her-etiketteren parafraseren, gevoelsreflecties)................................................................................5
1.2 Herkent en benoemt de ontwikkelambivalentie en - discrepantie en onderdrukt de
verbeterreflex (Kernprincipe Motiverende GespreksVoering )...........................................................5
1.3 Maakt gebruik van de Processen (Engageren, Focussen, Ontlokken, Plannen) uit de MGV.........6
1.4 Laat zien dat hij de Kernelementen Spirit uit de MGV inzet(Partnerschap, Acceptatie,
Compassie, Ontlokken).......................................................................................................................6
1.5 Maakt de coachee duidelijk in welke fase (coachingsmodel van Beek) dit gesprek plaatsvindt en
benoemd hoe het coachtraject vervolgd zal worden.........................................................................7
Hoofdstuk 2: Richt zich op competentieontwikkeling van de coachee...................................................7
2.1 Legt verband tussen het bestaande gedrag van de coachee en het resultaat daarvan in de
werksituatie........................................................................................................................................7
2.2 Legt verband tussen het gewenste gedrag van de coachee en het resultaat daarvan in de
werksituatie........................................................................................................................................8
2.3 Onderzoekt hoe de persoonlijke kwaliteiten en ( eventuele) belemmeringen invloed hebben op
het doel dat de coachee wil bereiken.................................................................................................8
Hoofdstuk 3: Stelt vragen en vraagt door tot de kern voor de coachee helder wordt en baseert dat op
de drie pijlers..........................................................................................................................................9
3.1 stelt vragen die de coachee aanzetten tot nadenken over het eigen handelen in relatie tot de
ontwikkeldoelen en baseert dat op de drie pijlers voor coaching......................................................9
3.2 stelt onderzoekende vragen t.a.v. motieven en drijfveren (onder de waterlijn)........................10
3.3. stelt vragen die zicht geven op het effect van het handelen van de coachee............................10
3.4 benoemt gedragspatronen en het effect op de coaching vraag.................................................11
3.5 stelt vragen die leiden tot het concretiseren en expliciteren van het doel van de coachee.......11
Hoofdstuk 4: Specifieke vaardigheden v.w.b. individuele coaching van een professional...................13
4.1 onderzoekt welke stappen en voorwaarden nodig zijn voor de coachee om het geformuleerde
doel te bereiken................................................................................................................................13
4.2 maakt gebruik van passende interventie ( gekozen interventie 1).............................................13
4.3 maakt gebruik van passende interventie (gekozen interventie 2)..............................................14
literatuurlijst.........................................................................................................................................15
2
Kyra Bosma, 18091563, De haagse Hogeschool, coaching
Coaching vaardigheden
KYRA BOSMA, 18091563, SW4E, JAAR 4, JIKKE DOKKUM, DE
HAAGSE HOGESCHOOL, SOCIAL WORK
KYRA-
,Colofon
Gegevens student:
Naam: Kyra Bosma
Klas: SW3E-2
Studentnummer: 1809163
E-mail:
Gegevens docent:
Naam: Jikke Dokkum
E-mail:
Lokaal: Ovaal 2.07
Afdeling: Fac. Sociaal werk & Educatie : Social work
1
Kyra Bosma, 18091563, De haagse Hogeschool, coaching
, Inhoud
Colofon...................................................................................................................................................1
Inleiding..................................................................................................................................................3
Context...............................................................................................................................................3
STARRT...............................................................................................................................................4
Hoofdstuk 1: Hanteert fasering en brengt sociaal/professioneel functioneren van de coachee in kaart
................................................................................................................................................................5
1.1 maakt gebruik van de basisgespreksvaardigheden (luisteren, samenvatten, doorvragen, positief
her-etiketteren parafraseren, gevoelsreflecties)................................................................................5
1.2 Herkent en benoemt de ontwikkelambivalentie en - discrepantie en onderdrukt de
verbeterreflex (Kernprincipe Motiverende GespreksVoering )...........................................................5
1.3 Maakt gebruik van de Processen (Engageren, Focussen, Ontlokken, Plannen) uit de MGV.........6
1.4 Laat zien dat hij de Kernelementen Spirit uit de MGV inzet(Partnerschap, Acceptatie,
Compassie, Ontlokken).......................................................................................................................6
1.5 Maakt de coachee duidelijk in welke fase (coachingsmodel van Beek) dit gesprek plaatsvindt en
benoemd hoe het coachtraject vervolgd zal worden.........................................................................7
Hoofdstuk 2: Richt zich op competentieontwikkeling van de coachee...................................................7
2.1 Legt verband tussen het bestaande gedrag van de coachee en het resultaat daarvan in de
werksituatie........................................................................................................................................7
2.2 Legt verband tussen het gewenste gedrag van de coachee en het resultaat daarvan in de
werksituatie........................................................................................................................................8
2.3 Onderzoekt hoe de persoonlijke kwaliteiten en ( eventuele) belemmeringen invloed hebben op
het doel dat de coachee wil bereiken.................................................................................................8
Hoofdstuk 3: Stelt vragen en vraagt door tot de kern voor de coachee helder wordt en baseert dat op
de drie pijlers..........................................................................................................................................9
3.1 stelt vragen die de coachee aanzetten tot nadenken over het eigen handelen in relatie tot de
ontwikkeldoelen en baseert dat op de drie pijlers voor coaching......................................................9
3.2 stelt onderzoekende vragen t.a.v. motieven en drijfveren (onder de waterlijn)........................10
3.3. stelt vragen die zicht geven op het effect van het handelen van de coachee............................10
3.4 benoemt gedragspatronen en het effect op de coaching vraag.................................................11
3.5 stelt vragen die leiden tot het concretiseren en expliciteren van het doel van de coachee.......11
Hoofdstuk 4: Specifieke vaardigheden v.w.b. individuele coaching van een professional...................13
4.1 onderzoekt welke stappen en voorwaarden nodig zijn voor de coachee om het geformuleerde
doel te bereiken................................................................................................................................13
4.2 maakt gebruik van passende interventie ( gekozen interventie 1).............................................13
4.3 maakt gebruik van passende interventie (gekozen interventie 2)..............................................14
literatuurlijst.........................................................................................................................................15
2
Kyra Bosma, 18091563, De haagse Hogeschool, coaching