verpleegkundigen en verpleegkundig
specialisten
Vak: kwaliteit en innovatie
Hoofdstuk 4.1 en 4.2: Preventie binnen de verpleegkundige
beroepsuitoefening
4.1.1 Positieve gezondheid
Bij het begrip ‘positieve gezondheid’ is de blik gericht op hoe mensen gezond
blijven. De belangrijkste vraag hierbij is wat kan er worden ondernomen om
mensen gezond te houden en hun gezondheid te bevorderen. Het gaat bij
positieve gezondheid om het optimaliseren van een reeds gunstige
gezondheidstoestand. . Een voor verpleegkundige relevant voorbeeld van
positieve gezondheid is het gericht zijn op continuering van goede
voedingsgewoonten.
4.1.2 Primaire, secundaire en tertiaire preventie
Primaire preventie: doel ziekten en aandoeningen voorkomen om zo de
incidentie en prevalentie van aandoeningen omlaag te brengen.
Secundaire preventie
Met secundaire preventie beoogt men het opsporen en vroegtijdig behandelen
van ziekten en aandoeningen.
Gaat om:
- Begunstigen van de prognose van het gezondheidsprobleem;
- Vermindering van de belasting van de behandeling, of;
- Vermindering van de restverschijnselen.
Screening is een belangrijk hulpmiddel bij secundaire preventie.
Tertiaire preventie
Tertiaire preventie heeft tot doel bij een al bestaande ziekte of aandoening de
gezondheidssituatie te optimaliseren, binnen de mogelijkheden en met de
beperkingen die door de ziekte of aandoening zijn ontstaan.
4.1.3 Zorggebonden preventie
Zorggebonden preventie wordt ook wel ingebouwde of causïstische preventie
genoemd en kan worden gedefinieerd als:
‘het in individuele zorgverleningssituaties signaleren, vroegtijdig onderkennen,
screenen, voorlichten en het geven van (psycho)sociale begeleiding
voortkomend uit het contact met de cliënt en zijn omgeving in de thuissituatie’
(Prinsen & Van der Plank 1995)
Deze vorm van preventie is sterk verbonden met tertiaire preventie en in
mindere mate met primaire en secundaire preventie.
4.2 Niveaus van preventie
4.2.1 Individuele en collectieve preventie
Van individuele preventie is sprake als een individuele hulpvrager met een
individueel (hoog) risico gebruikmaakt van de gezondheidszorg om het risico te
voorkomen, te beperken of te behandelen.