Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting inleiding in de sociologie

Beoordeling
3.5
(6)
Verkocht
26
Pagina's
44
Geüpload op
22-10-2015
Geschreven in
2015/2016

Een volledige en uitgebreide samenvatting van alle hoofdstukken (1 t/m 10). Ik heb de samenvatting zo gemaakt dat je zelf geen boek meer in hoeft te kijken. Als er dingen zijn versprongen hoor ik het graag van jullie. Jullie kunnen me altijd mailen op s1086760@student.windesheim.nl dan zoeken we samen naar een oplossing.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding Sociologie
Hoofstuk 1 Inleiding

In de sociologie slaat sociaal op de menselijke betrekkingen. Sociologie is niet de
enige wetenschap die zich richt op het menselijke gedrag en de menselijke
betrekkingen.
Onder andere:
- Economie
o Onderzoek naar de wijze waarop de productie en distributie van
schaarse goederen in de samenleving wordt geregeld.
- Psychologie
o Onderzoek naar gedrag en de gevoelens bij dat gedrag vanuit het
individuele gezichtspunt.
- Politicologie
o Onderzoek naar de manier waarop mensen vormgeven aan de
toekomst van de samenleving.

Sociologie  Onderzoek naar het gedrag van individuen en groepen vanuit het
Xxxxxxxxxxxxx maatschappelijke invloeden.

Functies van sociologie:
- Ideologiekritiek functie:
o Franse Filosoof Auguste Comte (grondlegger sociologie)
o Functie is om ongefundeerde (onbewezen) ‘geloven’ over de
werking van de samenleving door te prikken en te vervangen door
wetenschappelijke inzichten.
o Het blootleggen van bestaande (machts)verhoudingen.
- Beheersfunctie:
o Sociologie is de wetenschap die inzicht geeft in het menselijke
gedrag vanuit de samenlevingsverbanden. En ook bruikbaar om de
samenleving te besturen
o Mensen die betrokken zijn bij beheers kwestie kunnen namelijk
hierop hun beleid baseren.
o Kritiek  sociologie is instrument van machtshebbers
- Ordende functie:
o Sociologen hebben als taak om in een onoverzichtelijke
werkelijkheid een zodanige samenhang aan te brengen dat situaties
overzichtelijker en begrijpelijker worden en bijvoorbeeld in een
maatschappelijke context worden geplaatst.
o Probleem met deze functie is dat de begripsvorming dikwijls direct
betrekking heeft op onze leefsituaties, waar ieder mens ook wel een
beetje verstand van heeft.
Zes criteria voor een sociologisch relevant probleem:
1. Er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffen;
2. Het moet gaan om een persoonlijk letsel van die getroffen;
3. Het moet samenhangen met andere problemen;
4. Het probleem is niet van tijdelijke aard, maar structureel en van lange duur;
5. Het moet bovenpersoonlijke oorzaken hebben;
6. Het moet tegen serieuze waarden ingaan.

Bv. Werkeloosheid, een paar mensen werkeloos persoonlijk probleem, 10%
bevolking

,werkeloos is een sociaal probleem.

Sociologie heeft vermogen om iets aan de samenleving te veranderen. Dit
vermogen heeft veel te maken met macht.
Drie elementen van macht zijn:
1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren:
o Het vermogen kan pas bestaan als mensen in staat zijn om
onderscheid te maken tussen werkelijkheid zoals die of zoals zij die
waarnemen, en de werkelijkheid zoals die zou kunnen zijn worden.
2. Het vermogen om daarvoor middelen aan te wenden:
o De ene mens beschikt over meer middelen dan de andere, dit heeft
te maken met de posities die mensen in de samenleving innemen en
de opbouw van de samenleving zelf. Maatschappelijke structuren en
sociale ongelijkheid zijn dan ook belangrijke trefwoorden hiervoor.
3. Het vermogen om via die middelen invloed uit te oefenen:
o Dit is niet los te zien van het inzetten van middelen, want er zijn in
de samenleving bijna geen doelstellingen te realiseren onafhankelijk
van anderen. Als mensen het hebben over macht, doelen ze veelal
op dit derde element wat hier wordt aangeduid als ‘invloed’.




Figuur 1.3 De delen van sociologie in hun samenhang (p18)

,Hoofdstuk 2 Socialisatie

Hoe kinderen ‘worden’ hangt veel af van wat de volwassenen hem leren. Om het
gedrag van mensen te kunnen verklaren, wordt er daarom gekeken naar wat ze
aangeleerd wordt, maar het besef is er ook dat er aangeboren gedrag is. De
verhouding tussen aangeleerd en aangeboren is een bron van veel onderzoek en
discussie. Ook wel het nature-nurture-debat genoemd.

Wanneer kinderen zijn geboren zijn ze als ware een onbeschreven blad, tabula
rasa.

Socialisatie  Het proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen in
de voor hen relevante xxxxx groepen.
Kenmerken:
- Begint bij, of eigenlijk al voor, de geboorte.
- Socialisators zijn dan meestal de opvoeders, broers, zussen o.i.d.
- Naarmate we ouder worden, krijgen we steeds meer met socialisators en
socialiserende instanties te maken, bijvoorbeeld het onderwijs.
- Aanvankelijk is socialisatie vanzelfsprekend, later leren wij bewuster wat er
van ons wordt verwacht.
- Wij leren behalve feitelijke gegevens ook de opvattingen over hoe iets
hoort.
Welke feiten ons wereldbeeld vormen, hangt dus af van waar wij
opgroeien.


Bij opvattingen over gedrag maken wij onderscheid tussen waarden en normen.
Waarden  De met anderen gedeelde voorstellingen over wat juist en goed
is en daardoor xxxxxxxxxx nastrevenswaardig.
Kenmerken:
- Waarden zijn abstract, bv vredelievendheid, gerechtigheid, veiligheid etc.
- Per groepering bestaan er verschillen in opvatting over welke waarden wel
of niet gelden en welke waarden belangrijker zijn dan andere waarden.
- De verschillende gerichtheid wordt uitgedrukt in:
o Wij-cultuur (groepsgericht)
o Ik-cultuur (persoonsgericht)
- Er is in Nederland meer een ik-cultuur. Er is minder sociale cohesie (sociale
samenhang)
- Wanneer waarden worden omgezet in een visie of een gewenste
ontwikkelingsrichting spreken wij over doelen.
o Doel  Een denkbeeldige toekomstige situatie die wij nastreven.
- Waarden onderscheiden in twee aspecten:
o Hoe wordt erover gepraat (zeg-gedrag)
o Wat wordt er mee gedaan (doe-gedrag)
- Waarden zijn voorwaardelijk
Normen  Concrete gedragsregels die aangeven wat verwacht wordt in een
bepaald situatie, xxxxxxxxxxx wat je moet doen of juist niet moet doen.
Kenmerken:
- Normen kunnen door de tijd heen wijzigen.
- Onderscheiden in:
o Morele normen over goed en kwaad;

, o Juridische normen over legaal of niet legaal, juridisch wel of niet
geoorloofd
o Sociale normen over gepast en ongepast.



Bewust en niet-bewust gedrag
- Wij kunnen ons eigen gedrag maar slecht begrijpen en er zelf nauwelijks
afstand van nemen. Pas wanneer wij in een andere omgeving komen
worden wij ons bewust van onze eigen normen en waarden.
- Vaak zijn wij er niet bewust van dat wij ons allerlei gedragsregels hebben
eigen gemaakt. Pas wanneer wij in een nieuwe situaties komen, merken wij
dat wij allerlei vanzelfsprekendheden in ons gedrag opgenomen. Dit proces
van het aanleren van normen in een nieuwe situatie wordt
internalisering genoemd.
- Vorm van internalisering is hospitalisering  Dit is wanneer je in een
andere omgeving komt met andere gedragingen, je verleerd je eigen
gedragingen. Wanneer men daar weer uit komt is het lastig voor men om
weer zelfstandig gedrag te vertonen, zoals in ziekenhuis, verzorgtehuizen.

Wanneer er gesproken wordt over een complex van normen en verwachtingen
met betrekking tot het gedrag en de positie van iemand anders, spreken wij over
een rol.

Een rol  Is op zich iets onpersoonlijks. Dit betekent dat wij
verwachtingen hebben over xxxxxxx iets wat hij/zij moet doen.

Over de eisen aan een roldrager is vaak een meningsverschil. De verwachtingen
kunnen zo uiteenlopen dat ze moeilijk. Wij spreken dan van een rollenconflict.
- Extern rollenconflict:
o Een gevolg van door jou ingenomen posities met verschillende
verwachtingen die soms niet samen te combineren zijn. Zoals
wanneer je een nachtdienst draait is het moeilijk te combineren met
een sportclub overdag.
- Intern rollenconflict:
o Gaat om één sociale positie die moeilijk te combineren is met de
verschillende verwachtingen die aan iemand gesteld worden, zoals
een docent moet een cijfer geven een onvoldoende betekent niet
overgaan en extra lenen en voldoende betekent overgaan maar een
zwakke leerling.
Bij elk rollenconflict hangt het gedrag van de roldrager af van:
- De druk (invloed) die anderen van verschillende kanten op hem kunnen
uitoefenen, hoe subtiel die soms ook zal zijn;
- De kracht van eigen verwachtingen versus wat er leeft in de groep waar de
roldrager deel uitmaakt.

Kritiek op het rolbegrip:
De vraag bij rollen is niet: Houdt het individu zich wel of niet aan zijn rol? De
vraag is: Wie verwacht wat voor gedrag van die persoon in die sociale positie?

Institutionalisering  Zulke sterke normen dat instituten zijn geworden, zoals
het huwelijk.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 oktober 2015
Bestand laatst geupdate op
2 november 2015
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.89
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 26 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 6 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

versprongen tekst en witte vlakken o

7 jaar geleden

9 jaar geleden

6 jaar geleden

9 jaar geleden

10 jaar geleden

De samenvatting vond ik erg goed en compleet! Hier heb ik zeker wat aan gehad dus bedankt. wel vervelend dat hij versprongen was en soms witte vlakken over de tekst heen plaatste. Dit is denk ik iets voor stuvia zelf en niet voor jou om op te lossen

3.5

6 beoordelingen

5
0
4
3
3
3
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
s1086760 Hogeschool Windesheim
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
474
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
292
Documenten
20
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.8

109 beoordelingen

5
22
4
53
3
28
2
3
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen