AFP LW7WG6
Kennisclip 1 Anatomie van de longen
- Gebied tussen longen = mediastinum → hart, bloedvaten, slokdarm, luchtwegen,
trachea & bronchiën.
- Gebied longen dat tegen ribben en tussenribspieren ligt → costale oppervlakte
- Opp. aan binnenkant, aan kant van mediastinum → mediale oppervlakte. Daar zit
ook de longhilus → waar bloedvaten en luchtwegen long in- en uitgaan. Alles is
omhult daar pleura.
- In long verschillende kwabben:
o Rechts: lobus superior, medius & inferior. Gescheiden door fissura
horizontalis & olbiqua.
o Links: superior en inferior. Gescheiden door fissure obliqua.
- Linkerhelft is kleiner, omdat hart daar zit.
- Luchtweg: neus → pharynx → trachea → linker & rechter primaire bronchus →
bronchus laboris → bronchus segmentalis → bronchiolen → alveolus klein
luchtzakje waar gasuitwisseling plaatsvindt (alveoli (heel veel van)).
- Langs de alveoli lopen arteriën en venen voor O2 uitwisseling.
- Alveoliwand bestaat maar uit 1 cellaag → O2 & CO2 hierdoor effectief uitwisselen.
- Longen zijn omgeven door soort vlies → pleura (denk aan ballon en vuist). 2 lagen:
o Die vastzit aan long = pleura visceralis
o Die vastzit aan wand thorax = pleura parietalis.
o Klein laagje sereuze vloeistof tussen lagen → makkelijker over elkaar heen
bewegen & zorgt voor oppervlaktespanning inklappen → klaplong.
Kennisclip Gaswisseling
- O2 opnemen, Co2 uit.
- Luchtsamenstelling: 1 atmosfeer = 760 mmHG.
- Uitwisseling gaat altijd door, onafhankelijk van ademhaling, altijd lucht in longen
(nooit leeg), ademhaling ververst lucht alleen maar.
- 2 soorten gaswisseling:
o Externe respiratie → in longen
▪ Vindt plaats in alveoli
▪ Dunne wand = (semipermeabele) alveolaire membraan → alveolus en
capillair met elkaar versmolten. Hierdoor alveolaire lucht en bloed
heel dicht bij elkaar.
▪ Gaswisseling d.m.v. diffusie.
▪ PO2 in alveoli = 100 mmHg, PO2 in bloed = 40 mmHg, dus O2 naar
bloed.
▪ PCO2 in alveoli = 40 mmHg, PCO2 in bloed = 46 mmHg, dus CO2 naar
alveoli.
▪ Na uitwisseling in bloed PO2 = 100 mmHg, PCO2 = 40 mmHg.
o Interne respiratie → in lichaam
▪ O2 vervoert via hemoglobine (rode bloedcellen). O2 bindt met
hemoglobine → oxyhemoglobine. Zwakke verbinding. Bij gebied met
weinig O2; lage zuurgraad of verhoogde temp. laat O2 weer los.
▪ PO2 in bloed = 100 mmHg, PCO2 = 40 mmHg. In cellen PO2 = 40
mmHg en PCO2 = 46 mmHg, dus O2 naar cellen en CO2 naar bloed.
Kennisclip 1 Anatomie van de longen
- Gebied tussen longen = mediastinum → hart, bloedvaten, slokdarm, luchtwegen,
trachea & bronchiën.
- Gebied longen dat tegen ribben en tussenribspieren ligt → costale oppervlakte
- Opp. aan binnenkant, aan kant van mediastinum → mediale oppervlakte. Daar zit
ook de longhilus → waar bloedvaten en luchtwegen long in- en uitgaan. Alles is
omhult daar pleura.
- In long verschillende kwabben:
o Rechts: lobus superior, medius & inferior. Gescheiden door fissura
horizontalis & olbiqua.
o Links: superior en inferior. Gescheiden door fissure obliqua.
- Linkerhelft is kleiner, omdat hart daar zit.
- Luchtweg: neus → pharynx → trachea → linker & rechter primaire bronchus →
bronchus laboris → bronchus segmentalis → bronchiolen → alveolus klein
luchtzakje waar gasuitwisseling plaatsvindt (alveoli (heel veel van)).
- Langs de alveoli lopen arteriën en venen voor O2 uitwisseling.
- Alveoliwand bestaat maar uit 1 cellaag → O2 & CO2 hierdoor effectief uitwisselen.
- Longen zijn omgeven door soort vlies → pleura (denk aan ballon en vuist). 2 lagen:
o Die vastzit aan long = pleura visceralis
o Die vastzit aan wand thorax = pleura parietalis.
o Klein laagje sereuze vloeistof tussen lagen → makkelijker over elkaar heen
bewegen & zorgt voor oppervlaktespanning inklappen → klaplong.
Kennisclip Gaswisseling
- O2 opnemen, Co2 uit.
- Luchtsamenstelling: 1 atmosfeer = 760 mmHG.
- Uitwisseling gaat altijd door, onafhankelijk van ademhaling, altijd lucht in longen
(nooit leeg), ademhaling ververst lucht alleen maar.
- 2 soorten gaswisseling:
o Externe respiratie → in longen
▪ Vindt plaats in alveoli
▪ Dunne wand = (semipermeabele) alveolaire membraan → alveolus en
capillair met elkaar versmolten. Hierdoor alveolaire lucht en bloed
heel dicht bij elkaar.
▪ Gaswisseling d.m.v. diffusie.
▪ PO2 in alveoli = 100 mmHg, PO2 in bloed = 40 mmHg, dus O2 naar
bloed.
▪ PCO2 in alveoli = 40 mmHg, PCO2 in bloed = 46 mmHg, dus CO2 naar
alveoli.
▪ Na uitwisseling in bloed PO2 = 100 mmHg, PCO2 = 40 mmHg.
o Interne respiratie → in lichaam
▪ O2 vervoert via hemoglobine (rode bloedcellen). O2 bindt met
hemoglobine → oxyhemoglobine. Zwakke verbinding. Bij gebied met
weinig O2; lage zuurgraad of verhoogde temp. laat O2 weer los.
▪ PO2 in bloed = 100 mmHg, PCO2 = 40 mmHg. In cellen PO2 = 40
mmHg en PCO2 = 46 mmHg, dus O2 naar cellen en CO2 naar bloed.