Celbiologie en immunologie II DT2
Cytoskelet
Stabiele conformatie = vouwing
Interactie tussen macromoleculen (macromoleculaire structuren)
Zorgt voor:
- Stevigheid en vorm
- Beweging
- Transport
- Locatie organellen (vasthouden organellen op een bepaalde plek)
Cytoskelet is gevormd door drie typen eiwit filamenten: intermediate filamenten,
microtubuli en actine filamenten.
1
,Intermediate filamenten
o Dikte is de gemiddelde, daarom heet het intermediate (10 nm diameter)
o Eerst als een dimeer om elkaar heen geslagen (coiled-coil) → 8 dimeren
worden tot een soort touw gerold
Tussen N-terminus en C-terminus → dus met waterstofbruggen bij
elkaar gehouden
o Filamenteus= langgerekt
o Weerbaar tegen mechanische stress
Bijvoorbeeld voedsel door de darm, huid
o In cytoplasma van de meeste cellen
-
2
,Stel: geen intermediate filamenten (rechts) → de cellen zouden losscheuren.
Drie klassen:
- Keratine filamenten (epitheelcellen, haar/veren)
o Zijn verbonden via desmosomen
- Vimentin/ vimentin gerelateerde filamenten (bindweefselcellen; spiercellen;
neurogliale cellen)
- Neuro filamenten (zenuwcellen)
De 2 celmembranen = grijze strepen.
Catherines zorgen dat de cellen aan elkaar vastzitten, daar zitten eiwitstructuren aan vast die
zorgen voor de verbinding tussen de cadherines en de keratine filamenten die vanuit het
cytoplasma komen → hele stevige structuur.
3
, Ook in de nucleus (onder de nuclear lamina)
→ Netwerk voor stevigheid (blauwe draden)
→ Wordt afgebroken en opgebouwd bij iedere celdeling
Regulatie afbraak en opbouw van lamina d.m.v:
- Fosforylering defosforylering (zorgen de Mcdk’s voor)
o Mcdk’s reguleren celdeling en activeren de gebeurtenissen in een cel, dus
zorgen ook voor de fosforylering van de kern.
Lamina~P → filamenten worden afgebroken
Lamina → filamenten worden weer opgebouwd
Microtubili
o Dikste filamenten
o Ze groeien vanuit een bepaalde kern (centrosoom) → daarvan uit groeien ze
alle kanten uit, ook belangrijk voor celdeling: zorgen ervoor dat alle
chromosomen in de goede dochtercel terecht komen (=mitotic spindle).
4
Cytoskelet
Stabiele conformatie = vouwing
Interactie tussen macromoleculen (macromoleculaire structuren)
Zorgt voor:
- Stevigheid en vorm
- Beweging
- Transport
- Locatie organellen (vasthouden organellen op een bepaalde plek)
Cytoskelet is gevormd door drie typen eiwit filamenten: intermediate filamenten,
microtubuli en actine filamenten.
1
,Intermediate filamenten
o Dikte is de gemiddelde, daarom heet het intermediate (10 nm diameter)
o Eerst als een dimeer om elkaar heen geslagen (coiled-coil) → 8 dimeren
worden tot een soort touw gerold
Tussen N-terminus en C-terminus → dus met waterstofbruggen bij
elkaar gehouden
o Filamenteus= langgerekt
o Weerbaar tegen mechanische stress
Bijvoorbeeld voedsel door de darm, huid
o In cytoplasma van de meeste cellen
-
2
,Stel: geen intermediate filamenten (rechts) → de cellen zouden losscheuren.
Drie klassen:
- Keratine filamenten (epitheelcellen, haar/veren)
o Zijn verbonden via desmosomen
- Vimentin/ vimentin gerelateerde filamenten (bindweefselcellen; spiercellen;
neurogliale cellen)
- Neuro filamenten (zenuwcellen)
De 2 celmembranen = grijze strepen.
Catherines zorgen dat de cellen aan elkaar vastzitten, daar zitten eiwitstructuren aan vast die
zorgen voor de verbinding tussen de cadherines en de keratine filamenten die vanuit het
cytoplasma komen → hele stevige structuur.
3
, Ook in de nucleus (onder de nuclear lamina)
→ Netwerk voor stevigheid (blauwe draden)
→ Wordt afgebroken en opgebouwd bij iedere celdeling
Regulatie afbraak en opbouw van lamina d.m.v:
- Fosforylering defosforylering (zorgen de Mcdk’s voor)
o Mcdk’s reguleren celdeling en activeren de gebeurtenissen in een cel, dus
zorgen ook voor de fosforylering van de kern.
Lamina~P → filamenten worden afgebroken
Lamina → filamenten worden weer opgebouwd
Microtubili
o Dikste filamenten
o Ze groeien vanuit een bepaalde kern (centrosoom) → daarvan uit groeien ze
alle kanten uit, ook belangrijk voor celdeling: zorgen ervoor dat alle
chromosomen in de goede dochtercel terecht komen (=mitotic spindle).
4