Effectief leren
Inhoudsopgave
H1 Effectief leren in de les 2
H2 Directe instructie 3
H3 Vragen stellen 4
H6 Bevorderen van het leerklimaat 5
H1 Effectief leren in de les
De zes sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren:
1. Niveau
2. Structuur
, 3. Betekenis geven: Wat weet, voelt en erkent een leerling. Perkins
heeft daarbij vier vragen geformuleerd:
Wat is het doel van deze kennis?
Wat zijn de belangrijkste kenmerken ervan?
Kun je er een voorbeeld van geven?
Wat zijn argumenten voor het gebruik van deze kennis?
4. Individuele aanspreekbaarheid: Een leerling ervaart dat actieve
deelname aan de les onontkoombaar is.
5. Zichtbaarheid: Denken en leren zijn onzichtbaar. Dit maak je
zichtbaar door hardop denken, leergesprekken en zelf doen en
maken.
6. Motivatie: Ervaren van succes, individuele aanspreekbaarheid,
kennis van het resultaat, betekenis geven, interesse in de leerling en
een positieve toon.
Drie vormen van leren en hun leeractiviteiten:
1. Gericht op beheersing: leerstof onthouden en begrijpen.
o Onthouden en begrijpen, zoals luisteren, opzeggen en terug
vertellen.
2. Gericht op beklijving: leerstof heeft een verbinding evt met eigen
ervaring.
o Integreren, zoals vergelijke, analyseren en ordenen.
3. Gericht op wendbaar gebruik: kan het geleerde in een nieuwe
situatie gebruiken.
o Creatief toepassen, zoals door te speculeren, ontwerpen,
hypotheses op te stellen en keuzes te maken.
De vijf vaardigheden:
1. Cognitieve vaardigheid
2. Motorische vaardigheid
3. Affectieve vaardigheid
4. Sociale vaardigheid
5. Metacognitieve vaardigheid
o Inzicht hebben
o Grip op het eigen denken en leren
Bij het aanleren van kennis en vaardigheden onderscheidt Marzano twee
begrippen:
1. Declaratieve kennis: het construeren van betekenis.
2. Procedurele kennis een langdurige periode van verinnerlijking.
Competentie is een begrip dat boven kennis en vaardigheden uitstijgt.
Drie vormen van sturen:
1. Docent gestuurd
2. Gedeeld gestuurd
3. Leerling gestuurd
2
Inhoudsopgave
H1 Effectief leren in de les 2
H2 Directe instructie 3
H3 Vragen stellen 4
H6 Bevorderen van het leerklimaat 5
H1 Effectief leren in de les
De zes sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren:
1. Niveau
2. Structuur
, 3. Betekenis geven: Wat weet, voelt en erkent een leerling. Perkins
heeft daarbij vier vragen geformuleerd:
Wat is het doel van deze kennis?
Wat zijn de belangrijkste kenmerken ervan?
Kun je er een voorbeeld van geven?
Wat zijn argumenten voor het gebruik van deze kennis?
4. Individuele aanspreekbaarheid: Een leerling ervaart dat actieve
deelname aan de les onontkoombaar is.
5. Zichtbaarheid: Denken en leren zijn onzichtbaar. Dit maak je
zichtbaar door hardop denken, leergesprekken en zelf doen en
maken.
6. Motivatie: Ervaren van succes, individuele aanspreekbaarheid,
kennis van het resultaat, betekenis geven, interesse in de leerling en
een positieve toon.
Drie vormen van leren en hun leeractiviteiten:
1. Gericht op beheersing: leerstof onthouden en begrijpen.
o Onthouden en begrijpen, zoals luisteren, opzeggen en terug
vertellen.
2. Gericht op beklijving: leerstof heeft een verbinding evt met eigen
ervaring.
o Integreren, zoals vergelijke, analyseren en ordenen.
3. Gericht op wendbaar gebruik: kan het geleerde in een nieuwe
situatie gebruiken.
o Creatief toepassen, zoals door te speculeren, ontwerpen,
hypotheses op te stellen en keuzes te maken.
De vijf vaardigheden:
1. Cognitieve vaardigheid
2. Motorische vaardigheid
3. Affectieve vaardigheid
4. Sociale vaardigheid
5. Metacognitieve vaardigheid
o Inzicht hebben
o Grip op het eigen denken en leren
Bij het aanleren van kennis en vaardigheden onderscheidt Marzano twee
begrippen:
1. Declaratieve kennis: het construeren van betekenis.
2. Procedurele kennis een langdurige periode van verinnerlijking.
Competentie is een begrip dat boven kennis en vaardigheden uitstijgt.
Drie vormen van sturen:
1. Docent gestuurd
2. Gedeeld gestuurd
3. Leerling gestuurd
2